Nieuwste berichten in onze App


De online omzet in de detailhandel stijgt

Door de coronapandemie mag het geen verrassing heten dat de omzet uit internetverkopen binnen de detailhandel aanzienlijk is gestegen. Het CBS meldde voor het vierde kwartaal van 2020 een stijging van bijna 56 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Daarmee valt ook de totale omzet van het laatste kwartaal hoger uit: 4,5 procent hoger dan in 2019. We moeten daar wél bij vermelden dat er nogal wat verschillen zijn tussen de uiteenlopende branches. Zo steeg de omzet van doe-het-zelf-zaken met bijna 17 procent, maar leverden kledingwinkels juist 26,9 procent in.

Verschillende soorten webwinkels

Een ander onderscheid dat op basis van omzetstijgingen wordt gemaakt, is dat tussen webwinkels en zogenoemde multi-channelers. Een webwinkel heeft verkopen via online kanalen als primaire bedrijfsactiviteit, waar een multi-channeler gebruik maakt van meerdere manieren om zijn of haar waar te verkopen. Het zijn met name de multi-channelers die op dit terrein het meeste winst boeken. De online omzet kende in het vierde kwartaal van 2020 een stijging van maar liefst 71,5 procent en daarmee werd het oude record van 68 procent verbroken.

Webwinkel starten

Retailers zonder webwinkel doen er verstandig aan hier snel mee te beginnen. Het aantal verkopen via internet stijgt enorm – en niet alleen door het coronavirus. Daarbij is het wel raadzaam om rekening te houden met alle bijkomstigheden. Het laten maken en onderhouden van een webwinkel vergt in investering in tijd en geld. Hosting en domeinregistratie zijn hier slechts voorbeelden van. Ook marketing kost geld. Bijvoorbeeld in de vorm van advertenties, zoekmachineoptimalisatie en het inhuren van specialisten daarvoor.
Tip: besteed, indien mogelijk, het maken van een webshop altijd uit aan een specialist. Dat is misschien een investering, maar dat betaalt zich op een later moment zeker uit.



Belastingwijzigingen voor ondernemers: dit zijn de belangrijkste veranderingen in 2021

Een nieuw jaar betekent doorgaans ook allerlei fiscale veranderingen. Hieronder leest u een aantal van de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers.

Afbouw van de zelfstandigenaftrek

De verandering die het meest in het oog springt, is de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Deze gaat vanaf dit kalenderjaar in stappen omlaag. Dat begint met een verlaging van €360. Daarna volgt een verlaging van €390, waarna de overheid in acht verlagingen van telkens €110 afschaalt tot een bedrag van €3.240. De reden van deze afbouw is het verkleinen van fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werkenden in loondienst.
Ook krijgen ondernemers te maken met de onderstaande veranderingen.

Verhoging heffingskortingen

Deze stonden eigenlijk gepland voor 2022 maar zijn een jaar naar voren gehaald. De algemene heffingskorting stijgt met €126.

Veranderingen in de vennootschapsbelasting (Vbp)

Doordat er vanaf 2021 wordt getoetst met een hogere drempel, vallen naar verwachting méér mkb-bedrijven in het lage segment van de vennootschapsbelasting – de Vbp. Mkb’ers betalen dit jaar vijftien procent belasting over winsten tot €245.000. Dat bedrag stond tot en met vorig jaar op €200.000. Deze in principe aantrekkelijke verandering heeft tot doel om de economie door meer financiële ruimte te creëren bij ondernemers.

Invoeringen van een CO2-heffing

Industriële bedrijven krijgen vanaf 2021 te maken met een zogenoemde CO2-heffing. Dat houdt in dat ze een heffing gaan betalen wanneer er sprake is van een teveel aan uitstoot. Deze heffing wordt in de komende jaren verder verhoogd. Het is de bedoeling bedrijven zo te stimuleren om efficiënter en vooral duurzamer te produceren.

Invoering van een meldplicht voor internationale belastingconstructies

Maakt uw bedrijf gebruik van een belastingconstructie die landsgrenzen overschrijdt? Dan moet u de Belastingdienst daar vanaf dit jaar van op de hoogte brengen.



Accountant versus belastingplichtige: wie betaalt een eventuele boete?

In beginsel is de belastingplichtige te allen tijde eindverantwoordelijk voor zijn of haar aangiftes. Ook wanneer de boekhouder of accountant de fout in gaat. Maar dat lijkt in het geval van onverhoopte boetes toch net iets anders te liggen.


Bedrijfseigenaren ervaren belastingen veelal als een blok aan het been. Ze vinden het doorgaans een wirwar aan regels en besteden het mede daarom maar wat graag uit aan iemand die er wél verstand van heeft. Een boekhouder of accountant is in hun ogen een garantie voor juiste, boetevrije aangiftes.
Maar dat laatste lijkt toch niet helemaal zo te zijn, meldt Rendement.nl. Ze noemen een voorbeeld van een situatie uit 2018. Hierbij werkte een bv, een projectontwikkelaar, aan de ontwikkeling van een wooncomplex.

Boete

De administratie werd binnen het bedrijf in kwestie gevoerd, hoewel een accountant de daadwerkelijke aangifte verzorgde. Zodoende ontstond een situatie waarbij de organisatie btw-facturen naar een investeerder stuurde, terwijl de accountant nihil-aangiften voor de btw indiende. Resultaat: een naheffings-aanslag, maar ook een boete.
De eigenaar van de bv in kwestie kon leven met de aanslag, maar vocht wel de boete gerechtelijk aan en wilde deze verhalen op de accountant.

Uitspraak

Met succes, want de rechter oordeelde in het nadeel van de accountant: het bedrijf mocht vertrouwen op diens deskundigheid.
Toch heeft ook de accountant de boete niet hoeven te betalen. De rechtbank oordeelde namelijk dat deze ten onrechte was opgelegd: geen van de betrokken partijen had bewust fouten gemaakt en dus was er ook geen sprake van schuld.

Eindverantwoordelijkheid

Eindstand is dat er dus een maar zit aan de eindverantwoordelijkheid van de belastingplichtige. Deze wordt vanzelfsprekend in stand gehouden, maar in het geval van boetes kan dit mogelijk anders uitpakken.



Coronacrisis: waarom u met een bv (juist) nu in het voordeel bent


Dat het coronavirus het bedrijfsleven treft, hoeven we u waarschijnlijk niet uit te leggen. De impact van de pandemie is voor de ene branche groter dan de ander, maar dat geldt in zekere zin óók voor rechtspersonen. Dat meldt het bedrijf VRB Advies.
VRB Advies ondersteunt organisaties tijdens het maken van keuzes rondom rechtspersonen. Ze komen tot een opmerkelijke conclusie. Volgens hen is een besloten vennootschap, in het licht van de huidige situatie, de beste rechtspersoon om te hebben.

Besloten vennootschap

Een besloten vennootschap (bv) is een van de verschillende rechtspersonen waaruit (beginnende) ondernemers kunnen kiezen. Hij of zij wordt dan onder meer omgedoopt tot directeur-grootaandeelhouder (dga) van het bedrijf.
Het grootste verschil zit hem echter in de aansprakelijkheid. De eigenaar van bijvoorbeeld een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (vof) kan ook persoonlijk aansprakelijk worden gehouden tijdens noodlijdende situaties als faillissementen.
Dat is in het geval van een besloten vennootschap niet het geval. Eventuele schuldeisers mogen zich beroepen op bedrijfsbezit, maar niet op het privévermogen.

Voordelen

Daar zit volgens VRB Advies nu net het grote verschil tijdens de huidige coronacrisis. Het risico op omvallen is voor bedrijven relatief groot. Met een besloten vennootschap bescherm je dan in ieder geval je eigen huis en haard. Een belangrijke zaak!

Stijging nieuwe bv's

En dat hebben veel ondernemers zich geen tweede keer laten vertellen, zo blijkt uit de recente cijfers. Volgens VRB Advies heeft er een stijging plaatsgevonden van 300% in het aantal nieuwe bv’s.
Overigens is het ook weer niet zo dat een omschakeling naar een besloten vennootschap een garantie is voor het beschermen van privé-eigendommen. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om schuldeisers af te wenden wanneer het faillissement er al enige tijd aan zat te komen – nog vóór de coronacrisis.



Salderingsregeling zonnepanelen vanaf 2023 afgebouwd


Een werkgever met thuiswerkende werknemers krijgt te maken met diverse verplichtingen. Vooral op het gebied van de Arbowet zijn de eisen streng. Een werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving, ook als dat de thuissituatie is. Denk hierbij aan een bureau-opstelling en de Arbeidstijdenwet. Die houdt onder meer in dat werknemers voldoende rust moeten kunnen nemen tussen de werkdagen en -tijden.

Arbobesluit en Arboregeling

Als werkgever is het goed om de definitie van veilig en gezond werken per branche in de gaten te houden. Deze staat beschreven in het Arbobesluit en de Arboregeling. Ga als werkgever in overleg met werknemers en vraag wat zij nodig hebben voor een gezonde en veilige werkplek thuis. Want als werkgever kunt u uw werknemers daarin ondersteunen. Als werkgever heeft u bovendien een zorgplicht. Blijf daarom altijd communiceren over de fysieke en mentale gezondheid van de medewerkers.

Nieuwe verplichtingen door coronavirus

De overheid verzoekt het bedrijfsleven om zoveel mogelijk werkzaamheden vanuit huis te verrichten. Er zijn geen nieuwe verplichtingen voor werkgevers ingevoerd, omdat de Arbowet al voldoende handvatten biedt voor een veilige en gezonde thuiswerkplek. In sommige gevallen kan het wel verstandig zijn de arbeidsovereenkomsten van medewerkers aan te passen. Hierin kunt u om toestemming vragen voor preventieve controles van de thuiswerkplek.
Ook kunt u laten vastleggen waar een thuiswerkplek aan dient te voldoen, of een bruikleenovereenkomst opnemen als u uw medewerkers voorziet van meubilair en computerapparatuur. Daarbij dient u de privacyregels duidelijk te omschrijven. Beschrijf hierin tot in hoeverre u toegang mag krijgen tot de thuiswerklocatie om de werkzaamheden te controleren of te voldoen aan uw zorgplicht.

Prettig werken

Stel een plan op met verschillende scenario’s en blijf voortdurend met werknemers in contact. Zo bent u beter voorbereid op eventuele nieuwe maatregelen en veranderingen. Door mensen te instrueren niet te veel of juist te weinig te werken, hun vakanties en vrije dagen op te nemen en zich te houden aan de werktijden, zorgt u voor een goede balans tussen werk en privé en voorkomt u stress.



Plannen voor meer steun aan beginnende ondernemers: wat houdt dit in?

De Tweede Kamer kwam onlangs met – soort van – goed nieuws: de Kamer wil de coronasteun voor startups uitbreiden. Dat kan een uitweg zijn voor de ondernemingen die momenteel géén aanspraak kunnen maken op steun, vanwege een 'te vroege' inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
Het is in deze tijd een veelgehoord argument wanneer u iemand vertelt dat de zaken moeizaam verlopen: ‘Maar u krijgt toch steun?’ De realiteit is echter dat er nogal wat ondernemingen buiten de diverse regelingen vallen. Ter illustratie: wie zijn of haar bedrijf tussen 1 januari en 30 juni 2020 is gestart, mag gebruik maken van de zogenoemde starterssteun. Die regeling werd min of meer in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat nét begonnen ondernemingen niet direct na de opening de dupe worden van de coronapandemie.
Het houdt echter ook in dat u géén steun ontvangt wanneer uw bedrijf in december 2019 startte. Zodoende vallen er behoorlijk wat bedrijven buiten de boot. En daar wil de Tweede Kamer nu iets aan doen, zodat er geen levensvatbare bedrijven buiten de boot vallen.

Steunpakketten

Verschillende partijen pleiten nu voor een uitbreiding van de huidige maatregelen, waarmee ook ondernemers worden geholpen die eind 2019 zijn gestart. Ze achten de kans groot dat het kabinet dit binnen afzienbare tijd regelt. Hoe deze steun er precies uit komt te zien? Dat is nu nog niet duidelijk. Men werkt namelijk nog aan een exacte regeling.
Mochten bedrijven die eind 2019 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in aanmerking komen voor steun, dan bestaat de kans dat deze lijkt op de steun die starters tussen 1 januari en 30 juni 2020 krijgen. Het kabinet heeft daarvoor in totaal zeventig miljoen euro beschikbaar gesteld.

Het basistarief voor de inkomstenbelasting lager in 2021: dit moet u erover weten

Heeft u een inkomen tot €68.507? Dan hebben we in principe goed nieuws voor u. U betaalt vanaf dit jaar tenslotte minder belasting. Het basistarief voor de inkomstenbelasting is namelijk verlaagd. U betaalt over uw inkomsten géén 37,35 procent, maar 37,10 procent.


Dat lijkt misschien een erg kleine verandering – en in wezen is het dat natuurlijk ook. Feit blijft wel dat alle inkomens tot €68.507 onder de streep toch iets meer overhouden. En dat is altijd een welkome verandering.

Voor wie geldt deze wijziging?

De wijzigingen in het basistarief voor de inkomstenbelasting gelden voor iedereen die inkomstenbelasting betaalt. Daaronder vallen dus werkenden, maar ook mensen met een uitkering.

Waar komt deze wijziging vandaan?

Het wijzigen van het basistarief voor de inkomstenbelasting maakt deel uit van een pakket maatregelen genaamd Belastingplan 2021. De Eerste Kamer ging hier op 15 december van 2020 mee akkoord.

Overige wijzigingen

Het Belastingplan bevat meer nieuwe maatregelen op het gebied van verschillende soorten belastingen. Zo komt er, naast de verlaging van het basistarief voor de inkomstenbelasting, ook een wijziging in de overdrachtsbelasting. Vanaf dit jaar betalen woningkopers tot en met 35 jaar géén overdrachtsbelasting meer. Dat scheelt hen 2 procent van de aankoopprijs, waardoor het voor hen makkelijker moet worden om een huis te kopen. Vanaf 1 april 2021 geldt daarbij wel de aanvullende voorwaarde dat deze woning niet duurder mag zijn dan €400.000.
Andere belastingmaatregelen in het pakket hebben betrekking op onder meer de heffingskorting. Deze wordt met €126 verhoogd, wat gunstig is voor zowel zelfstandigen als werknemers in loondienst en waardoor werken weer iets meer gaat lonen. Daarnaast krijgen we te maken met verschillende milieubelastingen. Voorbeelden daarvan zijn een nieuwe vliegtaks en een CO2-heffing voor bedrijven die veel CO2 uitstoten.



Eten op kosten van de zaak: in hoeverre is het aftrekbaar?

Een lunch tijdens een reguliere werkdag. Een etentje met een klant of opdrachtgever. Het aantal potten filterkoffie voor het kantoorpersoneel dat er werkelijk doorheen vliegt. Voor een ondernemer zijn eten en drinken doorgaans een behoorlijke kostenpost. De logische vraag is dan ook: in hoeverre zijn deze kosten aftrekbaar?


Kosten voor eten en drinken zijn onvermijdelijk in het bestaan van iedere ondernemer. Maar daarbij bestaat er wel een onderscheid tussen kosten die puur zakelijk zijn en kosten die iedereen had kunnen maken.
Een lunch of, wanneer u lang doorwerkt, diner is dan ook niet aftrekbaar. Iedereen moet tenslotte eten en het mag geen voordeel zijn wanneer u dit toevallig op het werk doet.
Maar wanneer ditzelfde etentje ook een zakelijk doel heeft (een zakenlunch, bijvoorbeeld), verandert de zaak. Deze soorten eten en drinken zijn namelijk wél aftrekbaar.

Met drempel

De Belastingdienst gebruikt hier bij twee manieren van berekenen: met en zonder drempel. Deze drempel bedraagt € 4.500. Alles wat u boven dat bedrag uitgeeft aan eten en drinken mag u aftrekken van de belasting.
Dat is voor een zzp'er of een ander klein bedrijf niet echt aantrekkelijk: u moet behoorlijk wat op kunnen, wilt u op jaarbasis voor meer dan € 4.500 eten en drinken. Maar voor grotere instanties kan het een manier zijn om op termijn op dergelijke kosten te besparen.

Zonder drempel

De versie zonder drempel is dan ook interessanter voor kleine ondernemingen. Sommigen noemen dit ook wel de 80/20-regel: u mag tachtig procent van de kosten voor zakenlunches, koffiepotten en andere voedsel gerelateerde elementen opvoeren als kosten. De overige twintig procent zijn gewoon voor het bedrijf. De drempel van € 4.500? Die kunt u verder vergeten.



Alles wat u als ondernemer moet weten over uitstel van belastingbetaling


De coronacrisis heeft veel ondernemers (zwaar) getroffen. Mede daardoor heeft de regering een aantal overbruggende maatregelen in het leven geroepen, zoals de Tozo – de Tijdelijke overbrugging zelfstandig ondernemers. Dergelijke steunpakketten zouden echter geen nut hebben als getroffen bedrijven daarnaast gewoon moeten voldoen aan de gebruikelijke belastingverplichtingen. Daarom stelt ook de Belastingdienst zich momenteel iets soepeler op.
Ondernemers als u hebben bijvoorbeeld de mogelijkheid om uitstel van belastingbetaling aan te vragen. De bedrijven die dit voor 1 oktober 2020 al deden, kregen uitstel tot 1 januari 2021. Dat gold voor alle belastingsoorten die nog openstonden op het moment waarop het verzoek werd ingediend.
Daarnaast werkt de Belastingdienst ook met een ruimere betalingsrekening voor bedrijven die erg getroffen zijn. We noemen deze regeling ook wel bijzonder uitstel: een tamelijk royale regeling die u in staat stelt de verlate belasting in 36 maanden terug te betalen. Dit begint dan vanaf 1 juli 2021.

Aanvragen van uitstel

Het is tijdelijk ook eenvoudiger om dit uitstel aan te vragen – ook in het geval van bijzonder uitstel. Hoe soepel zo’n aanvraag verloopt, hangt af van de hoogte van de schuld. Is deze lager dan €20.000? Dan volstaat het opsturen van bewijsstukken die aantonen dat de omzet sinds 12 maart 2020 aanzienlijk is gedaald.
Is de belastingschuld hoger dan €20.000? Dan heeft de Belastingdienst een verklaring van een derde partij nodig. In de realiteit komt dit meestal neer op een boekhouder, accountant of vertegenwoordiger van de brancheorganisatie.
Aanvullend daarop stelt de Belastingdienst dat er in de getroffen periode géén bonussen of dividenden mogen worden uitgekeerd. U mag eveneens geen eigen aandelen inkopen.

Formulier

U vindt de aanvraagformulieren voor uitstel van belastingbetaling online via de website van de Belastingdienst.



Dit zijn de belangrijkste actuele steunmaatregelen voor ondernemers


Uit onderzoek van onderzoeksbureau Kantar, blijkt dat ondernemers relatief weinig weten over de beschikbare financiële steunmaatregelen. Vooral de fiscale coronareserve en de TVL zijn bij een groot gedeelte van de ondernemers nog onbekend. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat meer dan de helft van alle bedrijven negatieve gevolgen ervaart door de coronacrisis. Het gaat om een afname van de omzet, marktvraag en financiële reserves, terwijl de kosten over het algemeen hetzelfde zijn gebleven.

Belangrijkste regelingen

Redenen genoeg om de belangrijkste regelingen voor u op een rij te zetten. Ten eerste is er de NOW 3.0-regeling. Deze biedt steun voor werkgevers met tenminste twintig procent (verwacht) omzetverlies. U vraagt NOW 3.0 aan van 16 november tot en met 13 december 2020. Ook het Besluit tijdelijke ondersteuning zelfstandigen (TOZO) is een belangrijke regeling. Bedoeld voor zelfstandige ondernemers met financiële problemen, uitgevoerd door gemeenten. Minder bekend is de Tegemoetkoming vaste lasten mkb (TVL), voor mkb’ers in zwaar getroffen sectoren. Bedoeld om de vaste materiële kosten te kunnen betalen.

Versoepeling en uitstel bij de Belastingdienst

De Belastingdienst verleent uitstel van belastingbetaling tot uiterlijk tot 1 januari 2021 voor alle ondernemers. Maatwerkoplossing voor terugbetaling is mogelijk. De maatregel geldt voor vrijwel alle soorten belastingen van de Belastingdienst. Ook wordt het voor ondernemers gemakkelijker om de voorlopige aanslag aan te passen als de inkomsten veranderd zijn. Daarnaast is de invorderingsrente tijdelijk verlaagd tot 1 januari 2021. Ook is het urencriterium versoepeld. De Belastingdienst gaat er voor de periode van 1 maart t/m 31 mei 2020 vanuit dat ondernemers aan het urencriterium hebben voldaan, ook als dat in werkelijkheid niet zo is.
Ook het gebruikelijk loon van een dga (directeur groot aandeelhouder) mag worden verlaagd. Als aanmerkelijkbelanghouder bepaalt de gebruikelijkloonregeling de minimale hoogte van uw loon. In 2020 mag u uitgaan van een lager loon, evenredig aan de omzetdaling. Bent u werkgever? Dan krijgt u meer vrije ruimte om uw werknemers een onbelaste vergoeding te geven. Van 1,7 procent naar 3 procent voor de eerste 400.000 euro van de loonsom.

Versoepeling kredieten

De overheid heeft kredietregelingen versoepeld en banken geven uitstel voor zakelijke financieringen. Zo bieden banken getroffen bedrijven tot zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen tot 2,5 miljoen euro. U vindt een overzicht van alle regelingen en mogelijkheden bij de Kamer van Koophandel.



Een track-en-trace-code voor blauwe enveloppen: waarom dit erg handig kan zijn

De manier van postbezorging is compleet veranderd sinds de komst van de zogenoemde track-en-trace-codes. Wat is er handiger dan controleren waar uw pakketje is, zodat u in de tussentijd gewoon uw huis kunt verlaten zonder iets mis te lopen?
Dan hebben we het vooralsnog over pakketten die meestal niet door de brievenbus passen. Niet over gewone brieven, waaronder post van de Belastingdienst. Deze zijn niet te volgen met zo'n code. Sommige politici vinden dat daar verandering in moet komen. Daarover zijn vragen gesteld aan de Tweede Kamer, aan Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën. Deze geeft aan te overwegen om post van de Belastingdienst volgbaar te maken, zodat niemand dergelijke post misloopt, met alle gevolgen van dien. Want ook post van de Belastingdienst raakt wel eens kwijt of komt gewoon niet aan. Voor de ontvanger kan dat vervelende gevolgen hebben, zoals kortere betaaltermijnen of zelfs boetes.
Een track-en-trace-code kan helpen bij het al dan niet verduidelijken van de status van dit soort brieven: is deze wél of niet aangekomen? Dat scheelt de ontvanger stress en de Belastingdienst het sturen van een eventuele aanmaning

Pilots

Gebaseerd op dit concept heeft Vijlbrief twee pilots op de plank liggen. Eén daarvan is gericht op particulieren, terwijl de ander zich richt op track-en-trace-codes voor bedrijven. De twee testconcepten moeten het probleem van verloren post verminderen en daarmee ook de druk op de Belastingdienst.
Inmiddels voert de Belastingdienst gesprekken met externe partijen voor de realisatie van zo'n systeem. Eventueel als uitbreiding op bestaande volgsystemen van documenten. De resultaten van de deze onderzoeken worden in het tweede kwartaal van 2021 verwacht, zo heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer verzekerd.

Zorgmedewerker en een bonus ontvangen? Dit zijn de gevolgen voor uw boekhouding

Het moet voor veel medewerkers in de zorg een blij gevoel zijn geweest: het moment waarop ze hun bankrekening checkten en hun zorgbonus bijgeschreven zagen. Het extraatje van €1.000 is niet alleen om financiële redenen erg lekker: het is ook een blijk van waardering voor vele inspanningen in een barre tijd. En er is meer goed nieuws: het gaat hier om een netto bonus. Met andere woorden: u betaalt er géén belasting over.


Direct na de bekendmaking van de zorgbonus was het al onderwerp van gesprek: de gevolgen van deze bonus voor iemands boekhouding. Een extraatje is welkom, maar als daar vervolgens de helft weer retour moet naar de overheid hebben zorgmedewerkers er alsnog bar weinig aan. Deze zorg had niet alleen betrekking op belastingen. Ook werd gevreesd voor de invloed op verschillende soorten toeslagen, zoals kinderopvang- of huurtoeslag.
Maar het kabinet vond dat de zorgbonus daar niet van invloed op mag zijn. En dus hebben alle zorgmedewerkers, zowel in loondienst als op zelfstandige basis, duizend vrij te besteden euro’s gekregen.

Vrije ruimte

Het netto karakter van de zorgbonus is verwezenlijkt aan de hand van de zogenoemde vrije ruimte. Dit is een deel van het loon van werknemers dat normaal gesproken wordt besteed aan personeelsvergoedingen en dergelijke. Dat zijn sowieso al onbelaste elementen van iemands loon. Door de zorgbonus aan de hand van dit deel te verstrekken, blijft ook deze buiten het schot van de Belastingdienst.

Zorgbonus voor zzp’er

De zorgbonus is ook uitgekeerd aan zzp’ers die werkzaam zijn in de zorg. Dat levert een kleine 'máár' op: doordat ze niet in loondienst zijn, kunnen zij geen gebruik maken van de vrije ruimte. Het kabinet heeft aangegeven dat er wordt gezocht naar een passende oplossing zodat deze bonus ook voor hen in de praktijk een netto bonus wordt



Moet ik mijn belastingaangifte uitbesteden óf zelf regelen?

Inkomstenbelastingen zijn voor veel mensen een wirwar van cijfers en onduidelijke regels. Mede daarom kiezen sommigen ervoor dit uit te besteden aan een boekhouder of accountant. Klein nadeel: die doet het natuurlijk niet voor niets.


Vanzelfsprekend zijn lastige regeltjes niet de belangrijkste reden om de belastingaangifte uit te besteden. Die eer gaat naar een eventueel belastingvoordeel. In een onderzoek van de Consumentenbond gaf zo'n 58% van de ondervraagden mogelijke belastingvoordelen op als motivatie voor de keuze voor een boekhouder of accountant.

Geld opleveren

Het klopt inderdaad dat een goede boekhouder of accountant u geld kan opleveren. Hij of zij kent immers alle ins en outs op fiscaal terrein. Regeltjes waarvan u als doorsnee belastingbetaler niet op de hoogte bent. De boekhouder zorgt er zo voor dat u minder geld kwijt bent aan de fiscus, en dat is nooit weg.
Maar een boekhouder, en vooral een accountant, is niet goedkoop. Tarieven van ruim honderd euro per uur zijn zeker geen uitzondering. Het kan dus heel goed zijn dat u net zoveel kwijt bent aan de boekhouder als u bespaart op uw belasting.

Antwoord

Het antwoord op de vraag of u de belastingaangifte wel of niet moet uitbesteden, hangt dan ook af van uw persoonlijke situatie. Bij standaardaangiftes (loondienst, geen eigen woning enzovoort) is een boekhouder niet nodig. Log in bij MijnOverheid en u komt er vrij snel achter dat de aangifte klip-en-klaar voor u is uitgestald.
Maar hebt u wel een eigen woning, of werkt u als zzp'er? Dan kan het wellicht handig zijn om een boekhouder in de arm te nemen. Zet daarbij diens kosten vooraf tegenover bedrag dat u verwacht te besparen om te weten of een belastingaangifte uitbesteden echt een goed idee is.



Ik kom onterecht in aanraking met justitie: wat kan een accountant voor me doen?


Het is ongetwijfeld iets waar u niet over wilt nadenken: in aanraking komen met justitie. Zéker niet wanneer dit ook nog eens gebeurt vanwege onduidelijke of onterechte redenen. De kans dat dit daadwerkelijk plaatsvindt, is gelukkig klein. Maar mocht u toch in een dergelijke situatie verzeild raken? Dan kan uw accountant mogelijk uitkomst bieden.
Onterecht in aanraking komen met justitie. Het overkwam de ondernemer Ahmed Zaaf, eigenaar van een Limburgse frisdrankhandel genaamd Star Impex. Hij werd door de politie aangehouden na de – in hun ogen – verdachte aanschaf van 22 flessen aceton. Voor de productie van drugs, zo meende de politie. Ze vielen daarop zijn zaak binnen, droegen de aanwezige medewerkers op om vooral niets aan te raken én namen €56.000 aan contant geld in beslag.

Rol van de accountant

Het contante geld betrok indirect de accountant van Ahmed Zaaf bij het proces. Jan-Kees van der Heul werd benaderd in een poging de herkomst van het geld te bewijzen. En dat bleek de redding voor de ondernemer te zijn.
Van der Heul wist bijvoorbeeld aan te tonen van welke klanten het geld afkomstig was – en dat niet alleen. Hij kon ook aangeven waarom er op dat moment zoveel contant geld in de zaak aanwezig was. Dat had te maken met het feit dat Zaaf al jaren op gezette dagen naar de bank gaat om dit geld weg te brengen: iets dat vrijwel alleen de accountant in kwestie kon weten. In verband met corona was hij daar dit keer nog niet aan toegekomen.

Bewijs van onschuld

Zodra er geld bij een mogelijk onterechte aanhouding is betrokken, is het zaak om contact op te nemen met de boekhouder of accountant. In het geval van Zaaf kon de accountant de geldstromen naar de advocaat in kwestie sturen, waarna het als bewijs van onschuld kon functioneren.
Bron:Accountancy Vanmorgen



Salderingsregeling zonnepanelen vanaf 2023 afgebouwd


Heeft u zonnepanelen of bent u van plan zonnepanelen aan te schaffen? Dan kunt u tot 2023 de geleverde stroom volledig verrekenen met uw verbruikte elektriciteit. U krijgt voor uw geleverde stroom altijd hetzelfde tarief als voor de door u afgenomen elektriciteit. U betaalt daar bovendien geen energieheffing, btw en ODE-heffing (Opslag Duurzame Energie) over. Deze regeling is ook wel bekend als de salderingsregeling. Tot 2023 verandert er niets. Vanaf 1 januari van dat jaar wordt het percentage stroom dat u mag salderen elk jaar tot 2031 geleidelijk afgebouwd. Vanaf 2031 is er geen saldering meer mogelijk. Per jaar mag u negen procent minder salderen.

Drie jaar later

Dat de regeling er zou komen, was al langer bekend. De daadwerkelijke regeling komt echter ruim drie jaar later dan eerder voorzien. Zo heeft u nog drie jaar langer de mogelijkheid om volledig te salderen. Het is de bedoeling dat u vanaf 2031 niet meer kunt salderen, maar dat er wel een vergoeding voor de geleverde elektriciteit komt.

Terugverdientijd

Zonnepanelen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk goedkoper geworden. Inmiddels loont het voor particulieren om ook zonder subsidie zonnepanelen te laten installeren. Ondanks het afschaffen van de salderingsregeling, blijft het door deze fors gedaalde aanschafkosten interessant om voor een zonnepaneleninstallatie te kiezen. Concreet bedraagt de terugverdientijd van zonnepanelen in 2023 minder dan zes jaar en vanaf 2028 zelfs minder dan vijf jaar. De kostendaling van zonnepanelen compenseert de geleidelijke afbouw van de salderingsregeling dus ruimschoots.

Slimme meter verplicht

Om gebruik te kunnen maken van de salderingsregeling, wordt het per 2023 daarnaast verplicht om in de meterkast over een slimme meter te beschikken. Een dergelijke energiemeter is in staat om de opbrengst van uw zonnepanelen afzonderlijk van uw energieverbruik te meten. Op dit moment zijn alle netbeheerders in Nederland druk met de uitrol van de slimme meter. Het wetsvoorstel verplicht kleinverbruikers deze meter te accepteren. Op dit moment heeft 80 procent van alle aansluitingen al een dergelijke meter geïnstalleerd.



Overstappen van zorgverzekering? Voorkom deze veelgemaakte fouten!

Rond de jaarwisseling is het gebruikelijk dat veel Nederlanders van zorgverzekering switchen. Daar gaat doorgaans een grootscheeps vergelijkingsproces aan vooraf – en dat is maar goed ook. Wie zonder zich te informeren overstapt, kan zomaar in een aantal welbekende valkuilen belanden.

Gezinsverzekering

Het klinkt raadzaam en enigszins logisch: ieder gezinslid inschrijven bij dezelfde zorgverzekeraar. Zo declareert iedereen op eenzelfde wijze, krijgt het hele huishouden dezelfde brieven en weet iedereen hoe de online omgeving van de verzekeraar in kwestie werkt. Handig, niet? In de praktijk valt dat wel mee. Dat heeft er simpelweg mee te maken dat het ene gezinslid een hele andere zorgbehoefte heeft dan het andere gezinslid. Een gerichte aanvullende verzekering is dan meestal een beter idee.
Maar wie zijn hele gezin van dezelfde verzekering voorziet, verzekert iedereen voor bijvoorbeeld fysiotherapie. Ook de leden van het gezin die daar waarschijnlijk geen gebruik van maken. Kortom: zonde van het geld. Bekijk de zorgbehoefte dus altijd per persoon.

Collectieve zorgverzekering

Het principe dat we hierboven schetsen, geldt ook voor collectieve zorgverzekeringen. Deze varianten worden vaak aangeboden via werkgevers of verenigingen, soms met aanzienlijke kortingen.
Tip: reken goed uit of deze korting voor u écht aantrekkelijk is. Als u bespaart op iets dat u helemaal niet nodig heeft, bent u namelijk alsnog duurder uit.

Ongebruikte zorg

Aanvullende zorg wordt meestal aangeboden in de vorm van pakketten. Zo kunnen alternatieve zorg en kraamzorg onder dezelfde polis vallen. Bent u een man? Dan hoeven we u waarschijnlijk niet uit te leggen dat kraamzorg voor u wellicht een beetje overbodig is. Mocht de situatie zo zijn dat u wel alternatieve zorg nodig heeft, kijk dan eerst of er verzekeraars zijn die dit los of onder een relevantere polis aanbieden. Dit voorkomt dat u betaalt voor zorg die u nooit gaat gebruiken.


Gezamenlijke zorgverzekering: goedkoper of juist niet?

Het korte antwoord? Nee – het is meestal niet goedkoper om een gezamenlijke zorgverzekering af te sluiten. Het lange antwoord? Dat leest u hieronder.


Als gezin zijnde heeft het verschillende voordelen om aangesloten te zijn bij één en dezelfde zorgverzekeraar. Het is bijvoorbeeld erg overzichtelijk. Iedereen wordt, wanneer nodig, op eenzelfde wijze bericht, alle gezinsleden kunnen op dezelfde manier declareren en beide partners betalen maandelijks hetzelfde bedrag.
Maar als u denkt dat u hiermee goedkoper uit bent, komt u doorgaans bedrogen uit. Wie geld wil besparen doet er meestal goed aan om juist apart van elkaar te verzekeren.

Persoonlijke zorgbehoeftes

Dat heeft alles te maken met het persoonlijke karakter van zo’n zorgverzekering. Verschillende personen hebben tenslotte ook verschillende zorgbehoeftes – ook binnen het gezin. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat Persoon A vaak bij de fysiotherapeut moet zijn – om welke reden dan ook. Persoon B daarentegen maakt veelal gebruik van homeopathische middelen, bijvoorbeeld om van een allergie af te komen.
Stel: Persoon A en Persoon B zijn beiden aangesloten bij dezelfde zorgverzekeraar. Deze aanbieder dekt een groot deel van de fysiobezoekjes, maar niet van de homeopathische middelen.
Dan kunt u denken – prima: er wordt in ieder geval iets gedekt. Maar de kans is groot dat een andere zorgverzekeraar de homeopatische middelen wél dekt. Misschien dekt deze verzekeraar de fysiotherapie wel veel beperkter, maar dat maakt voor Persoon B niet uit: die heeft hij of zij toch niet nodig.

Samenvatting

Conclusie: het is altijd beter om te kijken naar gescheiden zorgverzekeringen. Maak gebruik van een online vergelijker om erachter te komen welke verzekeraar het beste tegemoetkomt aan uw wensen en gebruiken. En als dat dan toevallig dezelfde organisatie is als die van uw partner, dan is dat natuurlijk altijd mooi meegenomen.


Ik heb een Wlz-indicatie. Is een aanvullende zorgverzekering nodig?

De Wet langdurige zorg (Wlz) geeft u toegang tot verpleeghuizen of soortgelijke instellingen. Daarbij lijkt het wellicht raadzaam om een aanvullende zorgverzekering af te sluiten, maar dat is in de meeste gevallen niet nodig.


Dat komt doordat de zorg in dit geval wordt vergoed vanuit de Wet langdurige zorg. In veel gevallen is dat zelfs inclusief bijkomende zorg-aspecten, zoals tandheelkundige zorg of fysiotherapie. Een aanvullende verzekering is dus doorgaans onnodig en weggegooid geld.

Langdurige zorg

Om er zeker van te zijn dat uw zorg echt vanuit de Wlz wordt vergoed, kunt u uw indicatie checken. Wlz-zorg wordt daarop ook wel verblijf met behandeling genoemd. Staat dat op uw blad? Dan wordt uw behandeling reeds vergoed en is een aanvullende verzekering overbodig.
Om er helemaal zeker van te zijn dat dit het geval is, kunt u ook contact opnemen met het CIZ. Dit is de instantie die de indicatie heeft afgegeven.
U kunt een mogelijk overbodige verzekering ook bekijken vanaf de zijde van de zorgverzekeraar. Log hiervoor in bij de verzekeraar in kwestie en bekijk in uw polis welke aanvullende zorg wordt gedekt. Als daar langdurige zorg staat, is dat dus dubbelop. Ook hier geldt: neem in geval van twijfel contact op, dit keer met de zorgverzekeraar.

Tandarts en fysiotherapie

Verblijft u in een Wlz-instelling en ontvangt u, als onderdeel van uw behandeling, tandheelkundige zorg? Dan wordt ook deze zorg vergoed vanuit de Wlz. Een tandartsverzekering is in dezen dus ook niet nodig.
Dat geldt in meerdere of mindere mate ook voor paramedische zorg, waaronder podotherapie, fysiotherapie en ergotherapie vallen. Let wel: deze moet dan echt deel uitmaken van uw zorgtraject. Dus stel, u breekt tijdens uw verblijf in het zorgcentrum uw been, dan behoort de daarvoor verleende paramedische zorg niet tot het Wlz-pakket.
Bron: Tweakers



Coronavirus: dit moet u weten over de drie bekendste verzekeringen


In deze tijden van crisis doen veel mensen een beroep op verzekeringen. Daarbij doemen nogal wat vragen op. Vergoedt mijn zorgverzekering een COVID-19 behandeling? Is mijn reisverzekering nog van kracht bij reizen naar oranje gebieden? En kan ik als zzp’er een beroep doen op mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering tijdens een verplichte quarantaineperiode? Hieronder vindt u een kort antwoord op de meest prangende vragen.

Zorgverzekeringen

Een zorgverzekering is misschien wel de meest besproken verzekering tijdens de huidige pandemie. Daar horen ook veel zorgen bij, maar die zijn niet nodig: de basisverzekering vergoedt de reguliere zorg voor de behandeling van COVID-19. Let er wel op dat deze kosten mogelijk eerst worden verrekend met het eigen risico.
Dat geldt ook voor behandelingen die in het buitenland plaatsvinden. U kunt uw behandeling in een veilig gebied (met een groene of gele kleurcode) uit uw basisverzekering betalen.
Dat geldt overigens ook voor gebieden die een negatief reisadvies (met een oranje of rode kleurcode) hebben. We adviseren echter wel met klem om niet naar deze landen te reizen, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Bekijk www.nederlandwereldwijd.nl voor een actueel overzicht van deze kleurcodes.

Reisverzekeringen

Een reisverzekering doet niet veel tijdens een pandemie als deze. Epidemieën zijn uitgesloten en dat betekent onder meer dat u geen geld terugkrijgt bij een mogelijke annulering. Neem in plaats daarvan contact op met uw reisorganisator.
Bent u al in het buitenland en krijgt dit land een oranje of rode code? Dan bent u wél verzekerd voor de kosten van een vervroegde terugreis, maar dit vervalt zodra u langer dan nodig blijft. Met andere woorden: u moet direct naar huis.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering dekt zzp’ers die ziek worden. COVID-19 is geen uitzondering. De verzekering biedt echter géén dekking wanneer u om preventieve redenen in quarantaine moet.



Aantal fietsdiefstallen daalt, maar totale financiële schade neemt toe


Goed nieuws: het aantal fietsdiefstallen daalt in Nederland. Maar helaas is het slechte nieuws dat de schadelast wel aanzienlijk stijgt. Onderzoeksbureau Beke stelt in het onderzoek ‘Fietsdiefstal in Nederland’, dat fietsdiefstal de Nederlandse samenleving zo’n 600 miljoen euro per jaar kost. Beke voerde dit onderzoek uit in opdracht van SAFE, de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal.

Populariteit elektrische fiets

De stijging van de schadelast is te verklaren door de grote populariteit van de elektrische fiets, waarvan de gemiddelde waarde aanzienlijk hoger ligt dan de gemiddelde fiets. De opmars van de e-bike lijkt niet te stuiten. Zo werden er in 2007 nog iets meer dan 80.000 elektrische fietsen verkocht, tegenover bijna 425.000 exemplaren vorig jaar. Naar verwachting stijgt het aandeel elektrische fietsen de komende jaren nog verder.

Minder gelegenheidsdieven

Ondanks de daling in het absolute aantal fietsdiefstallen, wordt er in Nederland gemiddeld toch nog elke minuut een fiets gestolen. En dat is steeds vaker een elektrische fiets. Hoewel de e-bike verantwoordelijk is voor de grootste stijging in de schadelast, speelt ook de toegenomen verkoop van dure mountainbikes en bakfietsen een rol. Daarnaast valt op dat een fiets steeds minder vaak door een individuele (gelegenheids)dief wordt gestolen, maar er sprake is van een toename in activiteit van georganiseerde bendes die de gestolen fietsen naar Oost-Europa transporteren.

Verandering in het verzekeringssysteem

Een heroverweging van het verzekeringssysteem kan een mogelijke oplossing zijn. Onderzoeksbureau Beke stelt in hun onderzoek en no-claimregeling voor consumenten voor. Claimt u in zo’n geval vijf jaar geen schade? Dan krijgt u korting op de premie, of een vergoeding. Zelf kunt u al veel doen door uw fiets altijd veilig te stallen en te zorgen voor een goedgekeurd tweede slot. Bij het verzekeren van elektrische fietsen voeren veel verzekeraars bovendien een verplichte jaarpremie in, om het bewustzijn bij consumenten te vergroten.



Waarom 2021 hét jaar is om op zoek te gaan naar een starterswoning

De huizenprijzen stijgen en het kopen van een huis voor met name starters is daardoor lastig. We weten ook dat, ondanks eerdere voorspellingen van experts, diezelfde prijzen dit jaar nog niet lijken te dalen. En toch zijn er voor 2021 ook positieve punten te vermelden. Daar richten we ons dan ook op.
‘Wat zijn die positieve punten dan?’ Nou – bijvoorbeeld het feit dat starters in 2021 géén overdrachtsbelasting hoeven te betalen. Vooral dat, eigenlijk. Het scheelt namelijk aanzienlijk, want die overdrachtsbelasting bedroeg in 2020 nog €5.500.

Vanaf een bepaalde grens

Daarbij moeten we wel vermelden dat hier een aantal haken en ogen aanzitten. De wegwuiving van het tarief geldt bijvoorbeeld alleen voor woningen in een bepaalde prijsklasse. Woningen met een prijs van €275.000 mogen gebruikmaken van de nieuwe regelingen, maar huizen vanaf €450.000 vallen buiten de boot.
Andere eisen aan de regeling gaan over leeftijd (starters moeten tussen de 18 en de 35 jaar zijn) en het zelf bewonen van de woning. Dat laatste is namelijk een voorwaarde. Ook dient het daadwerkelijk iemands eerste woning te zijn. De vrijstelling van de overdrachtsbelasting geldt slechts éénmaal.
Het kan daardoor ook zijn dat één van de kopers aan deze regels voldoet, maar de ander niet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer Koper A 28 jaar en Koper B 37 jaar oud is, bijvoorbeeld. In dat geval betaalt de oudere koper twee procent overdrachtsbelasting over het deel van het huis dat van hem of haar is.

Beleggers

De maatregelen zijn in het leven geroepen om starters meer kansen op de krappe woningmarkt te geven. Om die reden gaat de kwijtschelding van de overdrachtsbelasting voor starters ook gepaard met een belastingverhoging voor beleggers. Niet-natuurlijke rechtspersonen en kopers die er niet zelf gaan wonen, betalen sinds januari 8 procent overdrachtsbelasting.


Een woning kopen: dit verandert er in 2021

Dat de huizenmarkt enigszins op slot zit, is nogal een understatement. Veel starters hebben het gevoel er simpelweg niet tussen te komen. De woningen die ze op het oog hebben worden veelal overboden óf weggekaapt door een belegger. ‘En daar moet maar eens verandering in komen’, dacht het kabinet. Daarom verandert er dit jaar nogal het een en ander wanneer u een woning probeert te kopen. We nemen de drie belangrijkste wijzigingen hieronder met u door.

De overdrachtsbelasting gaat – over het algemeen – omlaag

Bent u tussen de 18 en de 35 jaar oud? En heeft u een (eerste) woning van €400.000 of minder gekocht? Dan is er goed nieuws, want dan betaalt u geen overdrachtsbelasting meer. Starters waren tot voor kort gebonden aan een overdrachtsbelasting van 2 procent, maar die is afgeschaft voor kopers jonger dan 35 jaar die hun huis voor minder dan €400.000 hebben gekocht.
Huizenkopers die ouder zijn dan 35 jaar én kopers van woningen duurder dan €400.000 betalen nog wel een overdrachtsbelasting – van 2 procent. De overdrachtsbelasting voor beleggers is verhoogd: zij betalen 8 procent.

U mag iets meer lenen

Tenminste – als u de helft vormt van een stel tweeverdieners. Het tweede inkomen telt dit jaar namelijk voor 90 procent mee wanneer het maximale leenbedrag wordt vastgesteld. Dit percentage bedroeg vorig jaar nog 80 procent.

U kunt extra lenen als uw nieuwe woning energieneutraal of energiezuinig is

We spreken van een energieneutrale of -zuinige woning wanneer de zogenoemde energieprestatiecoëfficiënt minimaal 0 is. In dat geval mag u €15.000 optellen bij het maximaal te lenen bedrag. Koopt u een nul-op-de-meter-woning? Dan mag u €25.000 extra lenen. De voorwaarde voor beide mogelijkheden is dat uw bruto jaarinkomen minstens €33.000 bedraagt. Dat mag ook gaan om een gezamenlijk bruto inkomen.


De kaasroute: wat is het en waarom maakten hier zoveel Belgen gebruik van?

Woont u in de buurt van de grens tussen Nederland en België? Dan weet u ongetwijfeld wat de zogenoemde kaasroute precies inhoudt.


Maar als uw woning elders staat, denkt u bij een term als deze waarschijnlijk aan een of andere fietsroute door Noord-Holland. De kaasroute heeft echter niets te maken met dagtochtjes, en alles met belastingen en vooral schenkingen.

Schenkingsregelingen

Dat komt doordat onze zuiderburen weinig gunstige schenkingsregelingen kennen. Ze betalen belasting over alle roerende goederen die ze van de hand willen doen. Daaronder vallen spaartegoeden, maar ook prijzige sieraden en aandelen.

Naar Nederland

Wat dat betreft, is het belastingklimaat in Nederland een stuk gunstiger. Tot voor kort was het, vooral voor Belgen die in de buurt van de grens wonen, erg aantrekkelijk om naar een Nederlandse notaris te stappen. Wie hiervandaan een schenking deed, ontliep daarmee de Belgische belastingdienst.
En dat werd dan ook volop gedaan. Zoveel, dat de manier van handelen zelfs een eigen koosnaampje heeft gekregen: de kaasroute. De Belgen schonken onder meer geld, aandelen, complete beleggingsportefeuilles. En dat allemaal belastingvrij. De enige eis die hieraan werd gesteld, was dat de schenker gedurende drie jaar na de schenking in leven zou blijven. Ja, echt waar.

Verbod

De Belgische overheid was dan ook helemaal niet blij met de kaasroute. Ze kwamen derhalve in de zomer van 2020 met een constructie die de route voorgoed moest verbieden. En die is ook daadwerkelijk doorgevoerd. Het is sinds dinsdag 15 december 2020 voor Belgen niet meer mogelijk om op deze manier te schenken.
Dat resulteerde vlak voor de 15e nog wel in hordes Belgen die, nét over de grens, van hun roerende goederen af moesten. De Nederlandse notarissen hadden het er druk mee. Maar als het goed is, was dat dus de storm voor de stilte.



Ik wil nu een huis kopen: wanneer heb ik een notaris nodig?


Het kopen van een huis is een veelomvattend proces. Er gaat vanzelfsprekend een zoektocht naar een woning aan vooraf, maar zodra uw bod is geaccepteerd, begint het traject pas écht. Inclusief elementen als hypotheekaanvragen en adviesgesprekken. En dan is er nog de notaris: een onmisbare schakel tijdens onder meer het opstellen van de koopakte.
De notaris is nagenoeg de laatste persoon die aan u wordt geïntroduceerd tijdens het totale koopproces. Op dat moment is het bod geaccepteerd en de hypotheek afgerond. Wat dan nog resteert, is het daadwerkelijk op uw naam zetten van de woning. En dat kan, en moet, bij de notaris.

Koop- en leveringsaktes

Een notaris helpt u met de overdracht van de woning. Dat gebeurt door middel van onder meer de koop- en leveringsaktes.
De koopakte bevat onder andere de aankoopprijs en de opleverdatum. De leveringsakte zorgt er vervolgens voor dat de woning na afronding ook daadwerkelijk van u is. Het is, na het zetten van alle benodigde handtekeningen, aan de notaris om het huis in te schrijven bij het kadaster. Hij of zij ziet er dan eveneens op toe dat het aankoopbedrag wordt overgemaakt.

Hypotheekaktes en overdrachtsbelastingen

En toch zijn dat niet de enige zaken waarmee een notaris zich bezighoudt. U kunt bijvoorbeeld ook bij de notaris terecht voor een zogenoemde hypotheekakte. In deze akte staat vast dat uw huis als onderpand wordt ingezet, in ruil voor een geldlening.
De notaris is tot slot belast met het overmaken van de zogeheten overdrachtsbelasting. Deze belasting bestaat uit een percentage van de koopprijs of de waarde van de woning. De kosten worden betaald op het moment dat de koop- en leveringsaktes zijn afgerond.



Subsidieregeling voor particuliere elektrische auto’s wordt aangepast


Sinds 4 juni 2020 is het voor particulieren die een volledig elektrische auto willen aanschaffen of leasen mogelijk om daarvoor een subsidie van 4.000 euro te krijgen. Door de enorme belangstelling was de subsidiepot echter binnen acht dagen na het ingaan van de regeling al leeg. Aanvragen die daarna nog binnenkwamen, werden naar volgend jaar doorgeschoven. Voor de overheid betekent dit dat de verplichtingen voor 2021 al zijn vastgelegd. Dat is een onwenselijke situatie. Bovendien wil het kabinet particulieren elk jaar opnieuw de mogelijkheid geven om een beroep te doen op de subsidieregeling. Volgens de huidige regeling zou ook de subsidiepot voor 2021 namelijk al helemaal leeg zijn, door de aanvragen die in 2020 al zijn gedaan.

Een beroep doen op subsidie in 2021 kan niet meer

Daarom schrijft minister van Veldhoven in een brief aan de Tweede Kamer dat particulieren voor 2021 nu nog geen beroep op de subsidieregeling voor volledig elektrische auto’s kunnen doen. Het kabinet past de regeling aan en schrapt de ‘doorschuifbepaling’. Concreet betekent dit voor aanvragers dat de subsidiepot echt leeg is en men moet wachten tot er per 1 januari 2021 weer een nieuw budget beschikbaar is.

Elektrische auto’s nu ook bereikbaar voor particulieren

In totaal omvat de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) een bedrag van 252 miljoen euro, verspreid over de jaren 2020 tot 2025. 152 miljoen euro is bedoeld voor nieuw verkochte elektrische voertuigen en 100 miljoen euro voor tweedehands elektrische auto’s. Het doel van de subsidieregeling is om kleine en middenklasse elektrische auto’s ook voor particulieren bereikbaar te maken. Eerder constateerde de Algemene Rekenkamer al een onbalans tussen ondernemers en particulieren, op het gebied van de fiscale stimulering van elektrische voertuigen.

Nog wel voldoende budget voor gebruikte EV’s

Hoewel brancheverenigingen BOVAG en RAI Vereniging verbijsterd zijn over de aankondiging, zal de aangepaste regeling op korte termijn worden gepubliceerd. Vervolgens zal het voorbereiden op de uitvoering nog ongeveer twee weken duren. Het goede nieuws is wel dat er voor de aanschaf van een gebruikte elektrische auto dit jaar nog steeds voldoende budget beschikbaar is. Kiest u voor een tweedehands EV? Dan heeft u recht op een subsidie van € 2.000.



Anders dan gebruikelijk: de kascontrole voor stichtingen en verenigingen

Minder collega’s op het kantoor, meer thuiswerken en vergaderingen via Microsoft Teams of Zoom. Het zijn zomaar wat voorbeelden van elementen die ook stichtingen en verenigingen in coronatijd niet vreemd zijn. Desondanks is er één element dat er voor hen in het bijzonder anders uitziet – en dat is de kascontrole.
Het belangrijkste verschil met het pre-coronatijdperk is dat de kascontroles nu tijdelijk op afstand plaatsvinden. Een nieuw fenomeen en een behoorlijk ander tafereel dan de gebruikelijke check in aanwezigheid van onder meer de penningmeester.

Pdf’s als alternatieve kascontrole

En dus zijn sommige stichtingen en verenigingen nog altijd op zoek naar alternatieve methodes om de kascontrole mee in te richten. Een voorbeeld daarvan is het doorsturen van de daarvoor benodigde pdf’s. Alle banken bieden stichtingen en verenigingen de mogelijkheid om hun bankmutaties in één helder document te downloaden – dat kan, indien gewenst, ook per kwartaal of per maand. Dit overzicht kan dan vervolgens naar de penningmeester, de kascommissie en andere bestuursleden worden verstuurd, zodat de kascontrole op afstand kan worden afgerond.

Online boekhoudprogramma’s

Een bezwaar tegen dit fenomeen is simpelweg het idee dat belangrijke, financiële informatie zomaar wordt rondgestuurd. Hoewel de kans klein is dat er iets misgaat, wekt dit her en der het gevoel van onveiligheid op. In dat geval kan een online boekhoudprogramma uitkomst bieden.
Het verschil met een pdf van de bank is dat dit soort programma’s toegankelijk zijn via een beveiligde omgeving. Verenigingen en stichtingen moeten bijvoorbeeld eerst inloggen met een persoonlijke gebruikersnaam- en wachtwoordcombinatie - voor ze bij belangrijke documentatie kunnen komen.
Online boekhoudprogramma’s zijn zodoende een populair alternatief tijdens de coronacrisis – en dat niet alleen. De kans is aanwezig dat veel stichtingen en verenigingen deze manier van werken ook na de pandemie aanhouden. Het kost tenslotte even tijd om zo’n systeem goed op te zetten, maar wanneer het dan staat scheelt het behoorlijk wat tijd.

Wist u dit al over de jaarrekeningen voor stichtingen?

Jaarrekeningen zijn voor bedrijven een verplicht nummer en daar ontkomen ook stichtingen en verenigingen niet aan. Feit is wel dat er in hun geval een aantal zaken zijn die hun jaarrekening flink vereenvoudigen. We vertellen u er hieronder meer over.


Bij de term jaarrekening wordt veelal gedacht aan gecompliceerde, lijvige documenten. Dat is de doorsnee jaarrekening in wezen ook, maar dan gaat het wel om een variant van een groot, winstgevend bedrijf. Voor verenigingen en stichtingen steekt een jaarrekening doorgaans anders in elkaar. De meeste stichtingen vallen namelijk onder de zogenoemde eenvoudige regelgeving.

In stand houden

Een jaarrekening moet worden opgesteld wanneer een onderneming in stand wordt gehouden. Het in stand houden van een onderneming vindt plaats wanneer er sprake is van commerciële activiteiten en wanneer er dus concurrentie wordt gevoerd met andere organisaties. Een stichting of vereniging voert doorgaans geen concurrentie. Daardoor vallen ze onder de eenvoudige regelgeving voor zover het jaarrekeningen betreft.

Eenvoudige regelgeving

Deze eenvoudige regelgeving zorgt ervoor dat er voor bedrijven die géén onderneming in stand houden andere regels gelden. De eisen voor de jaarrekening worden heel globaal gehouden. Er moet wel een jaarrekening komen, maar die bestaat in een uiterst basale vorm. Deze moet een balans, een overzicht van de baten en lasten én een toelichting daarop bevatten. Daarnaast moeten alle bestuursleden van de stichting of vereniging in kwestie er hun krabbel onder zetten. In het geval van een stichting geldt dat laatste ook voor leden van toezichthoudende instanties.

Stichtingen die wél concurreren

Er zijn echter ook stichtingen en verenigingen die wél concurreren en dus een onderneming in stand houden. Denk bijvoorbeeld aan een stichting die ook producten verkoopt – om maar wat te noemen. Maar zelfs dan kan er sprake zijn van een eenvoudige regelgeving. Het balanstotaal van deze stichting mag in dat geval niet hoger zijn dan 4,4 miljoen. De netto omzet mag bovendien niet boven de 8,8 miljoen uitkomen en het aantal medewerkers van de onderneming moet lager dan vijftig zijn.



Coronacrisis: kunnen culturele stichtingen en verenigingen een vergoeding krijgen?

Er is veel gezegd over hoe hard de horeca en de reisbranche zijn getroffen door de gevolgen van COVID-19. De cultuursector is wat dat betreft een beetje een ondergeschoven kindje. Dit geldt met name voor de kleinere stichtingen en verenigingen.


Ook zij hebben weinig lol beleefd aan het kalenderjaar 2020. Lege theaterzalen, een gebrek aan grote openingen, moeite om voorstellingen te verwezenlijken: het zijn allemaal factoren waardoor ook stichtingen en verenigingen dit jaar flink wat inkomsten zijn misgelopen.
De rijksoverheid heeft daarom ook voor hen in de buidel getast. Onder meer muziekverenigingen, toneelclubs en dansstichtingen kunnen financiële steun ontvangen.
Net als bij bijvoorbeeld de Tozo, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, moet u deze steun aanvragen bij de gemeente waarin de stichting of vereniging is gevestigd. Deze gemeentes hebben hiervoor, vanuit de overheid, een bedrag ontvangen.
De hoogte van dit te besteden bedrag is afhankelijk van de gemeente in kwestie. Vanzelfsprekend hebben kleinere plaatsen een lager budget.

Compensaties

Werkt u voor een culturele stichting of vereniging? En hebt u normaal gesproken een omzet tot € 10.000? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor een compensatie tot € 2.000.
Hebt u een omzet die boven de € 10.000 uitkomt? Dan is er een compensatie van maximaal € 4.000 mogelijk.
Stichtingen en verenigingen die gelden als grote instellingen kunnen aparte steunregelingen krijgen.

Aanvragen

Een aanvraag tot steun kunt u dus bij de betreffende gemeente indienen, maar dit dient u wel met enige spoed te doen. Als u in de periode van 15 maart tot en met 31 augustus 2020 in financiële problemen bent gekomen, hebt u tot 31 december 2020 de tijd om een aanvraag in te dienen. Schade die vanaf 1 september 2020 is geleden, komt in januari 2021 in aanmerking voor een aanvraag.



Stichtingen en de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG): hoe zit het precies?


Werkt u voor een vereniging of stichting? Dan is het altijd goed om te weten wie u precies bij uw organisatie betrekt. Een Verklaring Omtrent Gedrag, doorgaans afgekort tot VOG, kan daarover uitsluitsel geven.
Stichtingen werken vaak met kwetsbare doelgroepen en mede daarom is een VOG in veel gevallen geen overbodige luxe. Een Verklaring Omtrent Gedrag functioneert dan in wezen als een brevet van goed gedrag. Een handige tool dus. De Minister van Veiligheid en Justitie stelt daarmee indirect dat de persoon in kwestie – in welke vorm dan ook – geen gevaar vormt tijdens het werken met de desbetreffende doelgroep.

Beperkt aantal aanvragen

U zou daarmee zeggen dat VOG’s door stichtingen en verenigingen massaal worden aangevraagd. Maar volgens De Telegraaf is dit allerminst het geval. De krant stelt dat de gemiddelde stichting zelden om een VOG vraagt. Dat bleek na een rondvraag.
Een eenduidige reden daarvoor lijkt er niet te zien. Wellicht wordt de aanvraag van een VOG gezien als een burg te ver: een teken van wantrouwen richting een potentiële nieuwe collega. Het gebrek aan aanvragen kan wel de roep om een eventuele verplichting hiertoe versterken, hoewel dat momenteel nog niet aan de orde lijkt.

Aanvraagformulier

Wilt u zelf een VOG aanvragen voor een komend lid of aanstaande medewerker van uw stichting? Dan kunt u dit regelen via de website van de voor u relevante gemeente. Deze stelt aanvraagformulieren voor een VOG doorgaans digitaal beschikbaar. U kunt het ingevulde formulier vervolgens bij diezelfde gemeente weer indienen.
Helemaal digitaal kan ook. U gebruikt in dat geval eHerkenning, de opvolger van DigiD voor bedrijven.

Beslissing

De beslissing omtrent het al dan niet afgeven van een VOG wordt behandeld door het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag, de COVOG.



Coronacrisis vormt bedreiging voor verenigingsleven


De coronacrisis zet niet alleen bedrijven, maar ook verenigingen onder druk. Ongeveer de helft van alle volwassen Nederlanders is lid van of betrokken bij een vereniging. Men werkt als vrijwilliger, begeleider of is lid. Meer dan 75 procent van de Nederlanders geeft aan dat verenigingen een belangrijke sociale functie hebben. Mensen die bij een vereniging betrokken zijn, hebben over het algemeen een grotere vriendenkring dan mensen die niet bij een vereniging actief zijn.

Sociaal welzijn in gevaar

Tijdens de lockdown kwam ruim twee derde van de Nederlanders minder vaak naar hun vereniging dan gebruikelijk. Daarmee kwam het sociale welzijn van grote groepen Nederlanders in het geding. Mensen die actief zijn bij verenigingen voelen zich sneller en vaker eenzaam dan Nederlanders die niet actief bij een vereniging betrokken zijn. Aan de andere kant zijn Nederlanders bij een vereniging wel tevredener over hun sociale leven. Zowel op korte als lange termijn vormt het ontbreken van een actief verenigingsleven een bedreiging voor de sociale infrastructuur. Ook verhogen onvoldoende inkomsten het risico dat een vereniging uiteindelijk zijn deuren moet sluiten. Wanneer een vereniging verdwijnt, wordt het voor Nederlanders met een gemeenschappelijke hobby of interesse lastiger om elkaar te vinden.

Steun van de overheid

Ondanks de bedreigende situatie kan het verenigingsleven op overheidssteun rekenen. Regelingen zoals een tegemoetkoming voor de vaste lasten en personeelskosten zijn speciaal voor verenigingen in het leven geroepen. Hiervoor bestaat de zogenaamde Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 (TASO 1 en 2). Deze steun lost de financiële problemen van verenigingen voorlopig op. Er is echter meer nodig dan alleen geld. De sociale functie van verenigingen moet worden blijven vervuld, ook al krijgen leden daar momenteel wat minder voor terug.

Sponsorgelden

Daar komt voor bedrijven een oproep bij: beknibbel niet op sponsorgelden voor clubs en verenigingen. Zo zorgen we er samen voor dat de sociale gevolgen van de coronacrisis minder groot zijn. Bent u actief lid van een vereniging? Onderzoek dan of u of uw club in aanmerking komt voor de TASO.



Wordt 2021 het jaar van de online notaris?

Dat het coronavirus ervoor heeft gezorgd dat veel bedrijfsactiviteiten op afstand moeten plaatsvinden, is nogal een understatement. Notarissen zijn wat dat betreft dan ook geen uitzondering, daar waar fysieke bijeenkomsten niet altijd even goed mogelijk zijn. De vraag is dan ook – wordt 2021 hét jaar waarin de notaris vooral digitaal opereert?
‘Het korte antwoord op deze vraag? Nee – zo snel gaat het waarschijnlijk niet. Het lange antwoord begint met het feit dat het coronavirus niet de enige verantwoordelijke is voor het feit dat notariële zaken vaker digitaal verlopen. Het fenomeen digitale, notariële akte stamt namelijk al uit het pre-coronatijdperk.
De Europese Unie is bijvoorbeeld een groot voorstander van deze digitalisering en heeft de online notaris door de jaren heen stukje bij beetje richting haar lidstaten gepusht. Het resultaat is dat het op 1 augustus 2021 mogelijk moet zijn om volledig digitaal een bedrijf op te richten.
Dat klinkt misschien als een veelbelovende stap - en dat is het natuurlijk ook - maar het is meer een stap in de digitale richting dan een complete make-over van de notaris in zijn huidige vorm. We verwachten wel dat de notariële dienstverlening op termijn meer en meer online plaatsvindt, waarna uiteindelijk alle aktes digitaal zijn te tekenen. Het coronavirus is dus slechts een extra duwtje in de richting van de online notaris.

Gevolgen voor de notaris

Een transitie als deze gaat natuurlijk gepaard met de nodige gevolgen voor het notarisambt. De kerntaken blijven vanzelfsprekend hetzelfde, maar de aanleg van een digitale databank lijkt onvermijdelijk. Het loont daarom om nu alvast na te denken over de benodigde software om online dossiers aan te maken. Dit scheelt hoogstwaarschijnlijk tijd wanneer het jaar van de online notaris wél aanbreekt.


Een bedrijfspand kopen in 2021: dit verandert er qua overdrachtsbelasting

De overdrachtsbelasting bij de aankoop van een bedrijfspand is in 2021 8 procent. U leest hieronder onder meer waarom deze wijziging er gekomen is.


Overdrachtsbelasting betalen rechtspersonen bij de aanschaf en verkoop van onroerende zaken. Het bekendste voorbeeld daarvan is de koop van een woning. Hiervoor geldt een belastingtarief van 2 procent.
Of gold – moeten we eigenlijk zeggen. Het Rijk heeft er namelijk voor gekozen om deze overdrachtsbelasting te schrappen voor starters tussen de 18 en de 35 jaar die een eerste woning voor minder dan €400.000 kopen.
Dat heeft alles te maken met de krapte op de woningmarkt en het dalende aantal starters dat in staat is om een huis te kopen. De afschaffing van de overdrachtsbelasting moet ervoor zorgen dat zij méér mogelijkheden krijgen. Voor kopers ouder dan 35 jaar en woningen duurder dan €400.000 blijft het percentage van 2 behouden – en voor beleggers en andere niet natuurlijke rechtspersonen is het tarief per dit jaar 8 procent.

Overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden

U zou misschien denken dat de overdrachtsbelasting voor sommige bedrijfspanden ook wordt verlaagd, maar niets is minder waar. Sterker nog: deze overdrachtsbelasting wordt juist verhoogd – van 6 naar 8 procent. De reden daarvoor is het Klimaatakkoord. Daarin staat dat Nederland alle uitstoot van CO2 in de komende jaren moet terugdringen. Daar is geld voor nodig en dat moet onder meer komen uit deze verhoging. Naar verwachting levert deze maatregel 300 miljoen op.

Woningen en niet-woningen

De stijging geldt voor alle niet-woningen. Daaronder vallen bedrijfspanden, maar ook hotels, ziekenhuizen en zelfs grond – ook al wordt daar later een woning op gebouwd. We spreken pas van een woning – en dus een lager belastingtarief voor particulieren – wanneer het pand ook daadwerkelijk een woonfunctie heeft. Dat maakt het enigszins vreemd dat grond voor een woning als niet-woning wordt gezien. Een ander grijs gebied zijn woningen met bedrijfsruimte erin: dat zijn wettelijk gezien nog steeds huizen.



Gratis documenten opslaan: iets voor de Nederlandse notaris?

Maak kennis met Izimi: een nieuwe dienst die Belgische notarissen hun klanten sinds kort kunnen aanbieden.


Notariële aktes zijn vreemde documenten. Ze zijn zo goed als nooit nodig, maar desondanks onmisbaar. En als u ze nodig hebt, zijn ze doorgaans nergens te bekennen.
Blijkbaar speelde datzelfde probleem ook bij onze zuiderburen. Daar is de Federatie van het Notariaat namelijk met een oplossing gekomen: een manier om alle documenten op een centrale, uiterst veilige plaats te bewaren.

Izimi

Die manier, Izimi genaamd, werkt met een digitale kluis waarin klanten dergelijke aktes kunnen opslaan. Hiertoe hebben alleen de klanten toegang. Zelfs de notaris kan er niet bij. Hij of zij kan alleen maar documenten toevoegen.
Deze consumenten kunnen ook bepalen wie er na hun overlijden toegang krijgt tot hun persoonlijke Izimi-kluis. Toegang werkt met eID, de elektronische identiteitskaart van België.
Het gaat dus om notariële aktes, maar ook om allerlei andere documenten die de consument bij de notaris wenst te stallen. Gegevens rondom bankrekeningen, bijvoorbeeld. Iedere Belg mag tot 200 megabyte (MB) opslaan. Dat is best veel, gezien dit soort documenten normaal gesproken geen heel grote ruimtevreters zijn.

Kernexplosies en komeetinslagen

Een vraag die vanzelfsprekend bij zoiets rijst, betreft de veiligheid: is het veilig om belangrijke documenten in zo'n systeem te stallen? De Federatie van het Notariaat heeft daar vooralsnog niet veel over gemeld. Wel stellen ze dat er allerlei veiligheidstests zijn uitgevoerd en dat de gegevens worden opgeslagen in drie datacentra verspreid over België. Die centra zijn volgens hen in staat om kernexplosies en komeetinslagen te overleven. Ja, dat zijn echt de woorden van de Federatie.

In Nederland

Het voordeel van Izimi is dat alle notarissen er gebruik van kunnen maken en dat de documenten dus op één manier worden opgeslagen. Overzichtelijk en, zo lijkt ons, veilig. Wat dat betreft, is het in de toekomst misschien ook een idee voor de Nederlandse notaris.
Bron: Tweakers



Het fiscale verschoningsrecht wordt ingeperkt: wat is daarvan het effect?


Iedere Nederlandse belastingbetaler moet de Belastingdienst verplicht informatie verstrekken. Het gaat dan om gegevens die de dienst nodig heeft om verschillende heffingen op te stellen. Dat geldt ook voor eventuele derden die we ook wel administratieplichtigen noemen. Maar er zijn uitzonderingen.
Notarissen en advocaten, bijvoorbeeld. Zij maken gebruik van het zogenoemde fiscale verschoningsrecht. Dat houdt grofweg in dat zij niet verplicht zijn om informatie van cliënten te delen. Ze kunnen zich dan beroepen op dit recht.

Panama Papers

Juist dat recht staat momenteel hevig onder druk. De directe aanleiding daartoe? Dat zijn de Panama Papers: een verzameling gelekte documenten die in 2015 miljoenen gegevens van belastingontduikers blootstelde.
De Nederlandse regering stelt daarop dat feiten die fiscaal relevant zijn niet langer achtergehouden mogen worden. Ook niet door notarissen en advocaten. Met andere woorden: ze willen een inperking van het fiscale verschoningsrecht.

Verzet tegen de inperking

Daar zijn de twee genoemde beroepsgroepen het niet mee eens. Ze verzetten zich vooralsnog nadrukkelijk tegen de inperking van het fiscale verschoningsrecht en hebben hun zorgen onder meer via een brief geuit naar staatssecretaris Vijlbrief van Financiën.
De afzender van de brief is de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). De organisatie is van mening dat de inperkingen onnodig en disproportioneel zijn. De KNB stelt bijvoorbeeld dat de Belastingdienst al genoeg mogelijkheden heeft tot het opvragen van informatie bij en over belastingplichtigen.

Gevolgen voor de advocatuur

Ook de advocatuur is in opstand gekomen tegen de voorgenomen inperkingen. Zij wijzen op andere gevolgen van de maatregelen, welke volgens hen effect hebben op de communicatie tussen advocaten en cliënten. Vertrouwelijke gesprekken zouden ernstig onder druk komen te staan.
We houden u op de hoogte van de te nemen maatregelen omtrent de inperking van het fiscale verschoningsrecht.



Voorkom sluiting: heeft uw kantoor al energielabel C of beter?


Een wetsverandering stelt hogere eisen aan de energiezuinigheid van kantoorpanden. Veel huurders en eigenaren van kantoren zijn echter niet op de hoogte van deze verandering die hoge eisen stelt aan de energiezuinigheid van hun kantoor. Concreet dient een kantoor van meer dan 100 vierkante meter vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C te hebben. Per 1 januari 2030 wordt label A of beter zelfs de eis. Voldoet een pand of kantoor niet aan deze eisen? Dan kan de eigenaar of huurder in het ergste geval uit het kantoor worden gezet.

Grondige verduurzaming

De overheid heeft nieuwe doelen gesteld om de kantoormarkt grondig te verduurzamen. In Nederland staan ruim 62.000 kantoren die groter zijn dan 100 vierkante meter en geheel als kantoor dienen. Op dit moment voldoet slechts iets meer dan een derde van alle panden aan de nieuwe eisen. Zij hebben een energielabel C of beter. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemen. Meer dan twee derde van alle panden scoort lager dan label C, of heeft nog helemaal geen energielabel geregistreerd.

Lage prioriteit

De klok tikt dus, maar door de coronacrisis heeft verduurzaming nu een lage prioriteit. Bedrijven zijn bezig met overleven en hebben het energielabel vaak als laatste punt op de agenda staan. Opvallend is wel dat veel ondernemers door de coronacrisis anders zijn gaan denken over hun kantoorruimte. De thuiswerktrend zorgt ervoor dat bedrijven op vierkante meters kunnen besparen. Zelfs het afstoten van kantoorpanden wordt vaker overwogen.

Meer werkcomfort en lager ziekteverzuim

Ook zien veel ondernemers op tegen de financiële investering die voor verduurzaming van hun kantoren noodzakelijk is. Uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw blijkt dat die zorgen ongegrond zijn: de investeringskosten kunnen namelijk binnen afzienbare tijd worden terugverdiend. Daar komt bovenop dat medewerkers in een duurzaam gebouw harder werken en tegelijkertijd minder vaak ziek zijn. Meer werkcomfort zorgt voor een productiviteitsverbetering tot 15 procent, terwijl het ziekteverzuim tot 2,5 procent daalt.



Nederlanders met koopwoning vaak onderverzekerd

Woont u al langer tijd in een eigen (koop)woning? Dan kunt u zich de tijd nog wel herinneren waarin een overlijdensrisicoverzekering tijdens het afsluiten van een hypotheek verplicht werd gesteld. Onder meer het afschaffen van dit soort verplichtingen heeft ertoe geleid dat Nederlanders vaker onderverzekerd zijn.
Dergelijke overlijdensrisicoverzekeringen worden nog steeds veelvuldig afgesloten. Het voorkomt tenslotte situaties waarbij nabestaanden uit hun woning worden gezet wanneer er een partner overlijdt – en diens inkomen daardoor wegvalt. Er is echter een groot verschil met vroeger. De overlijdensrisicoverzekering is nu niet langer verplicht. Daardoor zijn er ook veel mensen die ervoor kiezen om zo’n verzekering helemaal niet meer af te sluiten. En dat worden er volgens het accountants- en advieskantoor KPMG steeds meer, met alle gevolgen van dien.

Opstalverzekering

Een ander type verzekering waar relatief weinig mensen naar omkijken, is de zogenoemde opstalverzekering. Dat komt in dit geval niet zozeer door een gebrek aan een verplichting, maar wel door het stijgende aantal verbouwingen. Nederland is tijdens de coronaperiode massaal aan het klussen geslagen. Volgens Pricewise zijn er behoorlijk wat woningen verbouwd. Het is daarbij wel zaak dat de opstalverzekering opnieuw wordt gecontroleerd. U raadt het al: dat gebeurt niet of nauwelijks.
Het gevolg is dat woningbezitters slechts voor een deel van de waarde van hun woningen zijn verzekerd. Nu is het niet zo dat mensen die een nieuwe vloer hebben laten leggen direct hun polisblad erbij moeten pakken. Maar voor wie een dakkapel heeft laten plaatsen, wordt het al een ander verhaal. Zo’n ingreep zorgt tenslotte voor waardestijging van het huis. En daar hoort meestal een hogere premie bij.
Pricewise stelt dat slechts een derde van alle Nederlandse klussers een opstalverzekering heeft die ook daadwerkelijk bij de verbouwde woning past.


Verzekeringsclausules voor bedrijven: wat moet ik erover weten?

Verzekeringen zijn handige, preventieve maatregelen die u en uw bedrijf wellicht uit de brand kunnen helpen wanneer de situatie daarom vraagt. Maar met alléén een verzekering bent u er doorgaans nog niet. Aanvullende verzekeringsclausules kunnen van groot belang zijn op de vraag of een verzekeraar al dan niet aan u uitkeert. U leest er hieronder meer over.

Clausules zijn grofweg expansies op uw bestaande verzekeringen. Ze kunnen uw verzekering uitbreiden, maar zorgen meestal juist voor een aantal beperkingen. Het kan bijvoorbeeld gaan om bepaalde voorwaarden waaraan u moet voldoen, wilt u hebben dat de verzekeraar ook daadwerkelijk uitkeert.
Een voorbeeld: u laat uw bedrijfspand verzekeren voor brandschade. De bijbehorende clausule stelt echter dat deze alleen uitkeert wanneer u op de zaak rookmelders heeft geïnstalleerd. Is dat niet het geval? Dan ontvangt u, mocht er daadwerkelijk brand uitbreken, in het ergste geval helemáál geen vergoeding. En daarom zijn clausules van groot belang.

Harde clausules versus zachte clausules

Bij clausules wordt onderscheidt men twee soorten: harde en zachte clausules. Een zachte clausule houdt in dat u – om het bij het voorbeeld van de onverhoopte brand te houden – minder krijgt uitgekeerd dan de oorspronkelijke verzekering stelt. Vijftig procent van de waarde van de beschadigde spullen, bijvoorbeeld.
Een harde clausule is een uiterste en stelt dat u in zo’n geval helemaal niets vergoed krijgt: u had tenslotte rookmelders moeten installeren. Alsof u de verzekering nooit heeft afgesloten, zeg maar.

Extra aandacht

De meeste bedrijven besteden dus extra aandacht aan de bijbehorende clausules. Het voorbeeld van de rookmelder en de brand illustreert wanneer zo’n clausule in werking kan treden, maar er zijn vanzelfsprekend meer gevallen waarbij u de clausules goed in de gaten moet houden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de mate van aansprakelijkheid. Check daarom altijd wat de clausules zijn bij verschillende verzekeraars en vergelijk deze met elkaar. Zo weet u welke verzekering het beste bij u en uw bedrijf past.



De vergoedingen voor alternatieven geneeswijzen gaan omlaag: dit moet u erover weten

Acupunctuur, osteopathie en homeopatische geneesmiddelen: zomaar wat voorbeelden van diensten en producten die vanaf volgend jaar minder vaak worden vergoed. Dat laat een onderzoek van Zorgwijzer.nl zien.


Volgens de website verlaagt een groot deel van de zorgverzekeraars de bedragen voor eventuele alternatieve vergoedingen. Bij andere verzekeraars wordt het zelfs helemaal niet meer mogelijk om uzelf te verzekeren voor alternatieve geneeswijzen.
Zo verlaagt OHRA de dekking voor alle pakketten. De instantie vergoedde eerst behandelingen tot en met € 750, maar dat wordt in 2021 verlaagd naar € 500. Zilveren Kruis doet hetzelfde: hier worden de vergoedingen voor alternatieve geneeswijzen met € 100 verlaagd.
CZ schrapt de dekking voor alternatieve geneeswijzen zelfs compleet uit het aanvullende basispakket. Daarnaast worden de vergoedingen in het Top- en het Plus-pakket, net als bij Zilveren Kruis, met € 100 verlaagd.
Ook Nationale Nederlanden vermindert het aantal vergoedingen, door het pakket Comfort te schrappen. Daar zat een dekking tot € 1000 per jaar bij (met een maximum van € 50 per dag), maar het pakket is in 2021 dus niet langer af te sluiten.
Bij FBTO kunt u zich helemaal niet meer verzekeren voor alternatieve geneeswijzen.

Populair

De nieuwe vergoedingen zijn enigszins opmerkelijk te noemen, want een kwart van alle volwassenen hecht waarde aan alternatieve geneeswijzen. Dat laten cijfers van het CBS zien.
Ongeveer een op de tien Nederlanders maakt gebruik van de diensten van alternatieve genezers.

Premies

Al met al wordt het voor deze mensen in 2021 weinig aantrekkelijk om zichzelf nog te verzekeren voor alternatieve geneeswijzen. Zo meldt Zorgwijzer.nl dat de kosten van de behandelingen veelal niet opwegen tegen de premies. Aanvullende verzekeringen kosten verzekerden al gauw 35 tot 50 euro per maand, terwijl er slechts tot maximaal € 500 wordt vergoed.



De verzekeringspremies voor bedrijven stijgen: dit is de reden


De huidige coronapandemie heeft uiteenlopende gevolgen voor het bedrijfsleven. Eén daarvan is een stijging van de premies voor relevante verzekeringen. We hebben het dan over een stijging van 5% voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zzp’ers en een stijging van 10% voor premies voor verzuimverzekeringen. Dat meldt het ondernemersverzekeringsplatform Yezzer.
Veel ondernemers verkeren in zwaar weer sinds het uitbreken van het coronavirus in maart 2020. Daartoe heeft de Nederlandse overheid allerlei steunpakketten in het leven geroepen, zoals de Tozo (Tijdelijke overbrugging zelfstandig ondernemers). De Belastingdienst biedt hen de mogelijkheid tot uitstel van betaling. Maar verzekeraars? Die dingen vooralsnog niet mee in de steun.

Flinke bedragen

Dat meldt Adriaan van Loon, oprichter van Yezzer, tegenover BNR Nieuwsradio. Hij stelt dat de premiestijgingen gepaard gaan met flinke bedragen. Volgens hem betalen bedrijven normaal gesproken al duizenden euro’s per jaar aan premies wanneer er sprake is van meerdere werknemers. Als daar dan vijf of tien procent bijkomt, gaat dat inderdaad om veel geld.
Het nieuws is inmiddels bevestigd door het Verbond van Verzekeraars. De stijging komt volgens hen doordat de rendementen op de premies lager worden. Dat komt dan weer door een hoger ziekteverzuim.

Verzuim door het coronavirus

Personeel dat onverhoopt te maken krijgt met het coronavirus, zelf óf middels een verplichte quarantaine, is doorgaans voor langere tijd afwezigheid. Er wordt dan flink uitgekeerd aan arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Dat geld moet vanzelfsprekend ergens vandaan komen. Uit de premies van betalende klanten, bijvoorbeeld.

Niet uitsluitend verhoging

Overigens is het niet zo dat verzekeraars al hun tarieven massaal verhogen, zo stelt ook Van Loon. Volgens hem blijven er ook veel verzekeringspremies gelijk. Andere verzekeringen worden zelfs goedkoper. Die voor bedrijfsauto’s, bijvoorbeeld – veroorzaakt door het feit dat er momenteel flink minder wordt gereden.



Transportverzekeraar TVM keert eenmalig €10 miljoen uit aan zakelijke klanten in Nederland


Heeft u een bedrijf in de logistiek of transportbranche en uw voer- en/of vaartuigen verzekerd bij TVM? Dan volgt hier goed nieuws voor u. De transportverzekeraar maakte onlangs in een persbericht bekend eenmalig 10 miljoen euro uit te keren aan haar Nederlandse zakelijke klanten. De uitkering geldt voor alle klanten die actief zijn in de transport en logistiek over weg en water. In Nederland verzekert TVM ruim een derde van alle vrachtwagens en het transport.

Coöperatieve achtergrond

TVM is tot deze beslissing gekomen naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus. Hierdoor is de Nederlandse economie hard geraakt, waarbij de logistiek- en transportsector extra harde klappen heeft moeten incasseren. TVM erkent dat de coronacrisis op alle klanten een zekere negatieve invloed heeft en heeft gehad. De organisatie heeft een coöperatieve achtergrond, die het mogelijk maakt om ondernemers door middel van een eenmalige uitkering te steunen. De actie is voor TVM overigens niet vreemd. In 2010 en 2012 werden ook bedragen aan klanten uitgekeerd, destijds vanwege de gevolgen van de kredietcrisis.

Onderlinge verbondenheid

Het principe ‘leden voor leden’ staat bij TVM hoog in het vaandel. Men wil klanten laten voelen dat er een onderlinge verbondenheid is. Het bedrijf wil er voor hun klanten zijn en voegt met deze actie de daad bij het woord. Door de coronacrisis is het transport van bloemen, planten, maar ook vervoer ten behoeve van de horeca-, evenementen- en automotivesector sterk teruggelopen. Ook de binnenvaart ervaart de gevolgen van vraaguitval en een dalende omzet. Daarom wil TVM haar zakelijke klanten graag steunen.

Aanvragen hoeft niet

Bent u op dit moment geregistreerd als zakelijke klant bij TVM? Dan hoeft u zelf niets te doen. U wordt in de komende maanden vanzelf door de verzekeraar over de voorwaarden en procedure geïnformeerd.