Nieuwste berichten in onze App


De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheiden, in de volksmond beter bekend als de NOW, heeft veel bedrijven geholpen tijdens de (gevolgen van de) coronapandemie. Nu de coronacijfers beter worden – en de economische crisis vooralsnog mee lijkt te gaan vallen – wordt het steunpakket langzaam afgebouwd. Dit moet u erover weten.
Nederland zit vanuit zowel epidemiologisch als economisch oogpunt in een positieve flow. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames neemt af, terwijl diverse economen melding maken van het vooralsnog uitblijven van een diepe recessie.
Dat betekent dat het kabinet langzaam de stekker uit de staatssteun wil trekken. De versoberingen staan gepland voor het derde kwartaal van 2021. Dat heet – de steun wordt, zoals de situatie nu is, niet verlengd.

Huidige versoberingen


In feite is de toekenning van steun nu al behoorlijk verminderd. Alle bedrijven mogen open – en dus mogen dergelijke instanties alleen omzetverliezen tot maximaal tachtig procent opgeven. Dat houdt concreet in dat een bedrijf voor maximaal tachtig procent van de loonkosten een verzoek tot tegemoetkoming kan doen.

Belastingen


De periode waarin bedrijven uitstel van belasting kunnen aanvragen, komt eveneens op 1 oktober tot een halt. Dat betekent dat organisaties die dit willen doen daartoe tot 1 oktober de kans hebben. Bedrijven die eerder uitstel hebben gevraagd, hebben automatisch verlenging tot 1 oktober gekregen.
De Europese landen roepen al langer om dergelijke Het terugbetalen van uitgestelde belasting begint een jaar later – op 1 oktober 2022. Ondernemers hebben vijf jaar de tijd om dit te betalen. Belastingen die tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022 worden gevorderd, moeten vanzelfsprekend wel gewoon worden betaald.

Uitzonderingen


Hoewel de NOW dus op 1 oktober 2021 eindigt, is er ruimte voor eventuele uitzonderingen. Dit kan gaan om grootschalige en landelijke sluitingen. Dergelijke bedrijven komen mogelijk ook na 1 oktober in aanmerking voor steun.
Een verandering in de TVL leidt mogelijk tot het verlies van het recht op de NOW. Hoe kan dat?
De TVL, de Tegemoetkoming van de Vaste Lasten, was én is voor veel ondernemers een handigheidje om financiële rampspoed te voorkomen. Een aanpassing in deze regeling leidt er nu echter toe dat zij een andere vorm van steun, de NOW, misschien niet meer kunnen gebruiken.
Het is een regeling afkomstig uit het tweede steunpakket van het kabinet: de TVL. Heeft een bedrijf te maken met een omzetdaling van meer dan dertig procent? Dan kunnen ze een deel van hun vaste lasten terugkrijgen. Handig, daar waar deze voor kappers, masseurs en andere beroepsgroepen waarbij direct contact onvermijdelijk is gewóón doorlopen.
Een andere steunmaatregel tijdens de pandemie is loonsteun. Deze wordt geregeld via de NOW: de Noodmaatregel Overbrugging voor Behoud van Werkgelegenheid. De NOW is bedoeld ter ondersteuning van werkgevers die medewerkers niet meer (volledig) kan uitbetalen.
Conflicterende steun
De tijd waarin beide regels naast elkaar kunnen bestaan, lijkt nu echter op z’n retour te zijn. Dat heeft te maken met een recente wijzigingen in de TVL. Een verandering die in wezen juist goed is, want ondernemers krijgen hierdoor honderd procent aan vaste lasten vergoed. Het probleem is echter dat diezelfde ondernemers juist te veel ontvangen om in aanmerking te komen voor de NOW. De TVL wordt namelijk geregistreerd als omzet.
Het doel van deze wijziging is het voorkomen van een dubbele subsidiëring. In de praktijk lijkt het desondanks voor behoorlijk wat problemen te zorgen. Noodlijdende bedrijven komen namelijk niet alleen niet meer in aanmerking voor de NOW: ze moeten ook NOW terugbetalen over de periode waarin ze eveneens TVL ontvingen.
Als reactie heeft het uitkeringsinstituut UWV al laten weten dat ze coulant zijn met de betalingsregeling.
Jonge bedrijven redden het steeds vaker zonder NOW: hoe kan dat?
De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid, beter bekend als de NOW, functioneert sinds het begin van de coronapandemie als (een van de) steunpakketten voor verschillende soorten ondernemers. Nu er licht aan het einde van de tunnel gloort, wordt ook langzaam duidelijk welke branches en ondernemers daar het meest gebruik van hebben gemaakt. Wat blijkt: jonge bedrijven weten het relatief vaak te redden zónder de NOW te benutten.
Dat is de conclusie van een onderzoek van het bedrijf Altares. De dataspecialist analyseerde de NOW-cijfers en concludeerde op basis daarvan dat er niet al te veel jonge organisaties onder de ontvangers zitten. Volgens Altares zijn het met name de grotere bedrijven die gebruik hebben gemaakt van het steunpakket.
Desondanks is het ook weer niet zo dat grote bedrijven per definitie steun nodig hadden en hebben. Altares stelt dat organisaties met meer dan honderd medewerkers het meestal zelf wisten te bedruipen. De piek van het aantal NOW-gebruikers zit volgens hen in organisaties met tussen de twintig en de honderd werknemers.
Nieuwe bedrijven
De steun gaat volgens Altares dus voornamelijk naar het midden- en kleinbedrijf. Daarbij merken ze eveneens verschillen op in de leeftijd van de steuntrekkende organisaties. Ter illustraties: onder bedrijven met een leeftijd tussen de 64 en de 87 jaar maakte zeven procent gebruik van de NOW. Onder organisaties die jonger waren dan vijf jaar, was dit percentage slechts drie procent.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jonge bedrijven relatief vaak eenmanszaken zijn: die hebben per definitie minder vaak steun nodig.
Misverstand
Het is desondanks een misverstand dat bedrijven die steun nodig hadden al financieel wankel waren. Altares meldt wél dat er een verband bestaat tussen de NOW-aanvraag en negatieve, eigen vermogens. Met andere woorden: hoe meer schulden een bedrijf had, des te eerder ze steun nodig hadden.
Nieuwe btw-regels op komst: dit moet u erover weten
Mede ingegeven door de coronacrisis schieten webshops de laatste tijd uit de grond. Heeft u ook grootse plannen om de wereld te veroveren met uw digitale winkel? Hou er dan rekening mee dat de regels voor e-commerce op 1 juli 2021 iets wijzigen.
De kans is daarbij aanwezig dat u helemaal niet in aanraking komt met deze nieuwe set regels. Ze zijn namelijk bedoeld voor webshops die ook over de Nederlandse grenzen actief zijn.
Drempelbedragen
Ze hebben voornamelijk te maken met een fenomeen genaamd drempelbedragen. Dit zijn bedragen die zijn afgesproken omdat Europese landen allemaal andere btw-tarieven hanteren.
Verkoopt u vanuit Nederland iets aan een – laten we zeggen – Deense klant? Dan betaalt u het Deense btw-tarief en draagt u btw af aan Denemarken. Tenminste… als u het drempelbedrag overschrijdt.
En dat drempelbedrag is dus hetgeen dat binnenkort op de schop gaat. Nu is het namelijk nog zo dat alle landen een ander drempelbedrag hanteren. Per 1 juli is dat overal hetzelfde: €10.000.
Meer maatregelen
Een tweede maatregel heeft te maken met de zogeheten btw-vrijstelling. Als ondernemer zijnde heeft u nu het voordeel van een btw-vrijstelling bij een waarde tot en met 22 euro. En u voelt hem al aankomen: die komt te vervallen. Het doel dat de EU hierbij heeft, is het ontwikkelen van een gelijk speelveld.
Er verandert eveneens iets in de verantwoordelijkheid van ondernemers. U blijft weliswaar eindverantwoordelijke voor de btw-afdracht, maar het kan zijn dat het platform dat uw verkopen faciliteert hier óók mee wordt belast. Dat is het geval als de rol van dit platform erg actief is en méér omvat dan alleen het functioneren als partij tussen koper en verkoper.
Coronacrisis: de non-foodsector verkocht nog nooit zo weinig als in januari van 2021
Het is nogal een understatement om te stellen dat de detailhandel hard is getroffen door de gevolgen van de COVID-19-pandemie. Nu hebben we daar ook cijfers bij. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt namelijk dat winkeliers in de non-foodsector niet eerder zo’n neergang in het aantal verkopen hebben meegemaakt.
Het CBS meldt een verkoopdaling van maar liefst 38 procent ten opzichte van januari 2020. Dat is de sterkste daling sinds op z’n minst 2005: het jaar waarin het CBS begon met het bijhouden van statistieken rondom dit soort verkopen.
Volgens het bureau zijn met name kleding- en schoenenzaken erg hard getroffen. Zij moesten gemiddeld meer dan de helft aan omzet inleveren. Andere zwaar getroffen branches zijn meubelzaken, elektronicawinkels en verkopers van recreatieartikelen. Zij verloren ongeveer 33 procent van hun opbrengsten, aldus het CBS.
Voedingswaren
De food-sector, die gewoon open mocht blijven, heeft juist te maken met een stijging van 8,6 procent. Supermarkten zijn het succesvolst: zij kenden een omzettoename van zo’n tien procent. Drogisterijen genoten eveneens meer omzet dan in januari 2020.
Online verkoop
Winkeliers in de getroffen branches hebben wel enige omzet uit online verkopen kunnen halen. Deze zijn volgens het CBS in januari meer dan verdubbeld: een stijging van 129 procent.
Verschillende winkelketens hebben echter aangegeven dat ze hun webshops voornamelijk als extra activiteit gebruiken. Volgens hem compenseren de digitale uitgaves bij lange na niet voor de omzet die normaal gesproken in hun winkels wordt gerealiseerd. Ze stellen onder meer dat klanten online veel gerichter zijn in hun aankopen en niet spontaan nog wat extra producten meenemen.
Bron: ANP en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Thuiswerken is een absoluut begrip geworden tijdens de coronacrisis. Dat heeft vanzelfsprekend ook geleid tot fors minder woon-werkverkeer. Niet geheel verrassend werden er in 2020 behóórlijk minder kilometers afgelegd.
147 miljard kilometer, om precies te zijn. Dat klinkt misschien alsnog absurd hoog – en dat is het natuurlijk ook. Maar een jaar eerder, dus voor de pandemie, stond de teller op 211 miljard kilometer. Dat is bijna een derde meer, zo meldt het CBS.

Oorzaak


De cijfers gelden voor autoverkeer, maar ook voor kilometers afgelegd te voet, met de fiets, per trein of met een ander vervoersmiddel. De oorzaak is, zoals gezegd, te vinden in de pandemie. Die zorgde er zeker vlak na de uitbraak voor dat mensen massaal thuisbleven. Kantoren werden gesloten, recreatieve bestemmingen gingen op slot en er gold een algeheel blijf thuis-advies. Kortom: er waren niet al te veel redenen voor mensen om nog de straat op te gaan.

Mobiliteit


Daarmee daalde de mobiliteit in de eerste week van de lockdown naar 12,3 kilometer per persoon per dag. Ter illustratie: een week eerder stond deze nog op 34,0 kilometer.
De mobiliteit nam na het eerste deel van de lockdown geleidelijk weer toe. Deze leek eind juli 2020 weer terug te zijn op het oude niveau – 31,5 kilometer per persoon per dag. De tweede golf aan coronabesmettingen zorgde echter weer voor een daling, hoewel deze vergeleken bij de eerste week van de lockdown redelijk beperkt bleef. Rond Kerstmis 2020 stond het gemiddelde aantal kilometers per persoon per dag op rond de twintig.

Vervoersmiddelen


De cijfers van het CBS laten ook verschillen in vervoersmiddelen zien. Het openbaar vervoer beleefde in dat kader de grootste krimp. Het aantal kilometers met de trein nam bijvoorbeeld met maar liefst zestig procent af.
Het betaalgedrag van bedrijven is verbeterd tijdens de pandemie: dit zijn de oorzaken
Veel uiteenlopende zaken zijn er tijdens de coronacrisis – helaas – op achteruit gegaan. Het betaalgedrag van bedrijven hoort daar niet bij, zo blijkt uit een recent onderzoek van Betaalme.nu.
Het is doorgaans een blok aan het been van de gemiddelde, kleine ondernemer: facturen naar grote bedrijven die maar niet worden betaald. ‘Een grote administratie’, wordt veelal aangedragen als excuus voor een late uitbetaling.
Maar daar lijkt nu verandering in te komen. Bedrijven lijken dit soort betalingen aanzienlijk sneller door te voeren, zo wijst het onderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksbureau DirectResearch, uit. Zo wordt 65 procent van de binnenkomende facturen nu binnen de gestelde termijn betaald. Dit percentage lag een jaar eerder nog op 58 procent.
Oorzaken voor verbeterd betaalgedrag
De mogelijke redenen voor een verbetering in het betaalgedrag lopen nogal uiteen. Wellicht speelt het een rol dat bedrijven allemaal – in meer of mindere mate – met de pandemie hebben te maken. De kans is daarbij aanwezig dat er sprake is van een soort groeiend moraalbesef: grote bedrijven kunnen kleine organisaties gewoon niet zomaar zonder geld laten zitten.
Een andere, mogelijke oorzaak staat verder los van de pandemie en heeft te maken met de opkomst van elektronisch factureren. Steeds meer ondernemingen werken met e-facturen. Ze worden verstuurd via een tussenpartij en vergroten de nauwkeurigheid van de facturen zelf aanzienlijk. Daarnaast zijn ze door de ontvanger makkelijker te verwerken, hetgeen de betaling ook ten goede komt.
Een derde potentiële oorzaak heeft te maken met behoedzaamheid. Vanwege sluimerende, economische problemen zijn meer ondernemers geneigd om eerst een aanbetaling te vragen. Daarnaast worden er mogelijk ook meer (aanvullende) betaalverzoeken de deur uit gedaan.
Datum voor compensatieregelingen evenementen blijft 1 juli
Organisatoren van evenementen krijgen bij een gedwongen annulering het recht op een subsidieregeling. Dat geldt echter alléén voor evenementen die na 1 juli worden georganiseerd – en dat blijft voorlopig zo.
Dat heeft minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) onlangs laten weten aan de Tweede Kamer.
Haar mededeling volgde op de Kamervragen gesteld door Mustafa Amhaouch en Agnes Mulder van het CDA. Zij stelden dat de datum van 1 juli geen oplossing bood voor events die vóór deze dag gepland stonden. Voorbeelden daarvan zijn de TT in Assen en het festival Pinkpop. Laatstgenoemde is inmiddels afgelast, hoewel dat te maken had met complexiteiten rondom het inhuren van internationale artiesten.
Maar daar wil het kabinet dus niet aan beginnen. De Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19, zoals de regeling voluit gaat heten, blijft uitsluitend bedoeld voor events na 1 juli.
Verplaatsing
Als reactie op de Kamervragen opperde Van Engelshoven dat evenementen eventueel verplaatst kunnen worden, zodat ze wel aanspraak kunnen maken op de regeling. Tot en met 16 juni zijn grootschalige evenementen sowieso niet toegestaan. Of het vanaf die dag wel mogelijk is, hangt af van de nationale gezondheidssituatie.
Regeling
De subsidieregeling omvat een steunpakket waarbij het Rijk garant staat voor de kosten van zo’n evenement, mocht deze door de verschillende coronabeperkingen niet door kunnen gaan.
In dat geval krijgt de organisatie het grootste deel van de gemaakte kosten terug in de vorm van een gift: tachtig procent. De overgebleven kosten worden dan terugbetaald in de vorm van lening.
Het kabinet heeft zo’n 385 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze regeling. Dat komt mede voort uit het feit dat verzekeraars de annuleringspolissen uit hun aanbod hebben geschrapt.
Inkomstenbelasting en de politiek: dit willen déze partijen met uw IB
Kilometerheffingen, collectiviteitskortingen, basisverzekeringen… De nieuwe partijen in de Tweede Kamer hebben allemaal hun standpunten over wat u als ondernemer aangaat. Het belangrijkst is echter hun opinie omtrent de inkomstenbelasting. We nemen daardoor de plannen van de vijf grootste partijen rondom de IB met u door.
VVD
De VVD is van oudsher een ondernemerspartij en dat laat hun programma ook – soort van – zien. Qua IB zijn ze gefocust op de invoering van een korting op middeninkomens. Ze pleiten daarnaast voor een uitbreiding en verhoging van de arbeidskosten en willen werken méér laten lonen door de totstandkoming van een werkbonus.
De VVD vindt tevens dat het huidige belasting- en toeslagenstelsel makkelijker kan.
D66
D66 staat voor financiële solidariteit en uit dat via onder meer een negatieve inkomstenbelasting, gestoeld op de omvang van een huishouden – en niet op het inkomen. Ze denken dat zo’n systeem zorgt voor minder inkomstenbelasting, maar voor méér belasting op vervuiling en het vermogen.
De democraten zijn eveneens voorstander van gemeentes die zelf inkomstenbelastingen kunnen heffen.
PVV
De PVV stelt een aantal belastingverlagingen voor, waaronder een lagere btw op boodschappen, een verlaging van de energiebelasting en het behoud van zorgtoeslag voor bepaalde inkomens. Ze staan daarnaast voor het onveranderd blijven van zaken als ontslagvergoedingen en hypotheekrenteaftrek en zijn tegen rekeningrijden.
CDA
Om Nederland uit de crisis te helpen, staat het CDA positief tegenover een extra belastingtarief voor de hoogste inkomens: een zogenoemd toptarief. Ze zijn, net als de VVD, voor een vereenvoudigde versie van het toeslagenstelsel en willen dat ouders uitsluitend een inkomensafhankelijke bijdrage betalen voor eventuele kinderopvang.
PvdA
De Partij van de Arbeid wil een nieuw belastingtarief introduceren. Als het aan hen ligt gaan inkomens boven de €150.000 voortaan zestig procent afdragen.
Digitale revolutie: de voordelen van de online accountant
De coronacrisis heeft ons met de neus op vele feiten gedrukt, maar de noodzaak tot digitalisering valt misschien wel het meeste op. Eens te meer is aangetoond dat winkeliers eigenlijk niet zonder een online shop kunnen, terwijl verschillende bedrijfsleiders ongetwijfeld nadenken of hun werknemers na de pandemie nog wel zo vaak naar kantoor hoeven te komen.
Ook de accountancybranche ontkomt niet aan dergelijke transities. Dat kan echter ook verschillende voordelen hebben.
De accountant werd lange tijd gezien als hét beroep waarbij face-to-face-communicatie onvermijdelijk was. De onderwerpen die accountants behandelen, zijn tenslotte gevoelig. Items als de inkomstenbelasting dienen bij voorkeur niet via Zoom of iets dergelijks te worden besproken.
Toch treden er nu in rap tempo veranderingen op. Een transitie die weliswaar al was ingezet, maar aanzienlijk is versneld onder de invloed van de pandemie. Datzelfde Zoom is bijvoorbeeld onmisbaar geworden binnen ieder willekeurig bedrijf. Het aantal digitale aankopen torent in rap tempo boven de omzet van traditionele winkeliers uit. Technologie is dus meer en meer leidend. En dat biedt ook accountants allerlei voordelen.
Voordelen van de online accountant
Zo kan een accountant veel beter inspelen op uw persoonlijke wensen. Processen als het doorgeven van de omzetbelasting kunnen nu niet alleen geautomatiseerd, maar ook naar uw ritme worden vormgegeven. Een accountant kent uw voorkeuren en werkwijze en dat maakt bijvoorbeeld het opgeven van de jaarcijfers eenvoudiger, maar ook sneller. En tijdswinst is voor zowel accountant als consument nooit verkeerd.
‘Gaat dat dan niet ten koste van de persoonlijke band tussen de accountant en klant?’ Nee – dat ligt niet in de lijn der verwachtingen. Empathie en passie zijn nog altijd onmisbare onderdelen. De accountancy is een menselijke branche. Het verschil dat de mensen nu gebruik kunnen maken van extra, digitale mogelijkheden waarmee het contact juist persoonlijker kan worden.

Dat heeft te maken met de invoering van de vernieuwde kleineondernemersregeling – de KOR. We vertellen u er hieronder meer over.
Deze regeling werd op 1 januari van 2020 ingevoerd, waarna de btw-regels voor eigenaren van zonnepanelen opeens een stuk complexer werden. Té complex, zo vond ook de staatssecretaris. Gevolg daarvan is dat de regels voor eigenaren van zonnepanelen binnenkort juist weer versoepeld worden.

Geen verplichting


Het gaat om twee verschillende versoepelingen, speciaal voor particuliere zonnepanelenhouders. De eerste versoepeling heeft te maken met de verplichting om uzelf, als eigenaar van zonnepanelen, als btw-ondernemer aan te melden bij de Belastingdienst. Die verplichting hoorde bij de invoering van de KOR en gaf eigenaren van zonnepanelen de mogelijkheid om in rekening gebrachte btw terug te vragen.
Dat klinkt weliswaar mooi, maar in de praktijk bleek het nogal wat administratieve rompslomp met zich mee te brengen. Vandaar dat deze verplichting komt te vervallen.
Niet voor iedereen, overigens. Eigenaren die de teruggave van de btw vinden opwegen tegen de administratieve lasten kunnen er evengoed gebruik van maken.

Dubbele aangiften


Een andere versoepeling draait om de zogenoemde dubbele aangiften. Particulieren die tussen 3 december en 1 januari zonnepanelen kochten, moesten daarvan niet één, maar twee keer aangifte doen. Dat had te maken met de late aanlevering van de btw-factuur: dusdanig laat in het jaar dat hij niet meer kon worden aangemeld voor de KOR. Eigenaren van zonnepanelen ontvingen daarop twee btw-aangiftes: eentje in het vorige én eentje in het nieuwe jaar.
Dat was vanzelfsprekend niet de bedoeling – vooral niet omdat er ook dubbel betaald moest worden. Dit is nu aangepast, waardoor ook deze particulieren nog maar één keer aangifte hoeven te doen.
Een nieuw belastingplan voor G7-landen: wat houdt het in?
Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk én de Verenigde Staten. Ze kwamen allemaal onlangs bijeen om het onder meer te hebben over een wereldwijde minimumbelasting voor organisaties. Dit houdt het plan grofweg in.
Het is niet zo dat het de krantenkoppen compleet beheerst, maar het onderwerp belastingontwijking is desondanks een hot topic. Steeds vaker horen we van topbedrijven die onder andere Nederland gebruiken als, volgens velen, een belastingparadijs, waarbij ze over hun gigantische winsten weinig tot geen belasting betalen.
Een onwenselijke situatie, zo vonden ook de landen van de G7. Daarom werd belastingontwijking andermaal op de tafel gegooid tijdens het meest recente overleg. Daaruit is een nieuw belastingplan ontstaan, waarmee met name de Amerikaanse techgiganten meer belast kunnen worden.
Meer rechten
Kort gezegd houdt het in dat Europese landen bedrijven als Amazon nu meer en vaker kunnen belasten. Het wordt daarmee voor dat soort organisaties moeilijker om te schuiven met de winsten, om zo bepaalde belastingvoordelen te creëren. In plaats daarvan moeten de Google’s en Facebooks van deze wereld nu voornamelijk belasting betalen in de landen waar ze operationeel zijn.
Vennootschapsbelasting
Een ander onderdeel van het nieuwe belastingplan is de totstandkoming van een wereldwijde minimum vennootschapsbelasting. Ook deze regel is in het leven geroepen op de ontwijking van belasting door grote bedrijven een halt toe te roepen. Zij betalen wereldwijd een minimumbelasting van minstens vijftien procent.
De Europese landen roepen al langer om dergelijke maatregelen, maar de VS hield tot voor kort de boot af. Het definitieve akkoord wordt naar verwachting in de herfst van 2021 opgeleverd. Dit komt doordat sommige landen hiervoor hun nationale wet- en regelgevingen moeten aanpassen.
De aanpassingen in de bijtellingen starten tóch pas vanaf 2022: waarom?
Dit kalenderjaar stond er een kleine wijziging in de bijtellingsregeling op het programma. Stond, ja. De Belastingdienst was voornemens om werknemers met meer dan één auto van de zaak op een iets andere manier te belasten, maar heeft inmiddels laten weten dat dit met een jaartje is uitgesteld. De reden? Het bleek vooralsnog in de praktijk lastig uitvoerbaar. Of, zoals de Belastingdienst het zelf verwoordt: ‘praktijkvragen.’
Nu schatten we dat er relatief niet veel mensen zijn die meerdere auto’s van de zaak hebben. Maar goed: het kan voorkomen – om uiteenlopende redenen.
Bijtelling
Een auto van de zaak heeft doorgaans te maken met het fenomeen bijtelling. U betaalt dan extra wanneer u, binnen één kalenderjaar, meer dan vijfhonderd kilometers voor privégebruik rijdt. Dat stelt u weliswaar in staat om op en neer naar de supermarkt te rijden, maar voorkomt dat u – min om meer op kosten van de baas – complete tours door Nederland maakt.
‘Moeten mensen die meerdere auto’s van de zaak hebben dan over alle auto’s deze bijtelling betalen?’
Nou – niet per se. Dat ligt eraan hoeveel rijbewijzen er binnen uw huishouden voorkomen. Zijn dat er twee? Dat betaalt u inderdaad voor twee auto’s bijtelling. Maar bent u alleen? Dan betaalt u voor slechts één van de twee wagens extra.
De regeling is nu zo dat u bijtelling gebruikt voor de auto met de hoogste cataloguswaarde. Dus stel – uw baas heeft u een BMW én een Fiat meegegeven. Dan betaalt u bijtelling voor de BMW, want die is duurder. Nu nog wel.
Situatie in 2022
Want dat is namelijk precies wat er misschien niet dat jaar, maar wel in 2022 op de schop gaat. Vanaf dan betaalt u niet langer bijtelling voor de prijzigste auto, maar voor het voertuig dat het meest wordt gebruikt. Het oorspronkelijke prijskaartje doet er dan niet langer meer toe.

Onbelaste reiskostenvergoedingen zijn mogelijk tot 1 juli 2021


De coronacrisis noopte de Belastingdienst tot het ontwikkelen van allerlei steunpakketten en maatregelen voor zowel werkgevers als -nemers. Eén daarvan is de invoering van de onbelaste reiskostenvergoeding. Daarmee mochten bedrijven hun medewerkers voorzien van een netto vergoeding voor de reiskosten.
Of mogen – moeten we eigenlijk zeggen. De regel is namelijk nog steeds actief: tot 1 juli van dit jaar. Dat is enigszins opvallend, want de maatregel stond al twee keer op de nominatie om te vervallen: eerst op 1 januari en daarna op 1 april 2021.
Nog steeds actief
De reden dat onbelaste reiskostenvergoedingen nog altijd mogelijk zijn, heeft te maken met het feit dat er nog altijd relatief veel mensen te maken hebben met reiskosten. Inderdaad, ondanks dat er volop thuis wordt gewerkt.
Deze kosten bestaan bijvoorbeeld uit vaste lasten die gepaard gaan met de aankoop of lease van een auto die vóór de pandemie werd gebruikt voor woon-werkverkeer. Andere mensen hebben (vlak) voor de coronacrisis een ov-abonnement gekocht of verlengd en betalen daarvoor nog altijd een maandelijks bedrag. De verlenging van de mogelijkheid tot onbelaste reiskostenvergoedingen moet hen tot 1 juli uit de problemen houden.
Toekomst
Hoewel het ons zeker lijkt dat de regel ergens dit jaar verdwijnt, is het waarschijnlijk dat de regering ook al kijkt naar nieuwe mogelijkheden omtrent dit soort reglementen. We gaan tenslotte steeds meer thuiswerken: mogelijk keert de situatie van vóór de pandemie niet in dezelfde vorm terug.
Daar horen vergoedingen voor medewerkers die thuiswerken bij – in samenhang met eventuele reiskostenvergoedingen. En dat vereist weer een nieuwe set maatregelen. Met andere woorden: er gaat waarschijnlijk het een en ander veranderen op het gebied van reiskostenvergoedingen. Nóg meer, ja. We houden je vanzelfsprekend op de hoogte!

Waarom het controleren van uw belastingaangifte dit jaar extra belangrijk is


Het is sinds begin maart 2021 weer mogelijk om de belastingaangifte over het voorgaande kalenderjaar te doen. Dat kalenderjaar is vanzelfsprekend 2020. Een tamelijk ongebruikelijk jaar. Daarom waarschuwen verschillende partijen: controleer de belastingaangifte dit keer extra goed.
Nederland is via de welbekende blauwe envelop weer massaal gewezen op die tijd van het jaar: de periode waarin de belastingaangifte moet worden gedaan. Over 2020 – dus over een, op z’n zachtst gezegd, bijzonder jaar. Met alle gevolgen van dien.
Veel mensen zijn – in meer of mindere mate – getroffen door (de gevolgen van) de pandemie. Sommige ondernemers hebben gebruikgemaakt van steunpakketten, waar anderen onverhoopt te maken hebben gehad met een verlies van inkomsten. En de pandemie is niet het enige wat de belastingaangifte voor 2020 bemoeilijkt. Zo wijzen statistieken uit dat meer mensen dan ooit vorig jaar een hypotheek afsloten.
Extra aandacht
Al met al moet er – gemiddeld genomen – behóórlijk wat worden ingevuld op de aangifte. De Belastingdienst roept mensen dan ook op: check de aangifte meermaals voor je deze de deur uitdoet.
Om het een en ander te vergemakkelijken heeft de Belastingdienst zelf ook de nodige voorbereidingen getroffen. Ze hebben bijvoorbeeld de bekendste overbruggingsregelingen voor ondernemers, de TOZO en de TOFA, alvast ingevuld op de aangifte. Ze zijn eveneens aangewezen als bedragen die zijn vrijgesteld van winst.
Renteaftrek
Een rubriek op de aangifte waar nog eens extra op moet worden gelet is de renteaftrek. Dit geldt vooral voor particulieren én ondernemers die onderlinge betalingsregelingen hebben getroffen met bijvoorbeeld uitstel van betaling met huurbaas. Rente die niet in 2020 is betaald, kan tenslotte ook niet worden afgetrokken.

Heeft u een huis gekocht? Gefeliciteerd! Een koopwoning markeert een nieuw begin en we durven erom te wedden dat u staat te popelen om de eerste verhuisdozen over de drempel te tillen. Toch moet er ook nog het een en ander gebeuren op het gebied van administratie. De aankoop van een huis gaat namelijk gepaard met nogal wat verzekeringen – sommigen verplicht, sommigen niet. Déze, bijvoorbeeld.

Opstalverzekering


Verplicht?
Ja
Een opstalverzekering wordt ook wel een woonhuisverzekering genoemd. Hij zorgt voor een dekking tegen schade aan de woning zelf, zoals storm- of waterschade.

Inboedelverzekering


Verplicht?
Nee
Hoewel de inboedelverzekering niet verplicht is, is het erg raadzaam er tóch een af te sluiten. De opstalverzekering dekt tenslotte geen schade aan spullen in je huis. De inboedelverzekering doet dat wél – en dat is handig wanneer er bijvoorbeeld wordt ingebroken.

Overlijdensrisicoverzekering


Verplicht?
Soms
De overlijdensrisicoverzekering wás verplicht, maar daar kwam in 2018 verandering in. Tenminste – als u een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) heeft. Een hypotheek zónder hypotheekgarantie kan alsnog een overlijdensrisicoverzekering vereisen. Hoe dan ook: u zorgt met deze verzekering voor een x-bedrag dat wordt uitgekeerd aan uw nabestaanden.

Aansprakelijkheidsverzekering



Verplicht?
Nee
De aansprakelijkheidsverzekering dekt schade die u bij anderen veroorzaakt. Een voorbeeld daarvan is waterschade die bij u is ontstaan, maar ook het huis van de buren heeft getroffen.

Woonlastenverzekering



Verplicht?
Nee
De woonlastenverzekering keert uit wanneer u, om welke reden dan ook, niet langer in staat bent om uw hypotheek te betalen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer u arbeidsongeschikt raakt. Deze verzekering wordt niet zelden gecombineerd met een algemene hypotheek en kan ook helpen in geval van werkloosheid.
Waarom online verzekeringen vergelijken eigenlijk altijd een goed idee is
Schade aan uw voertuig, diefstal van uw smartphone, een reis naar een tropisch oord… U kunt het zo gek niet verzinnen of u kunt het verzekeren. Het is weliswaar een cliché, maar de ene verzekering is daarbij de ander niet. Alle aanbieders hebben zo hun eigen kenmerken en unieke features. En mede daarom is online vergelijken altijd een goed idee.
Maar eerst – waarom zou u uzelf überhaupt voor iets willen verzekeren?
Dat heeft te maken met een stukje veiligheid. Als u een prijzige smartphone heeft aangeschaft, wilt u natuurlijk niet dat deze verloren gaat na één val. Een verzekering zorgt er dan voor dat u het toestel (geheel) vergoed krijgt.
Hetzelfde geldt voor een reis waarvoor u misschien wel lang heeft gespaard. Een annuleringsverzekering kan u dan helpen wanneer deze reis onverhoopt niet kan doorgaan. Via een financiële teruggave, om precies te zijn.
Verzekeringen vergelijken
Verzekeringen afsluiten doen mensen dus vanwege de financiële zekerheid die dit met zich meebrengt. Maar nogmaals – Verzekering A steekt héél anders in elkaar dan Verzekering B. Om het bij het voorbeeld van de smartphone te houden: Verzekering A dekt misschien tachtig procent van de oorspronkelijke kosten van het gevallen toestel, terwijl Verzekering B wellicht de volle mep teruggeeft.
Het loont daarom om ze tegenover elkaar aan het licht te houden. Het is namelijk niet per definitie zo dat Verzekering A ook goedkoper is dan Verzekering B, ondanks dat deze minder dekking geeft.
Daarnaast werken sommige verzekeraars met pakketten die meer verzekeren – naast uw smartphone ook uw laptop, bijvoorbeeld. Maar misschien heeft u helemaal geen laptop. Dan oogt zo’n pakket misschien aantrekkelijk, maar is dit in wezen ook weer niet handig.
Verzekeringsadviseurs
Naast online vergelijken is het ook mogelijk om hiervoor een verzekeringsadviseur te benaderen. Deze kent alle ins-and-outs en zorgt ervoor dat u écht en verzekering op maat heeft.
De aanvullende zorgverzekering wordt steeds populairder
Het is een schril contrast met de voorgaande jaren, maar verzekeraars merken op dat meer en meer mensen kiezen voor het aanvullend verzekerd zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van de organisatie Vektis.
De afgelopen jaren zagen verzekeraars – soort van – lijdzaam toe hoe het aantal aanvullende verzekeringen alsmaar daalde. Dat lijkt nu tot een halt te komen. Vektis meldt namelijk dat ongeveer 85 procent van alle Nederlanders momenteel zo’n verzekering heeft. Dat is meer dan vorig jaar, waar het percentage bleef steken rond de 83 procent. Het populairst zijn verzekeringen voor de tandarts en de fysiotherapeut.
Coronacrisis
Vermoed wordt dat de huidige pandemie daar een rol in speelt. Volgens Vektis heeft het coronavirus er, al dan niet onbedoeld, voor gezorgd dat er meer aandacht is voor zorg in het algemeen. Dat leidde er mogelijk toe dat vele mensen zich hebben gebogen over hun verzekeringen. Qua zorg heeft dat uitgemond in een vermeerdering van aanvullende verzekeringen.
Het is bovendien niet per definitie zo dat basisverzekeringen mensen ook daadwerkelijk verzekeren voor de gevolgen van corona. Ter illustratie: wie door het coronavirus behoefte heeft aan fysiotherapie, krijgt de kosten daarvoor enkel vergoed wanneer de verwijzing vier maanden na het ziektebeeld is afgegeven. De kans is aanwezig dat een aanvullende verzekering dit wél doet, waarna mensen zich tamelijk massaal voor een aanvullende dekking hebben aangemeld.
Overschrijvingen
Een andere wijziging in het verzekeringslandschap die mogelijk is te koppelen aan het coronavirus, is het aantal overstappingen. Aan het begin van het jaar zijn ongeveer 1,7 miljoen Nederlanders van verzekering geswitcht. Sommigen veranderden daarbij zelfs van verzekeraar, bijvoorbeeld van Menzis naar Zilveren Kruis.
Vektis ziet ook dat minder Nederlanders gaan voor een collectieve verzekering. Dit percentage nam dit jaar af: van 63,5 naar 61,6 procent.
Waarom het niet slim is om verzekeringen op te zeggen
Een allriskverzekering die eigenlijk niet nodig is. Een reisverzekering voor landen waar je toch nooit naartoe gaat. Een inboedelverzekering die véél meer dekt dan je nodig hebt. Oververzekering is een veelvoorkomend fenomeen in het Nederlandse verzekeringswezen en steeds meer mensen ontdekken dat ze overbodige borgstellingen hebben. Dat lost u echter niet op door dit soort verzekeringen dan maar op te zeggen.
Verzekeringen zijn gebonden aan verandering, daar waar je leven waarschijnlijk ook niet altijd ongewijzigd blijft. Dat betekent echter niet dat varianten als de reisverzekering dan maar moet opzeggen. Ook wanneer u – om welke reden dan ook – niet meer zo vaak de hort op gaat als voorheen, loont het om deze, wellicht in een iets andere vorm, te behouden.
Ons advies is dan ook: pak, zodra er iets in uw leven aanzienlijk wijzigt, uw polisbladen er bij. Daarmee doelen op situaties als verhuizingen, geboortes en de komst van een nieuw gezinslid.
Toereikend – of niet?
Bekijk dan of de verzekeringen die u in het verleden hebt afgesloten toereikend zijn voor de nieuwe situatie. Ga bijvoorbeeld na of uw vorige inboedelverzekering past bij uw nieuwe koophuis. Het kan zijn dat er u er een extra verzekering bij moet nemen, maar het is net zo goed mogelijk dat u tegenwoordig goedkoper uit kunt zijn. Zodoende bespaart u op uw verzekeringen zónder dat u deze zomaar laat varen.
Meer verzekeringen
Andere voorbeelden van verzekeringen die afhankelijk zijn van uw persoonlijke situatie zijn de autoverzekering, verschillende reisverzekeringen en de aansprakelijkheidsverzekering. Ga voor alle verzekeringen na of ze nog steeds toepasselijk zijn voor uw situatie en gebruik, als dat het geval is, een online vergelijkingstool om te bekijken of een concurrent wellicht hetzelfde biedt, maar voor minder geld. Dat bespaart u uiteindelijk veel meer geld dan een simpele stopzetting.

Van fiets switchen: wat betekent dat voor mijn verzekering?


Dankzij een goed verzekerde fiets gaat u met een veilig gevoel op. Maar hoe zit dat wanneer u een nieuwe fiets heeft gekocht? We vertellen u er hieronder méér over.
Fietsverzekeringen worden langzaam maar zeker een onmisbaar. Zeker nu fietsen vaker elektrisch en dus prijziger worden, is het raadzaam een passende verzekering af te sluiten, mocht er onverhoopt sprake zijn van schade of diefstal. Het kan natuurlijk zo zijn dat u al een fietsverzekering heeft, maar dat u onlangs een nieuw exemplaar heeft besteld en de verzekering dus eigenlijk overgezet moet worden. Of dit wel of niet kan, is afhankelijk van welke verzekering u nu heeft.
Doorlopende verzekeringen
Heeft u een doorlopende verzekering? Dan is het in principe altijd mogelijk om uw fietsverzekering te verleggen. Deze verzekering geldt tenslotte voor onbepaalde tijd. U neemt hierover contact op met de verzekeraar in kwestie.
Een ander voordeel van de doorlopende verzekering is dat u deze ook gewoon kunt stopzetten, bijvoorbeeld wanneer u helemaal stopt met fietsen en dus geen verzekering meer nodig heeft. Hou daarbij wel de opzegtermijn in de gaten. Bij de meeste verzekeraars is zoiets pas mogelijk na een jaar.
Aflopende verzekeringen
Het kan ook zo zijn dat uw huidige fiets is verzekerd met een aflopende verzekering. U heeft uw fiets dan voor een vooraf bepaalde periode verzekerd en de premie in één keer betaald. Zo’n verzekering geldt voor één fiets. Het is dan ook niet mogelijk om de verzekering te wijzigen: daarvoor moet een nieuwe verzekering afsluiten.
Het is soms wél mogelijk om uw premie deels terug te krijgen, bijvoorbeeld wanneer u de nieuwe fiets ook bij dezelfde verzekeraar laat verzekeren. Neem in dat geval opnieuw contact op met de verzekeraar in kwestie.

Heeft u onlangs een huis gekocht? We willen u niet van uw feestvreugde beroven, maar binnen afzienbare tijd moet u tóch schakelen: er is papierwerk aan de winkel. Een samenlevingscontract is mogelijk een voorbeeld van iets dat vóór intrek moet gebeuren.
Zo’n samenlevingscontract draait om het vastleggen van afspraken tussen de personen die samen een huis hebben gekocht. Dat gebeurt bij een notaris. Hij of zij loodst u door wat doorgaans wordt beschouwd als de saaie onderdelen die bij een huis kopen komen kijken. U wilt u tenslotte het liefst bezighouden met de inrichting van uw nieuwbakken woning. Niet met de verdeling van financiën.

Verdeling van financiën


Die verdeling van financiën is dan ook direct het belangrijkste element van een samenlevingscontract. Dit document stelt allereerst van wie het huis is: van beide inwoners – of méér van de een dan van de ander? Daarbij is ook aandacht voor andere bezittingen. Inwoner A kan bijvoorbeeld het huis betrekken terwijl hij of zij in het bezit is van een auto. Wordt deze auto dan ook van Inwoner B – óf blijft dit bezit van enkel Inwoner A.

Verblijvingsbeding


Een verblijvingsbeding is een tweede element. Dit draait om iets waar u bij de aankoop van een woning helemáál niet aan wil denken: het overlijden van een na de twee bewoners. Het bepaalt wie het huis en de inboedel in het geval van zo’n noodsituatie erft. Daarmee wordt ook uitgesloten dat een derde, bijvoorbeeld familielid, met de woning aan de haal gaat.

Kinderen


Een veel leuker onderdeel van een samenlevingscontract heeft te maken met eventuele kinderen. Het contract stelt dan wie het ouderlijk gezag krijgt. Normaal gesproken krijgt de moeder dit gezag, terwijl de vader het kind daarvoor moet erkennen. Een samenlevingscontract regelt dit echter in één keer, maar stelt ook wie het gezag krijgt wanneer de relatie onverhoopt tot een einde komt. U komt in dat geval niet voor vervelende verrassingen te staan.
Notaris deed dertien (!) jaar over een eenvoudige erfrechtverklaring: hoe kon dit gebeuren?
Notariswerkzaamheden zijn tijdrovend en kunnen soms behoorlijk wat uren in beslag nemen. Maar dertien jaar? Dat lijkt ons een béétje teveel van het goede. Vooral wanneer het gaat om iets simpels als de afwikkeling van een eenvoudige nalatenschap.
En toch is dat precies wat er eerder dit jaar in ’s-Hertogenbosch aan het licht kwam. Een notaris uit de Brabantse hoofdstad werd in 2007 belast met het afhandelen van de erfenis van een op 77-jarige leeftijd overleden erflaatster. Dertien jaar later is de zaak nog altijd niet afgerond.
Oorzaken
De redenen achter deze extreme vertraging zijn wat onduidelijk. Feit blijft wel dat de notaris pas in 2012 ook daadwerkelijk werd benoemd als vereffenaar: vijf jaar na het overlijden van de erflaatster. De overige vertraging is volgens de notaris zelf te wijten aan een breed palet een oorzaken, variërend van zieke collega’s en een verhuizing van het kantoor tot de coronacrisis en vakantie.
Kamer van het Notariaat
De Kamer van het Notariaat had echter geen boodschap aan zijn excuses – en ook niet aan het bijbehorende goedmakertje: er zou een complete taskforce op de ernstig vertraagde zaak worden gezet. Ze noemen het een blamage dat de basale nalatenschap nog niet is afgewikkeld. De erfgenamen hebben tot dusver dan ook nog geen cent gezien.
Wat het nog eens extra pijnlijk maakt, is dat sommige erfgenamen in de tussentijd zijn overleden. Ondertussen heeft de notaris wél 350 gewerkte uren geregisterd, hetgeen neerkomt op een factuurtje van €62.000. Daar zou dan ook nog eens 36 uur extra bij komen.
De huidige notaris gaat die werkzaamheden in ieder geval niet zelf uitvoeren: die is door de Kamer van het Notariaat uit het ambt gezet.
Banksaldo van een overledene uitgekeerd krijgen: waarom het lastig is
Een dierbare verliezen is per definitieve moeilijk. Daar hoeven beslommeringen in het bankwezen verder niets aan toe te voegen. Toch blijkt het banksaldo van een overledene uitgekeerd krijgen in de praktijk vaak gepaard te gaan met de nodige administratieve rompslomp. Hoe kan dat?
Het simpele antwoord op deze vraag? Banken zijn bang. Angstig dat saldi worden overgeboekt naar rekeningen die daar in de verste verte géén recht op hebben, onder andere. En daardoor willen ze nog weleens vragen naar documenten die de meesten niet in huis hebben liggen.
Verklaring van erfrecht
Een verklaring van erfrecht, bijvoorbeeld. Dat is een notariële akte die – soort van – bewijst dat u degene bent met het recht op het erven van de desbetreffende rekening met inhoud. Daarmee heeft u veelal niet alleen toegang tot de rekening, maar kunt u ook de woning van de overledene verkopen én kan diens levensverzekering worden uitgekeerd.
BRP
Het kan desondanks voorkomen dat alleen een verklaring van erfrecht niet genoeg is. Banken willen ook nog weleens vragen om een uittreksel BRP: Basisregistratie Personen. Dat is weliswaar geen notariële akte, maar wel een document waarmee kan worden vastgesteld dat u een rechtmatige nabestaande bent.
De BRP bevat bijvoorbeeld persoonsgegevens, maar ook die van uw ouders. Dat laat dus in ieder geval zien dat u een nabestaande bent. Hij is verkrijgbaar via de gemeente.
Centraal Testamentregister
Een testament kan ook een oplossing bieden. Daarvoor moet u niet bij de notaris of gemeente, maar bij het Centraal Testamentregister zijn. Er moet dan natuurlijk wel sprake zijn van een testament. Checken of dit inderdaad het geval is, is gratis: het daadwerkelijke testament opvragen kost geld.
Familieproblemen voorkomen? Een erfrechtverklaring kan helpen...
Erfenissen zijn bij uitstek zaken die nogal eens voor heibel binnen gezinnen en families leiden. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer verschillende kinderen vooraf al niet op goede voet met elkaar leefden, maar ook wanneer dit in wezen wél het geval was. Het is daarom altijd raadzaam om een zogenoemde erfrechtverklaring af te sluiten. Dit voorkomt een hoop gedoe wanneer er sprake is van een erfenis.
Een erfrechtverklaring stelt op papier vast wie recht heeft op het geld van een overledene. Dat kan alleen een notaris doen, waardoor er naderhand in feite geen gesteggel of een welles-nietes-spelletjes kan ontstaan.
Zo’n notaris bekijkt de situatie dan ook uiterst neutraal. Hij of zij doet bijvoorbeeld onderzoek náár de mogelijke erfgenamen. Hij speurt daarbij onder meer de burgerlijke stand én het Centraal Testamentenregister af. Doel daarvan is alle erfgenamen helder in beeld brengen, zodat er een zo eerlijk mogelijk afwikkeling van de situatie ontstaat.
Huizen, grond en voertuigen
Daarbij wordt niet alleen gelegd op financiële bescheiden. Erfenissen kunnen tenslotte ook bestaan uit huizen, stukken grond en zelfs voertuigen. In dat geval is het slim om niet alleen een erfrechtverklaring af te sluiten, maar deze ook in te schrijven bij het Kadaster.
Het Kadaster bevat namelijk de eigenaar van het huis, de grond of het voertuig. Dat was dus de inmiddels overleden eigenaar, maar na een inschrijving van de erfrechtverklaring gaat dit automatisch over op de erfgenamen. Dat kan de afwikkeling van de zaak aanzienlijk vereenvoudigen, zeker gezien zaken als de WOZ-aanslag en diverse levensverzekeringen hier mogelijk aan gekoppeld zijn.
Notaris benaderen
Kortom – wilt u familieproblemen omtrent een eventuele erfenis voorkomen? Dan is het raadzaam om in een vroeg stadium een notaris te benaderen als neutrale tussenpartij.

Starter? Let dan extra op de taxatiewaarde tijdens de overdrachtsbelasting


Het was – en is – in principe goed nieuws voor starters op de woningmarkt: het wegwuiven van de overdrachtsbelasting voor specifieke koophuizen. Grof gezegd houdt het in dat je géén overdrachtsbelasting betaalt wanneer u zowel na 1 april 2020 (voor het eerst) een huis koopt en dit huis minder dan €400.000 kostte. Let desondanks goed op, want er zit een addertje onder het gras.
De overdrachtsbelasting bedroeg vóór april 2020 twee procent van het de taxatiewaarde van een woning. Dat komt dus neer op een bedrag van €6.000 bij een huis met een waarde van €300.000.
Onwenselijk, zo vonden velen. Dit zou starters alleen maar demotiveren om de woningmarkt op te gaan, terwijl het beleggers juist zou uitnodigen tot het opkopen van meer panden: zij kunnen dat bedrag tenslotte eenvoudiger missen. Daarom werd besloten de regels op de schop te gooien. Wie nu voor het eerst een huis koopt hoeft géén overdrachtsbelasting te betalen. Daarentegen betalen beleggers juist meer.
Die regels gelden echter uitsluitend voor kopers tot 35 jaar met een woning goedkoper dan €400.000. Dat is voor sommigen een reden om te zoeken naar een huis dat nét onder die limiet duikt.
Taxatiewaarde
Belangrijk om te weten is dat het echter de taxatiewaarde is die bepaalt of een nieuwe woning daadwerkelijk onder deze grens valt. Een verkoper kan zijn woning tenslotte voor €399.000 aanbieden, maar dat betekent niet dat het pand dat ook waard is. Misschien ligt de waarde wel hoger – laten we zeggen op €410.000. En dan betaalt u dus wél gewoon overdrachtsbelasting.
Dat kan een hard gelag zijn voor starter die op voorhand denken goedkoper uit te zijn. Schakel daarom op voorhand een notaris in als u twijfelt. Zij zijn doorgaans goed op de hoogte van dit soort regels en kunnen u vertellen wat in uw situatie het verstandigst is.

Eigenaar of lid van een stichting of vereniging? Dan is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, de WBTR, u ongetwijfeld niet ontgaan. Deze gaat namelijk gepaard met nogal wat verandering op het gebied van – niet geheel verrassend – het bestuur. Welke leest u hieronder.
Het belangrijkste gevolg van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen is de gelijktrekking met de vennootschappen en andere rechtspersonen. Die hebben namelijk allen te maken met regels die moeten voorkomen dat er zelfverrijking, wanbestuur of andere onwenselijkheden voorkomen.
Stichtingen en verenigingen hadden dit soort regels niet – tót de WBTR in het leven werd geroepen. Deze geeft stichtingen en verenigingen sinds 1 juli 2021 de verplichting tot het invoeren van een toezichthoudend orgaan. Dat kan een raad van commissarissen, maar ook een zogenoemd one tier board zijn. Deze moet toezien op het gedrag van bestuurders.

Meer bestuurdersaansprakelijkheid


Een tweede gevolg is er op het terrein van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat komt er grofweg op neer dat de bestuurders van een stichting of vereniging sinds 1 juli 2021 aansprakelijk zijn en derhalve vennootschapsbelasting moeten betalen én een jaarrekening moeten kunnen overleggen.
Is dat laatste niet het geval? Dan kan er sprake zijn van onbehoorlijk bestuur. De bestuurder in kwestie wordt in dat geval aansprakelijk gesteld.
Uitzonderingen zijn bestuurders en commissarissen van niet-commerciële stichtingen en verenigingen. Ze kunnen weliswaar aansprakelijk worden gesteld, maar hebben geen zogenoemde bewijslast. Die is in handen van de curator.

Reacties


De invoering van de WBTR vallen niet bij alle stichtingen en verenigingen in goede aarde. EenVandaag deed al melding van verschillende organisaties bij wie de invoering rauw op hun dak viel. Sommige instanties geven aan te zijn overvallen door de invoering: ze stellen niet in staat te zijn om aan het bijbehorende kostenplaatje te voldoen.
Het ministerie van Justitie van Veiligheid heeft daarop laten weten dat de WBTR voor de eerste vijf jaar géén dwingend karakter heeft.
Wat is tegenstrijdig belang en wat gaat er op 1 juli gebeuren om dit te bestrijden?
Bestuurders van stichtingen en verenigingen kunnen te maken krijgen met een situatie waarbij er sprake is van tegenstrijdig belang. De nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, de Wbtr, treedt op 1 juli in werking om dit te voorkomen.
Maar eerst – wat is tegenstrijdig belang precies?
Tegenstrijdig belang binnen een stichting of vereniging verwijst naar een situatie waarbij een bestuurder dubbel profijt heeft van zijn of haar functie binnen deze organisatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een bestuurder die namens de stichting zaken doet met een bedrijf met winstoogmerk, waarvoor hij of zij ook werkt.
Een onwenselijke situatie, vanzelfsprekend. Op die manier kan een bestuurder zichzelf tenslotte verrijken en alles over een boeg genaamd organisatiekosten gooien. Tot en met 1 juli 2021, althans. Dan treedt namelijk de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in werking.
Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr)
De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zorgt ervoor dat stichtingen en verenigingen zich aan dezelfde regels moeten houden als coöperaties. Dat houdt concreet in dat een bestuurder van een stichting of vereniging zich niet langer mag bezighouden met besluiten waarbij hij of zij persoonlijk belang heeft. Tenminste – niet zolang het in strijd is met diens rechtspersoon.
Gebeurt dat toch? Dan kunnen er complete besluiten namens de stichting nietig worden verklaard.
Dwingend recht
De Wbtr is een voorbeeld van zogenoemd dwingend recht. Dat betekent dat alle andere regelingen omtrent tegenstrijdig belang, al zijn ze nog zo prominent opgenomen in de statuten van een stichting of vereniging, komen te vervallen.
Het is daarom aan te raden om die statuten ook zo spoedig mogelijk te wijzigen, zodat deze in lijn is met de nieuwe wetgeving.
Bestuurdersaansprakelijkheid: wat is het en wat verandert er?
Bestuurders van een stichting of vereniging staat een behoorlijke wijziging te wachten op het gebied van aansprakelijkheid. Wat dat precies inhoudt en wat er exact gaat veranderen? Dat vertellen we u hieronder.
Financiële misverstanden zijn – helaas – van alle tijden. Ze komen voor in bv’s, nv’s, eenmanszaken en inderdaad – binnen in stichtingen en verenigingen.
Hoewel dat natuurlijk lang niet altijd het geval hoeft te zijn, is het mogelijk dat dit voortkomt uit wanbestuur, misbruik van machtsposities en/of een onjuist, economisch beheer. Om die reden trekt het kabinet vanaf 1 juli de teugels aan. Dat doen ze door middel van de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, de WBTR. En daarmee verandert er nogal wat voor bestuurders van stichtingen en verenigingen.
Wet bestuur en toezicht verenigingen
De wet houdt grofweg in dat stichtingen en verenigingen diverse procedures en verantwoordelijkheden voortaan beter moeten vastleggen en naleven. Dat houdt in wezen in dat er een toezichthoudend orgaan moet komen. Een Raad van Commissarissen (RvC), bijvoorbeeld. Of een zogenoemd one-tier board.
Dit is een verplichting die vennootschappen en corporaties al iets langer hadden. Stichtingen en verenigingen ontsprongen tot dusver de dans. Wat dat betreft, komt er met de komst van de WBTR meer gelijkheid tussen de verschillende rechtsvormen.
Meer aansprakelijkheid
Dat is echter niet het enige dat er vanaf 1 juli verandert. Zo worden bestuurders van stichtingen en verenigingen ook belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Ze krijgen eveneens een jaarrekeningsverplichting, wat concreet inhoudt dat ze een administratie of jaarrekening moeten kunnen overleggen. Gebeurt dat niet? Dan is er sprake van wanbestuur – met alle gevolgen van dien.
Let wel: niet alle stichtingen en verenigingen komen voor de WBTR in aanmerking. Niet-commerciële varianten zijn vooral gevrijwaard. Voor hen verandert er op 1 juli eigenlijk helemaal niet zo gek veel.
Méér aansprakelijkheid voor stichtingen en verenigingen: wat houdt het in?
Maak kennis met de WBTR: de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Een nieuwe wet die moet zorgen voor een zogenoemde hoofdzakelijke aansprakelijkheid voor rechtspersonen. Daaronder vallen dus ook stichtingen en verenigingen. U leest er hieronder meer over.
We willen graag anders melden, maar helaas zijn ook stichtingen en verenigingen niet gevrijwaard van financiële misstanden. Wanbestuur, misbruik van (macht)posities, onjuist financieel beheer: het zijn allemaal voorbeelden van problemen die binnen alle rechtspersonen voorkomen.
WBTR
Te vaak voorkomen, zo vindt de overheid. Daarom gaat op 1 juli 2021 de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in. Die vereist dat onder andere stichtingen en verenigingen procedures en verantwoordelijkheden beter vastleggen en voorschrijven.
Dat houdt concreet in dat stichtingen en verenigingen een toezichthoudend orgaan moeten krijgen. Dat kan een raad van commissarissen zijn, maar ook een zogenoemde one-tier board. Vennootschappen en corporaties hadden deze plicht al wat langer, maar stichtingen en verenigingen nog niet. Wat dat betreft, zijn de rechtspersonen hiermee meer gelijkgetrokken.
Meer aansprakelijkheid
‘Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dat zorgt nog niet voor meer aansprakelijkheid, toch?’
Klopt – en daarom zijn er vanaf 1 juli ook nog een aantal aanvullende plichten voor iedereen die zichzelf een bestuurder van een stichting of een commissaris van een vereniging mag noemen. Ze zijn vanaf die dag belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting én hebben een jaarrekeningplicht. Dat houdt in dat ze een administratie en een jaarrekening moeten kunnen overleggen. Slagen ze daar niet in? Dan worden ze als bestuurders aansprakelijk gesteld en beschuldigd van onbehoorlijk bestuur.
Overigens geldt niet niet voor alle stichtingen en verenigingen, maar uitsluitend voor commerciële varianten. Niet-commerciële stichtingen en verenigingen zijn daarmee gevrijwaard: voor hen verandert er vanaf 1 juli op het gebied van aansprakelijkheid weinig.

Gemeentes willen méér geld voor sportverenigingen


De ene sport kende meer versoepelingen dan de ander, maar over het algemeen lijkt het ons veilig om te stellen dat verenigingen ontzettend hard zijn getroffen door de gevolgen van de coronapandemie. Dat is ook verschillende steden niet ontgaan. Den Haag is één van de gemeentes die daarom hebben aangeklopt bij de Tweede Kamer.
Het is niet zo dat het kabinet helemaal geen budget beschikbaar heeft gesteld voor noodlijdende sportverenigingen. Zo werd eerder bekend dat er een bedrag van 240 miljoen euro is uitgetrokken om dergelijke verenigingen uit de brand te helpen. Echter circuleert er een motie om dit bedrag deels aan de verschillende sportbonden te geven. En daar zijn diverse gemeentes het niet mee eens.
Bezwaar
Den Haag heeft bijvoorbeeld bezwaar aangetekend. Zij stellen dat sportbonden andere regelingen hebben en dat dit bedrag in z’n geheel naar de verenigingen zelf moet gaan. Volgens onder meer de gemeente Den Haag zijn namelijk de verenigingen die het momenteel het zwaarst hebben. Veel sporten liggen al lange tijd stil, terwijl – in sommige gevallen – vaste lasten als de huur van de accommodatie wél gewoon doorloopt.
Daarnaast waarschuwt Den Haag voor de gevolgen wanneer sportverenigingen onverhoopt en zonder steun omvallen. Ze stellen dat sport juist nu belangrijk is, vooral vanwege de (mentale) gezondheid van de deelnemers. En wanneer de steun niet naar de verenigingen gaat, horen die scenario’s helaas bij de mogelijkheden. Den Haag stelt dat veel verenigingen het nu nog wel even volhouden, maar dat de 240 miljoen euro daar echt in z’n geheel voor nodig is.
Motie
De motie, die overigens werd ingediend door de VVD, is desondanks aangenomen door de Kamer. De wethouders van de vijf grote steden hebben hun zorgen inmiddels besproken met de wethouder.
Bron: Omroep West

De notaris kampt met een nogal eenzijdig imago. Hij of zij wordt nogal eens in verband gebracht met het opstellen van notariële aktes. En dat is ten onrechte, zo vindt het Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).
Vandaar dat de overkoepelende organisatie nu volop inzet op een reclamecampagne die dat beeld van de notaris moet ontkrachten. Het beroep notaris bestaat volgens hen helemaal niet alleen aan het opstellen van aktes. Het KNB stelt dat te veel mensen denken aan de juridische zijde van het werk wanneer er over notarissen wordt gesproken. Ze komt derhalve met een gloednieuwe videocampagne.

Videocampagne


De videocampagne is ontwikkeld door Kaliber, een digitaal reclamebureau dat mensen en merken met elkaar in verband brengt. De campagne draagt de naam Voor alle momenten die vragen om de notaris en moet afrekenen met het eenzijdige beeld van de notaris. De campagne focust zich op alle momenten waarbij een notaris komt kijken. Benadrukt wordt dat verschillende vraagstukken steeds andere eigenschappen van de notaris vragen. Daarmee wordt indirect de veelzijdigheid van de notaris belicht.

Vijf video’s


De meerwaarde van de notaris wordt besproken aan de hand van vijf verschillende video’s. Deze behandelen diverse onderwerpen, waaronder het opstellen van een testament, een bedrijfsovername van vader op kind en internationale fusies. Daarbij komt telkens aan bod wat er van de notaris in kwestie wordt verwacht. In sommige gevallen gaat dat om vastberadenheid, in andere situaties treedt de notaris juist op als de bewaker van verbinding. Kortom: het vergt inlevingsvermogen en, belangrijker, altijd iets anders. De notaris zelfs staat daarmee véél meer centraal en dat is precies wat de campagne moet doen.
Wilsbekwaam of niet: hoe beoordeelt de notaris zijn klanten op dit gebied?
Het blijft een even lastig als heikel punt voor notarissen: het bepalen of en in hoeverre een klant wilsbekwaam is. Dit bepaalt bijvoorbeeld of hij of zij een levenstestament kan en mag tekenen. Een nieuw stappenplan moet daar onder andere meer overzicht in bieden.

Bepalen of iemand al dan niet wilsbekwaam is, gaat in wezen altijd gepaard met een zogenoemd wilsbekwaamheidsonderzoek. Dit onderzoek is verplicht, omdat het opstellen en ondertekenen van een testament een nogal gewichtige zaak is. Een testament van een persoon die achteraf niet-wilsbekwaam blijkt, wordt namelijk ongeldig verklaard.
Wilsbekwaamheidsonderzoek
Zo’n onderzoek bestaat doorgaans uit een aantal korte vragen. Deze gaan in principe in op wat de persoon in kwestie wil verwerken in zijn of haar levenstestament. Als daaruit blijkt dat er eigenlijk geen reden is om de twijfelen aan diens wilsbekwaamheid, stopt het onderzoek vrij vlot, waarna de notaris verder kan gaan met zijn of haar werk. De klant merkt hier doorgaans ook niet veel van.
Soms is er aanleiding voor extra aandacht aan de wilsbekwaamheid van de klant. Hoe de notaris de kwestie dan moet afhandelen, is afhankelijk van de situatie.
Stappenplan
Er is geen eenduidige manier om een situatie met een niet-wilsbekwaam persoon af te handelen. Of was, moeten we eigenlijk zeggen. Misschien is er daarom wel een nieuw stappenplan in het leven geroepen.
Dit stappenplan heeft nadrukkelijk de aansluiting gezocht bij het VN-verdrag Handicap. Dit is een verdrag met als doel het verbeteren van de positie van mensen met een beperking. Uitgangspunt daarbij is dat altijd wordt gestreefd naar een situatie waarbij de cliënt zelf beslist – en niet iemand anders.
Dit houdt dus ook in dat de notaris zoveel mogelijk met de klant zelf in zee moet gaan. Het is, in het kader van dit nieuwe stappenplan, de taak van de notaris om onbehoorlijke beïnvloeding te voorkomen.
Notarissen verwerken momenteel méér aktes dan ooit
De notaris is populair – zo blijkt. Vorig jaar werden er relatief al behoorlijk wat aktes verwerkt, maar 2021 gaat daar vooralsnog overheen. In totaal kwamen er tijdens het eerste kwartaal van 2021 meer dan 490.000 notariële aktes voorbij. En dat is flink meer dan pak ‘m beet een jaar geleden.
Vijftigduizend aktes meer, om precies te zijn. Dat meldt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). De gemiddelde notaris heeft het er dus maar druk mee.
Hypotheken
De stijging heeft onder andere te maken met een topdrukte qua hypotheken en andere overdrachten van onroerend goed. Dat heeft in eerste zin te maken met andere tarieven voor de overdrachtsbelasting. Om starters op de woningmarkt een handje te helpen, heeft de regering besloten deze tarieven te wijzigen: op een manier dat starters er meer profijt van hebben – en niet de beleggers. Deze zogeheten startersvrijstelling bedraagt nu een belasting van slechts twee procent voor woningen met een waarde tot €400.000.
Dat lijkt geholpen te hebben, want Nederlandse notarissen hebben in totaal 22.000 extra hypotheken verwerkt.
Samenlevingscontracten
De stijging wordt ook veroorzaakt door een veelvoud aan samenlevingscontracten. Het KNB meldt een stijging van zo’n veertig procent. Dat kan te maken hebben met de eerder genoemde hypotheken. Tenslotte sluiten starters die een huis kopen vaak ook direct een samenlevingscontract af.
Een derde stijging is te vinden in de bv’s. Enigszins opmerkelijk zijn er in het eerste kwartaal van 2021 ook meer besloten vennootschappen opgericht. Het aantal nieuwe bv’s staat momenteel op 19.500: een stijging van bijna 3.500 organisaties.
Afname
Daartegenover staat dat het aantal levenstestamenten juist weer afnam ten opzichte van vorig jaar. Daar zit ten tijde van schrijven echter weer vaart in: een stijging van 21,7 in maart van 2021. Drukke tijden voor de notaris dus.

De woningmarkt zit op slot: dit willen de vier grootste, politieke partijen voor je betekenen


De verkiezingen zijn achter de rug, de kabinetsformatie is eindelijk op gang en de woningmarkt – die zit nog altijd muurvast. Merkt u ook dat het lastig is om een geschikte en betaalbare woning te vinden? Dan is het handig om te weten wat de vier grootste partijen daaraan willen veranderen. Een overzicht.
VVD
Kritiek of niet – de VVD is nog altijd de grootste partij van Nederland en dus hebben de liberalen een ferme invloed op de plannen voor de woningmarkt. Ze willen allereerst meer bouwen en meer huurwoningen realiseren. De startersmarkt kan volgens hen flink rechtvaardiger: een van de partijbeloftes is gestoeld op de gedachte betaalbare woningen voor iedereen.
De VVD is tevens voor een aanpassing van de verhuurdersheffing en vindt dat woningbouwcorporaties dure woningen moeten verkopen en goedkope huizen moeten bouwen. De hypotheekrenteaftrek wordt niet genoemd.
D66
De democraten van D66 pleiten voor meer bouwlocaties verspreid over het land. Zo willen ze in ieder geval de krapte in de Randstad verkleinen. Ze willen daarbij aandacht besteden aan diverse woonbehoeftes en levensfases, zodat er meer gezinswoningen vrijkomen.
Wat D66 betreft, vervalt de verhuurdersheffing ten faveure van een verplichte bijdrage aan een fonds voor nieuwbouwwoningen. Ze willen de hypotheekrenteaftrek volledig afbouwen.
PVV
De PVV pleit allereerst voor de beschikbaarstelling van extra woongrond, zodat daar huizen voor verscheidene doelgroepen gebouwd kunnen worden. Ze pleiten daarnaast voor meer starterswoningen, eengezinswoningen en onderdak voor ouderen. De verhuurdersheffing komt daarbij niet aan de orde, maar de hypotheekrenteaftrek wel: daar moet men volgens de partij van Geert Wilders vanaf blijven.
CDA
Tot slot – het CDA. Zij komen met een woonplan waarmee Nederland binnen tien jaar één miljoen woningen rijker is. De verhuurdersheffing wordt ingewisseld voor afspraken omtrent bouwoplages en de hypotheekrenteaftrek komt ook hier niet aan de orde.

Huurder versus verhuurder: wie draait op voor de coronaproblemen?


Veel ondernemingen zitten door de coronacrisis in zwaar weer. Sommigen zijn hierdoor (tijdelijk) niet in staat om hun huur te betalen. In dat geval rest de vraag wie in zijn of haar recht staat: de huurder die door extreem uitzonderlijke omstandigheden financiële problemen ondervindt óf de verhuurder die ook gewoon moet verdienen.
In alle gevallen geldt dat het nooit raadzaam is om zomaar te stoppen met het betalen van huur. Het kan namelijk zo zijn dat een verhuurder zelf ook moeilijkheden ervaart, bijvoorbeeld door bepaalde verplichtingen aan de bank.
Communicatie is, zoals wel vaker, het belangrijkst. Neem als huurder contact op met de verhuurder in kwestie. Leg de situatie uit en doe een voorstel tot uitstel van de huurbetaling. U kunt er, afhankelijk van de situatie, ook voor kiezen om voor te stellen de huur tijdelijk deels te voldoen.
Geen overeenkomst
Het kan zijn dat u er niet uitkomt met uw verhuurder, bijvoorbeeld wanneer deze u aan uw contract houdt. In dat het geval is het mogelijk om een rechter te benaderen. U kunt hem of haar dan vragen naar een aanpassing van dat contract, bijvoorbeeld op basis van onvoorziene omstandigheden. De rechter kijkt dan naar uw persoonlijke situatie en neemt daarbij verschillende facetten, waaronder de duur van de crisis en de beschikbare compensatiemaatregelen voor uw branche, in ogenschouw.
Ontbinding
In het ergste geval biedt ook de gang naar de reguliere rechter geen oplossing. U kunt in dat geval naar de kantonrechter stappen: de enige die in staat is om een huurcontract te ontbinden. De verhuurder heeft zodoende ook nooit de mogelijkheid om uw bedrijf uit het pand te verwijderen.

Ondernemers worden nogal eens geconfronteerd met de mogelijkheid om allerlei verzekeringen af te sluiten. Deze zijn niet altijd nodig. Een grafisch vormgever loopt doorgaans tenslotte minder risico dan een bouwondernemer, wat de vraag of een verzekering raadzaam is altijd persoonsgebonden maakt. En nu we het toch over bouwondernemers hebben: voor hen zijn veel verzekeringen, door het risicovolle karakter van hun beroep, wél aan te raden.

Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering


De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering wordt doorgaans afgekort tot AVB en over het algemeen gezien als dé verzekering voor bouwondernemers. Dat komt omdat hij zowel letsel- als zaakschade vergoedt. En dat niet alleen. De AVB zorgt ook voor een dekking van financiële schade die weer ontstaat als gevolg van de initiële schade.

Rechtsbijstandverzekering


Ondernemers die géén achtergrond in het recht hebben, kunnen vroeg of laat tegen een juridische lamp aanlopen. Geschillen met klanten of andere bedrijven vereisen vaak rechtsbijstand – en dat kan behoorlijk in de kosten lopen… Een rechtsbijstandverzekering zorgt voor een dekking van deze kosten. Hoeveel? Dat verschilt per aanbieder.

Ongevallenverzekeringen


Ongevallen zitten in kleine hoekjes. Behalve in de zware, industriële bouw. Daar zitten ze in hoeken. Een ongevallenverzekering is in zo’n geval allesbehalve een overbodige luxe. Hij dekt u voor een vooraf bepaald bedrag in bij ongevallen met zware (lichamelijke) schade.

CAR-verzekering


CAR staat voor Construction Allrisk – en dat spreekt eigenlijk boekdelen. Hij dekt materiële schade die tijdens bouwwerkzaamheden wordt veroorzaakt. En er is méér. Dit is namelijk ook de verzekering die u moet hebben wanneer u uzelf wilt dekken tegen diefstal.

Autoverzekering


Zware bouwmaterialen verplaatst u nu eenmaal niet met de fiets. Een autoverzekering, of een bestelautoverzekering, kan daarom handig zijn. De verzekeringstypes zijn hetzelfde als bij het verzekeren van een persoonlijk voertuig. U kunt kiezen uit een WA-dekking, een WA-plus-dekking óf een allriskverzekering.
Reisverzekeringen en de nieuwe reisadviezen: wat dekt de verzekering bij een negatief reisadvies?
Stukje bij beetje openen landen hun grenzen voor de gemiddelde reiziger. In plaats van een algemeen negatief reisadvies wordt er nu gewerkt met kleurcodes: geel, oranje en rood. We nemen hieronder kort door welke invloed dit heeft op verzekeringen.
Geel reisadvies
Een land met een geel reisadvies is een land waar u naartoe kunt reizen, ook voor vakantie. De kleurcode verwijst naar het feit dat u wél moet blijven opletten: er zijn veiligheids- of gezondheidsrisico’s aanwezig. Voorbeelden van landen die momenteel een gele kleurcode hebben, zijn Noorwegen, Duitsland en delen van Griekenland.
Gaat u naar een land met een geel reisadvies? Dan bent u met uw reisverzekering in wezen gewóón gedekt voor zaken waar u normaal gesproken ook voor bent verzekerd. Het is desondanks raadzaam om vóór vertrek contact op te nemen met je verzekering.
Oranje reisadvies
Een land met een oranje reisadvies is een land waar u alleen naartoe kunt reizen als het strikt noodzakelijk is. Daaronder vallen onder meer familie- en werkbezoeken. Voorbeelden van landen die momenteel een oranje kleurcode hebben, zijn het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Reist u naar een oranje gebied? Dan bent u meestal niet verzekerd wanneer het om aan corona verwante schade gaat. Dat verandert echter wanneer u al in het land bent wanneer een kleurcode naar oranje wordt gewijzigd. Dit valt onder de noemer onvoorzien.
Rood reisadvies
Landen met een rood reisadvies hebben die kleurcode weliswaar deels te danken aan de coronacrisis, maar voornamelijk aan de algehele veiligheidssituatie. Het is hier zeer onveilig en reizen zijn – min of meer – gewoon verboden. Voorbeelden van landen met een rode kleurcode zijn Irak, Afghanistan, Syrië en Noord-Korea.
Ook hier ben je niet verzekerd wanneer het gaat om coronaschade. Daarbij geldt hetzelfde als voor het oranje reisadvies: als dit tijdens de trip wijzigt, wordt de situatie aangemerkt als onvoorzien.
Reisverzekeraars en het coronavirus: de verschillen tussen 2020 en 2021
Een van de door het coronavirus zwaarst getroffen vakgebieden, is de reisbranche. Grote en kleine ondernemingen zagen hun omzet verdampen toen allerlei inreisverboden resulteerde in massaal gecancelde vakanties. De situatie viel ook reisverzekeraars rauw op het dak. Vooral verzekeraars met ruime voorwaarden konden behóórlijk uitkeren. Daardoor is men voor 2021 volop aan de slag gegaan met striktere dekkingen.
Zo vallen risico’s als een verplichte quarantaine veelal niet langer onder de reisverzekering. Verzekeraars als Allianz zien het nu als een soort eigen verantwoordelijk: u gaat op vakantie – en dus neemt u dergelijke risico’s voor lief.
Dat betekent niet dat verzekeraars reizigers helemaal aan het lot overlaten. Om bij het voorbeeld van Allianz te blijven: zij hebben hun aanbod anders ingedeeld en komen nu voor de dag met een zogeheten quarantainedekking.
Deze quarantainedekking dekt bijvoorbeeld verblijfkosten wanneer u onverwachts langer op uw vakantieadres moet blijven. Ter illustratie: u raakt in Spanje besmet, waardoor u, volgens de regels van dat land, verplicht in quarantaine moet. Resultaat is dat u extra geld kwijt bent aan kosten voor accommodatie en reis. Tenzij u gebruikmaakt van een quarantainedekking. Dan wordt dit door de verzekeraar vergoed.
Kleurcodes
Overigens is het niet per definitie zo dat alle kosten vergoed worden, zelfs niet met een quarantainedekking. Dit hangt af van de verschillende kleurcodes. Een groene of gele kleurcode geeft aan dat reizen naar een land in feite veilig is. De kans is dan groot dat er inderdaad wordt uitgekeerd. Reist u echter naar een land met een oranje code? Dan worden dit soort zaken niet altijd vergoed. Het is aan de klant om dit vooraf goed te checken bij de verzekeraar in kwestie.
Er komt voorlopig geen verplichte verzekering voor zzp’ers – en dit is de reden
De introductie van een eventuele, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zonder personeel sloeg in 2020 in als een bom – en niet op een positieve manier.
Daar viel wat voor te zeggen. Uitgangspunt van de voorgenomen verplichting was dat zzp’ers op het terrein van arbeidsongeschiktheid een minder groot contrast vormen met werknemers in loondienst, zoals nu wel het geval is.
Verplichte verzekeringen
Daarbij moesten zzp’ers zich verplicht verzekeren tegenover een inkomensafhankelijke premie van maximaal €200 per maand. Iets dat bij veel ondernemers in het verkeerde keelgat schoot. Ze vonden het bedrag veel te hoog – en bovendien zou het hen niet de gewenste dekking geven.
Zo bleek dat een eventuele verzekering pas na een periode van maximaal twee maanden zou uitkeren. Hoe zzp’ers die zogenoemde wachttijd dan moesten doorkomen, werd niet verteld. De verplichte verzekering hield daarmee concreet in dat zieke zzp’ers twee jaar aan eigen vermogen moesten opmaken, voor de verzekering ook maar een cent zou uitkeren.
Uitstel
Gelukkig voor hen is er een kink in de kabel gekomen en lijkt de verplichting er toch niet te komen. Voorlopig niet, althans. De complexiteit van het fenomeen heeft demissionair minister Wouter Koolmees, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, genoopt te stellen dat er vooralsnog géén uitvoerbare variant van de verplichting is voor te leggen aan de Tweede Kamer.
Koolmees’ inschatting is dat de verplichting pas over enkele jaren wordt ingevoerd – als het überhaupt doorgaat. De weerstand van zzp’ers is dusdanig groot gebleken dat we niet helemaal uitsluiten dat het idee op de plank blijft liggen – in ieder geval als het voorstel zijn huidige vorm blijft houden.

Verzekeraars gaan samenwerken met het KNMI: waarom?


Februari 2021 was qua weer nogal vreemd. De ene week hadden we te maken met extreme kou, waar het kwik een weekend later steeg naar temperaturen die we kennen van het voorjaar. Om beter voorbereid te zijn op dit soort bizarre weersomstandigheden, kondigde het Verbond van Verzekeraars direct na de winterse periode aan voortaan samen te werken met het KNMI, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.
Doel
Het doel daarvan is om situaties waarbij verzekeraars (massaal) schade moeten vergoeden voortaan zo goed mogelijk te voorkomen. Een voorbeeld: het weerinstituut ziet dat er een fikse hagelbui op komst is. Door de nieuwe samenwerking zijn ze in staat om deze informatie door te geven aan uw verzekeraar. Die kan op zijn beurt u weer adviseren om tijdig het dak van uw uitbouw daartegen beschermen.
Dat is echter niet het enige doel dat het Verbond van Verzekeraars voor ogen heeft. Ze denken dat de samenwerking hen ook in staat stelt om betere producten te ontwikkelen – meer verzekeringen op maat, bijvoorbeeld. Het KNMI verwacht op haar beurt dat data van de verzekeraars hen meer mogelijkheden biedt tot het analyseren van klimaat- en weerdata.
In aanvulling daarop zouden ook gemeentes toegang kunnen krijgen tot de gezamenlijke data. Ze kunnen dat bijvoorbeeld gebruiken om afwatering te verbeteren.
Extreme weersomstandigheden
De weersomstandigheden in Nederland worden langzaam steeds extremer – met alle gevolgen van dien. Panden en auto’s ondervinden jaarlijks naar verluidt 360 miljoen euro aan schade. Het NRC meldde dat bedrag in 2050 verdubbelt tot 720 miljoen euro. Wat dat betreft komt het samenwerkingsverband tussen het KNMI en het Verbond van Verzekeraars ook als geroepen.