Nieuwste berichten in onze App

Nieuwsartikel voor accountancybranche – BV
Nieuwe btw-regels op komst: dit moet u erover weten
Mede ingegeven door de coronacrisis schieten webshops de laatste tijd uit de grond. Heeft u ook grootse plannen om de wereld te veroveren met uw digitale winkel? Hou er dan rekening mee dat de regels voor e-commerce op 1 juli 2021 iets wijzigen.
De kans is daarbij aanwezig dat u helemaal niet in aanraking komt met deze nieuwe set regels. Ze zijn namelijk bedoeld voor webshops die ook over de Nederlandse grenzen actief zijn.
Drempelbedragen
Ze hebben voornamelijk te maken met een fenomeen genaamd drempelbedragen. Dit zijn bedragen die zijn afgesproken omdat Europese landen allemaal andere btw-tarieven hanteren.
Verkoopt u vanuit Nederland iets aan een – laten we zeggen – Deense klant? Dan betaalt u het Deense btw-tarief en draagt u btw af aan Denemarken. Tenminste… als u het drempelbedrag overschrijdt.
En dat drempelbedrag is dus hetgeen dat binnenkort op de schop gaat. Nu is het namelijk nog zo dat alle landen een ander drempelbedrag hanteren. Per 1 juli is dat overal hetzelfde: €10.000.
Meer maatregelen
Een tweede maatregel heeft te maken met de zogeheten btw-vrijstelling. Als ondernemer zijnde heeft u nu het voordeel van een btw-vrijstelling bij een waarde tot en met 22 euro. En u voelt hem al aankomen: die komt te vervallen. Het doel dat de EU hierbij heeft, is het ontwikkelen van een gelijk speelveld.
Er verandert eveneens iets in de verantwoordelijkheid van ondernemers. U blijft weliswaar eindverantwoordelijke voor de btw-afdracht, maar het kan zijn dat het platform dat uw verkopen faciliteert hier óók mee wordt belast. Dat is het geval als de rol van dit platform erg actief is en méér omvat dan alleen het functioneren als partij tussen koper en verkoper.
Coronacrisis: de non-foodsector verkocht nog nooit zo weinig als in januari van 2021
Het is nogal een understatement om te stellen dat de detailhandel hard is getroffen door de gevolgen van de COVID-19-pandemie. Nu hebben we daar ook cijfers bij. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt namelijk dat winkeliers in de non-foodsector niet eerder zo’n neergang in het aantal verkopen hebben meegemaakt.
Het CBS meldt een verkoopdaling van maar liefst 38 procent ten opzichte van januari 2020. Dat is de sterkste daling sinds op z’n minst 2005: het jaar waarin het CBS begon met het bijhouden van statistieken rondom dit soort verkopen.
Volgens het bureau zijn met name kleding- en schoenenzaken erg hard getroffen. Zij moesten gemiddeld meer dan de helft aan omzet inleveren. Andere zwaar getroffen branches zijn meubelzaken, elektronicawinkels en verkopers van recreatieartikelen. Zij verloren ongeveer 33 procent van hun opbrengsten, aldus het CBS.
Voedingswaren
De food-sector, die gewoon open mocht blijven, heeft juist te maken met een stijging van 8,6 procent. Supermarkten zijn het succesvolst: zij kenden een omzettoename van zo’n tien procent. Drogisterijen genoten eveneens meer omzet dan in januari 2020.
Online verkoop
Winkeliers in de getroffen branches hebben wel enige omzet uit online verkopen kunnen halen. Deze zijn volgens het CBS in januari meer dan verdubbeld: een stijging van 129 procent.
Verschillende winkelketens hebben echter aangegeven dat ze hun webshops voornamelijk als extra activiteit gebruiken. Volgens hem compenseren de digitale uitgaves bij lange na niet voor de omzet die normaal gesproken in hun winkels wordt gerealiseerd. Ze stellen onder meer dat klanten online veel gerichter zijn in hun aankopen en niet spontaan nog wat extra producten meenemen.
Bron: ANP en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

De online omzet in de detailhandel stijgt

Door de coronapandemie mag het geen verrassing heten dat de omzet uit internetverkopen binnen de detailhandel aanzienlijk is gestegen. Het CBS meldde voor het vierde kwartaal van 2020 een stijging van bijna 56 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Daarmee valt ook de totale omzet van het laatste kwartaal hoger uit: 4,5 procent hoger dan in 2019. We moeten daar wél bij vermelden dat er nogal wat verschillen zijn tussen de uiteenlopende branches. Zo steeg de omzet van doe-het-zelf-zaken met bijna 17 procent, maar leverden kledingwinkels juist 26,9 procent in.

Verschillende soorten webwinkels

Een ander onderscheid dat op basis van omzetstijgingen wordt gemaakt, is dat tussen webwinkels en zogenoemde multi-channelers. Een webwinkel heeft verkopen via online kanalen als primaire bedrijfsactiviteit, waar een multi-channeler gebruik maakt van meerdere manieren om zijn of haar waar te verkopen. Het zijn met name de multi-channelers die op dit terrein het meeste winst boeken. De online omzet kende in het vierde kwartaal van 2020 een stijging van maar liefst 71,5 procent en daarmee werd het oude record van 68 procent verbroken.

Webwinkel starten

Retailers zonder webwinkel doen er verstandig aan hier snel mee te beginnen. Het aantal verkopen via internet stijgt enorm – en niet alleen door het coronavirus. Daarbij is het wel raadzaam om rekening te houden met alle bijkomstigheden. Het laten maken en onderhouden van een webwinkel vergt in investering in tijd en geld. Hosting en domeinregistratie zijn hier slechts voorbeelden van. Ook marketing kost geld. Bijvoorbeeld in de vorm van advertenties, zoekmachineoptimalisatie en het inhuren van specialisten daarvoor.
Tip: besteed, indien mogelijk, het maken van een webshop altijd uit aan een specialist. Dat is misschien een investering, maar dat betaalt zich op een later moment zeker uit.



Belastingwijzigingen voor ondernemers: dit zijn de belangrijkste veranderingen in 2021

Een nieuw jaar betekent doorgaans ook allerlei fiscale veranderingen. Hieronder leest u een aantal van de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers.

Afbouw van de zelfstandigenaftrek

De verandering die het meest in het oog springt, is de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Deze gaat vanaf dit kalenderjaar in stappen omlaag. Dat begint met een verlaging van €360. Daarna volgt een verlaging van €390, waarna de overheid in acht verlagingen van telkens €110 afschaalt tot een bedrag van €3.240. De reden van deze afbouw is het verkleinen van fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werkenden in loondienst.
Ook krijgen ondernemers te maken met de onderstaande veranderingen.

Verhoging heffingskortingen

Deze stonden eigenlijk gepland voor 2022 maar zijn een jaar naar voren gehaald. De algemene heffingskorting stijgt met €126.

Veranderingen in de vennootschapsbelasting (Vbp)

Doordat er vanaf 2021 wordt getoetst met een hogere drempel, vallen naar verwachting méér mkb-bedrijven in het lage segment van de vennootschapsbelasting – de Vbp. Mkb’ers betalen dit jaar vijftien procent belasting over winsten tot €245.000. Dat bedrag stond tot en met vorig jaar op €200.000. Deze in principe aantrekkelijke verandering heeft tot doel om de economie door meer financiële ruimte te creëren bij ondernemers.

Invoeringen van een CO2-heffing

Industriële bedrijven krijgen vanaf 2021 te maken met een zogenoemde CO2-heffing. Dat houdt in dat ze een heffing gaan betalen wanneer er sprake is van een teveel aan uitstoot. Deze heffing wordt in de komende jaren verder verhoogd. Het is de bedoeling bedrijven zo te stimuleren om efficiënter en vooral duurzamer te produceren.

Invoering van een meldplicht voor internationale belastingconstructies

Maakt uw bedrijf gebruik van een belastingconstructie die landsgrenzen overschrijdt? Dan moet u de Belastingdienst daar vanaf dit jaar van op de hoogte brengen.



Accountant versus belastingplichtige: wie betaalt een eventuele boete?

In beginsel is de belastingplichtige te allen tijde eindverantwoordelijk voor zijn of haar aangiftes. Ook wanneer de boekhouder of accountant de fout in gaat. Maar dat lijkt in het geval van onverhoopte boetes toch net iets anders te liggen.


Bedrijfseigenaren ervaren belastingen veelal als een blok aan het been. Ze vinden het doorgaans een wirwar aan regels en besteden het mede daarom maar wat graag uit aan iemand die er wél verstand van heeft. Een boekhouder of accountant is in hun ogen een garantie voor juiste, boetevrije aangiftes.
Maar dat laatste lijkt toch niet helemaal zo te zijn, meldt Rendement.nl. Ze noemen een voorbeeld van een situatie uit 2018. Hierbij werkte een bv, een projectontwikkelaar, aan de ontwikkeling van een wooncomplex.

Boete

De administratie werd binnen het bedrijf in kwestie gevoerd, hoewel een accountant de daadwerkelijke aangifte verzorgde. Zodoende ontstond een situatie waarbij de organisatie btw-facturen naar een investeerder stuurde, terwijl de accountant nihil-aangiften voor de btw indiende. Resultaat: een naheffings-aanslag, maar ook een boete.
De eigenaar van de bv in kwestie kon leven met de aanslag, maar vocht wel de boete gerechtelijk aan en wilde deze verhalen op de accountant.

Uitspraak

Met succes, want de rechter oordeelde in het nadeel van de accountant: het bedrijf mocht vertrouwen op diens deskundigheid.
Toch heeft ook de accountant de boete niet hoeven te betalen. De rechtbank oordeelde namelijk dat deze ten onrechte was opgelegd: geen van de betrokken partijen had bewust fouten gemaakt en dus was er ook geen sprake van schuld.

Eindverantwoordelijkheid

Eindstand is dat er dus een maar zit aan de eindverantwoordelijkheid van de belastingplichtige. Deze wordt vanzelfsprekend in stand gehouden, maar in het geval van boetes kan dit mogelijk anders uitpakken.


Nieuwsartikel voor accountancybranche – IB-ondernemer
Inkomstenbelasting en de politiek: dit willen déze partijen met uw IB
Kilometerheffingen, collectiviteitskortingen, basisverzekeringen… De nieuwe partijen in de Tweede Kamer hebben allemaal hun standpunten over wat u als ondernemer aangaat. Het belangrijkst is echter hun opinie omtrent de inkomstenbelasting. We nemen daardoor de plannen van de vijf grootste partijen rondom de IB met u door.
VVD
De VVD is van oudsher een ondernemerspartij en dat laat hun programma ook – soort van – zien. Qua IB zijn ze gefocust op de invoering van een korting op middeninkomens. Ze pleiten daarnaast voor een uitbreiding en verhoging van de arbeidskosten en willen werken méér laten lonen door de totstandkoming van een werkbonus.
De VVD vindt tevens dat het huidige belasting- en toeslagenstelsel makkelijker kan.
D66
D66 staat voor financiële solidariteit en uit dat via onder meer een negatieve inkomstenbelasting, gestoeld op de omvang van een huishouden – en niet op het inkomen. Ze denken dat zo’n systeem zorgt voor minder inkomstenbelasting, maar voor méér belasting op vervuiling en het vermogen.
De democraten zijn eveneens voorstander van gemeentes die zelf inkomstenbelastingen kunnen heffen.
PVV
De PVV stelt een aantal belastingverlagingen voor, waaronder een lagere btw op boodschappen, een verlaging van de energiebelasting en het behoud van zorgtoeslag voor bepaalde inkomens. Ze staan daarnaast voor het onveranderd blijven van zaken als ontslagvergoedingen en hypotheekrenteaftrek en zijn tegen rekeningrijden.
CDA
Om Nederland uit de crisis te helpen, staat het CDA positief tegenover een extra belastingtarief voor de hoogste inkomens: een zogenoemd toptarief. Ze zijn, net als de VVD, voor een vereenvoudigde versie van het toeslagenstelsel en willen dat ouders uitsluitend een inkomensafhankelijke bijdrage betalen voor eventuele kinderopvang.
PvdA
De Partij van de Arbeid wil een nieuw belastingtarief introduceren. Als het aan hen ligt gaan inkomens boven de €150.000 voortaan zestig procent afdragen.
Digitale revolutie: de voordelen van de online accountant
De coronacrisis heeft ons met de neus op vele feiten gedrukt, maar de noodzaak tot digitalisering valt misschien wel het meeste op. Eens te meer is aangetoond dat winkeliers eigenlijk niet zonder een online shop kunnen, terwijl verschillende bedrijfsleiders ongetwijfeld nadenken of hun werknemers na de pandemie nog wel zo vaak naar kantoor hoeven te komen.
Ook de accountancybranche ontkomt niet aan dergelijke transities. Dat kan echter ook verschillende voordelen hebben.
De accountant werd lange tijd gezien als hét beroep waarbij face-to-face-communicatie onvermijdelijk was. De onderwerpen die accountants behandelen, zijn tenslotte gevoelig. Items als de inkomstenbelasting dienen bij voorkeur niet via Zoom of iets dergelijks te worden besproken.
Toch treden er nu in rap tempo veranderingen op. Een transitie die weliswaar al was ingezet, maar aanzienlijk is versneld onder de invloed van de pandemie. Datzelfde Zoom is bijvoorbeeld onmisbaar geworden binnen ieder willekeurig bedrijf. Het aantal digitale aankopen torent in rap tempo boven de omzet van traditionele winkeliers uit. Technologie is dus meer en meer leidend. En dat biedt ook accountants allerlei voordelen.
Voordelen van de online accountant
Zo kan een accountant veel beter inspelen op uw persoonlijke wensen. Processen als het doorgeven van de omzetbelasting kunnen nu niet alleen geautomatiseerd, maar ook naar uw ritme worden vormgegeven. Een accountant kent uw voorkeuren en werkwijze en dat maakt bijvoorbeeld het opgeven van de jaarcijfers eenvoudiger, maar ook sneller. En tijdswinst is voor zowel accountant als consument nooit verkeerd.
‘Gaat dat dan niet ten koste van de persoonlijke band tussen de accountant en klant?’ Nee – dat ligt niet in de lijn der verwachtingen. Empathie en passie zijn nog altijd onmisbare onderdelen. De accountancy is een menselijke branche. Het verschil dat de mensen nu gebruik kunnen maken van extra, digitale mogelijkheden waarmee het contact juist persoonlijker kan worden.

Plannen voor meer steun aan beginnende ondernemers: wat houdt dit in?

De Tweede Kamer kwam onlangs met – soort van – goed nieuws: de Kamer wil de coronasteun voor startups uitbreiden. Dat kan een uitweg zijn voor de ondernemingen die momenteel géén aanspraak kunnen maken op steun, vanwege een 'te vroege' inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
Het is in deze tijd een veelgehoord argument wanneer u iemand vertelt dat de zaken moeizaam verlopen: ‘Maar u krijgt toch steun?’ De realiteit is echter dat er nogal wat ondernemingen buiten de diverse regelingen vallen. Ter illustratie: wie zijn of haar bedrijf tussen 1 januari en 30 juni 2020 is gestart, mag gebruik maken van de zogenoemde starterssteun. Die regeling werd min of meer in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat nét begonnen ondernemingen niet direct na de opening de dupe worden van de coronapandemie.
Het houdt echter ook in dat u géén steun ontvangt wanneer uw bedrijf in december 2019 startte. Zodoende vallen er behoorlijk wat bedrijven buiten de boot. En daar wil de Tweede Kamer nu iets aan doen, zodat er geen levensvatbare bedrijven buiten de boot vallen.

Steunpakketten

Verschillende partijen pleiten nu voor een uitbreiding van de huidige maatregelen, waarmee ook ondernemers worden geholpen die eind 2019 zijn gestart. Ze achten de kans groot dat het kabinet dit binnen afzienbare tijd regelt. Hoe deze steun er precies uit komt te zien? Dat is nu nog niet duidelijk. Men werkt namelijk nog aan een exacte regeling.
Mochten bedrijven die eind 2019 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in aanmerking komen voor steun, dan bestaat de kans dat deze lijkt op de steun die starters tussen 1 januari en 30 juni 2020 krijgen. Het kabinet heeft daarvoor in totaal zeventig miljoen euro beschikbaar gesteld.

Het basistarief voor de inkomstenbelasting lager in 2021: dit moet u erover weten

Heeft u een inkomen tot €68.507? Dan hebben we in principe goed nieuws voor u. U betaalt vanaf dit jaar tenslotte minder belasting. Het basistarief voor de inkomstenbelasting is namelijk verlaagd. U betaalt over uw inkomsten géén 37,35 procent, maar 37,10 procent.


Dat lijkt misschien een erg kleine verandering – en in wezen is het dat natuurlijk ook. Feit blijft wel dat alle inkomens tot €68.507 onder de streep toch iets meer overhouden. En dat is altijd een welkome verandering.

Voor wie geldt deze wijziging?

De wijzigingen in het basistarief voor de inkomstenbelasting gelden voor iedereen die inkomstenbelasting betaalt. Daaronder vallen dus werkenden, maar ook mensen met een uitkering.

Waar komt deze wijziging vandaan?

Het wijzigen van het basistarief voor de inkomstenbelasting maakt deel uit van een pakket maatregelen genaamd Belastingplan 2021. De Eerste Kamer ging hier op 15 december van 2020 mee akkoord.

Overige wijzigingen

Het Belastingplan bevat meer nieuwe maatregelen op het gebied van verschillende soorten belastingen. Zo komt er, naast de verlaging van het basistarief voor de inkomstenbelasting, ook een wijziging in de overdrachtsbelasting. Vanaf dit jaar betalen woningkopers tot en met 35 jaar géén overdrachtsbelasting meer. Dat scheelt hen 2 procent van de aankoopprijs, waardoor het voor hen makkelijker moet worden om een huis te kopen. Vanaf 1 april 2021 geldt daarbij wel de aanvullende voorwaarde dat deze woning niet duurder mag zijn dan €400.000.
Andere belastingmaatregelen in het pakket hebben betrekking op onder meer de heffingskorting. Deze wordt met €126 verhoogd, wat gunstig is voor zowel zelfstandigen als werknemers in loondienst en waardoor werken weer iets meer gaat lonen. Daarnaast krijgen we te maken met verschillende milieubelastingen. Voorbeelden daarvan zijn een nieuwe vliegtaks en een CO2-heffing voor bedrijven die veel CO2 uitstoten.



Eten op kosten van de zaak: in hoeverre is het aftrekbaar?

Een lunch tijdens een reguliere werkdag. Een etentje met een klant of opdrachtgever. Het aantal potten filterkoffie voor het kantoorpersoneel dat er werkelijk doorheen vliegt. Voor een ondernemer zijn eten en drinken doorgaans een behoorlijke kostenpost. De logische vraag is dan ook: in hoeverre zijn deze kosten aftrekbaar?


Kosten voor eten en drinken zijn onvermijdelijk in het bestaan van iedere ondernemer. Maar daarbij bestaat er wel een onderscheid tussen kosten die puur zakelijk zijn en kosten die iedereen had kunnen maken.
Een lunch of, wanneer u lang doorwerkt, diner is dan ook niet aftrekbaar. Iedereen moet tenslotte eten en het mag geen voordeel zijn wanneer u dit toevallig op het werk doet.
Maar wanneer ditzelfde etentje ook een zakelijk doel heeft (een zakenlunch, bijvoorbeeld), verandert de zaak. Deze soorten eten en drinken zijn namelijk wél aftrekbaar.

Met drempel

De Belastingdienst gebruikt hier bij twee manieren van berekenen: met en zonder drempel. Deze drempel bedraagt € 4.500. Alles wat u boven dat bedrag uitgeeft aan eten en drinken mag u aftrekken van de belasting.
Dat is voor een zzp'er of een ander klein bedrijf niet echt aantrekkelijk: u moet behoorlijk wat op kunnen, wilt u op jaarbasis voor meer dan € 4.500 eten en drinken. Maar voor grotere instanties kan het een manier zijn om op termijn op dergelijke kosten te besparen.

Zonder drempel

De versie zonder drempel is dan ook interessanter voor kleine ondernemingen. Sommigen noemen dit ook wel de 80/20-regel: u mag tachtig procent van de kosten voor zakenlunches, koffiepotten en andere voedsel gerelateerde elementen opvoeren als kosten. De overige twintig procent zijn gewoon voor het bedrijf. De drempel van € 4.500? Die kunt u verder vergeten.


Nieuwsartikel voor accountancybranche – Particulier
Onbelaste reiskostenvergoedingen zijn mogelijk tot 1 juli 2021
De coronacrisis noopte de Belastingdienst tot het ontwikkelen van allerlei steunpakketten en maatregelen voor zowel werkgevers als -nemers. Eén daarvan is de invoering van de onbelaste reiskostenvergoeding. Daarmee mochten bedrijven hun medewerkers voorzien van een netto vergoeding voor de reiskosten.
Of mogen – moeten we eigenlijk zeggen. De regel is namelijk nog steeds actief: tot 1 juli van dit jaar. Dat is enigszins opvallend, want de maatregel stond al twee keer op de nominatie om te vervallen: eerst op 1 januari en daarna op 1 april 2021.
Nog steeds actief
De reden dat onbelaste reiskostenvergoedingen nog altijd mogelijk zijn, heeft te maken met het feit dat er nog altijd relatief veel mensen te maken hebben met reiskosten. Inderdaad, ondanks dat er volop thuis wordt gewerkt.
Deze kosten bestaan bijvoorbeeld uit vaste lasten die gepaard gaan met de aankoop of lease van een auto die vóór de pandemie werd gebruikt voor woon-werkverkeer. Andere mensen hebben (vlak) voor de coronacrisis een ov-abonnement gekocht of verlengd en betalen daarvoor nog altijd een maandelijks bedrag. De verlenging van de mogelijkheid tot onbelaste reiskostenvergoedingen moet hen tot 1 juli uit de problemen houden.
Toekomst
Hoewel het ons zeker lijkt dat de regel ergens dit jaar verdwijnt, is het waarschijnlijk dat de regering ook al kijkt naar nieuwe mogelijkheden omtrent dit soort reglementen. We gaan tenslotte steeds meer thuiswerken: mogelijk keert de situatie van vóór de pandemie niet in dezelfde vorm terug.
Daar horen vergoedingen voor medewerkers die thuiswerken bij – in samenhang met eventuele reiskostenvergoedingen. En dat vereist weer een nieuwe set maatregelen. Met andere woorden: er gaat waarschijnlijk het een en ander veranderen op het gebied van reiskostenvergoedingen. Nóg meer, ja. We houden je vanzelfsprekend op de hoogte!
Waarom het controleren van uw belastingaangifte dit jaar extra belangrijk is
Het is sinds begin maart 2021 weer mogelijk om de belastingaangifte over het voorgaande kalenderjaar te doen. Dat kalenderjaar is vanzelfsprekend 2020. Een tamelijk ongebruikelijk jaar. Daarom waarschuwen verschillende partijen: controleer de belastingaangifte dit keer extra goed.
Nederland is via de welbekende blauwe envelop weer massaal gewezen op die tijd van het jaar: de periode waarin de belastingaangifte moet worden gedaan. Over 2020 – dus over een, op z’n zachtst gezegd, bijzonder jaar. Met alle gevolgen van dien.
Veel mensen zijn – in meer of mindere mate – getroffen door (de gevolgen van) de pandemie. Sommige ondernemers hebben gebruikgemaakt van steunpakketten, waar anderen onverhoopt te maken hebben gehad met een verlies van inkomsten. En de pandemie is niet het enige wat de belastingaangifte voor 2020 bemoeilijkt. Zo wijzen statistieken uit dat meer mensen dan ooit vorig jaar een hypotheek afsloten.
Extra aandacht
Al met al moet er – gemiddeld genomen – behóórlijk wat worden ingevuld op de aangifte. De Belastingdienst roept mensen dan ook op: check de aangifte meermaals voor je deze de deur uitdoet.
Om het een en ander te vergemakkelijken heeft de Belastingdienst zelf ook de nodige voorbereidingen getroffen. Ze hebben bijvoorbeeld de bekendste overbruggingsregelingen voor ondernemers, de TOZO en de TOFA, alvast ingevuld op de aangifte. Ze zijn eveneens aangewezen als bedragen die zijn vrijgesteld van winst.
Renteaftrek
Een rubriek op de aangifte waar nog eens extra op moet worden gelet is de renteaftrek. Dit geldt vooral voor particulieren én ondernemers die onderlinge betalingsregelingen hebben getroffen met bijvoorbeeld uitstel van betaling met huurbaas. Rente die niet in 2020 is betaald, kan tenslotte ook niet worden afgetrokken.

Een track-en-trace-code voor blauwe enveloppen: waarom dit erg handig kan zijn

De manier van postbezorging is compleet veranderd sinds de komst van de zogenoemde track-en-trace-codes. Wat is er handiger dan controleren waar uw pakketje is, zodat u in de tussentijd gewoon uw huis kunt verlaten zonder iets mis te lopen?
Dan hebben we het vooralsnog over pakketten die meestal niet door de brievenbus passen. Niet over gewone brieven, waaronder post van de Belastingdienst. Deze zijn niet te volgen met zo'n code. Sommige politici vinden dat daar verandering in moet komen. Daarover zijn vragen gesteld aan de Tweede Kamer, aan Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën. Deze geeft aan te overwegen om post van de Belastingdienst volgbaar te maken, zodat niemand dergelijke post misloopt, met alle gevolgen van dien. Want ook post van de Belastingdienst raakt wel eens kwijt of komt gewoon niet aan. Voor de ontvanger kan dat vervelende gevolgen hebben, zoals kortere betaaltermijnen of zelfs boetes.
Een track-en-trace-code kan helpen bij het al dan niet verduidelijken van de status van dit soort brieven: is deze wél of niet aangekomen? Dat scheelt de ontvanger stress en de Belastingdienst het sturen van een eventuele aanmaning

Pilots

Gebaseerd op dit concept heeft Vijlbrief twee pilots op de plank liggen. Eén daarvan is gericht op particulieren, terwijl de ander zich richt op track-en-trace-codes voor bedrijven. De twee testconcepten moeten het probleem van verloren post verminderen en daarmee ook de druk op de Belastingdienst.
Inmiddels voert de Belastingdienst gesprekken met externe partijen voor de realisatie van zo'n systeem. Eventueel als uitbreiding op bestaande volgsystemen van documenten. De resultaten van de deze onderzoeken worden in het tweede kwartaal van 2021 verwacht, zo heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer verzekerd.

Zorgmedewerker en een bonus ontvangen? Dit zijn de gevolgen voor uw boekhouding

Het moet voor veel medewerkers in de zorg een blij gevoel zijn geweest: het moment waarop ze hun bankrekening checkten en hun zorgbonus bijgeschreven zagen. Het extraatje van €1.000 is niet alleen om financiële redenen erg lekker: het is ook een blijk van waardering voor vele inspanningen in een barre tijd. En er is meer goed nieuws: het gaat hier om een netto bonus. Met andere woorden: u betaalt er géén belasting over.


Direct na de bekendmaking van de zorgbonus was het al onderwerp van gesprek: de gevolgen van deze bonus voor iemands boekhouding. Een extraatje is welkom, maar als daar vervolgens de helft weer retour moet naar de overheid hebben zorgmedewerkers er alsnog bar weinig aan. Deze zorg had niet alleen betrekking op belastingen. Ook werd gevreesd voor de invloed op verschillende soorten toeslagen, zoals kinderopvang- of huurtoeslag.
Maar het kabinet vond dat de zorgbonus daar niet van invloed op mag zijn. En dus hebben alle zorgmedewerkers, zowel in loondienst als op zelfstandige basis, duizend vrij te besteden euro’s gekregen.

Vrije ruimte

Het netto karakter van de zorgbonus is verwezenlijkt aan de hand van de zogenoemde vrije ruimte. Dit is een deel van het loon van werknemers dat normaal gesproken wordt besteed aan personeelsvergoedingen en dergelijke. Dat zijn sowieso al onbelaste elementen van iemands loon. Door de zorgbonus aan de hand van dit deel te verstrekken, blijft ook deze buiten het schot van de Belastingdienst.

Zorgbonus voor zzp’er

De zorgbonus is ook uitgekeerd aan zzp’ers die werkzaam zijn in de zorg. Dat levert een kleine 'máár' op: doordat ze niet in loondienst zijn, kunnen zij geen gebruik maken van de vrije ruimte. Het kabinet heeft aangegeven dat er wordt gezocht naar een passende oplossing zodat deze bonus ook voor hen in de praktijk een netto bonus wordt



Moet ik mijn belastingaangifte uitbesteden óf zelf regelen?

Inkomstenbelastingen zijn voor veel mensen een wirwar van cijfers en onduidelijke regels. Mede daarom kiezen sommigen ervoor dit uit te besteden aan een boekhouder of accountant. Klein nadeel: die doet het natuurlijk niet voor niets.


Vanzelfsprekend zijn lastige regeltjes niet de belangrijkste reden om de belastingaangifte uit te besteden. Die eer gaat naar een eventueel belastingvoordeel. In een onderzoek van de Consumentenbond gaf zo'n 58% van de ondervraagden mogelijke belastingvoordelen op als motivatie voor de keuze voor een boekhouder of accountant.

Geld opleveren

Het klopt inderdaad dat een goede boekhouder of accountant u geld kan opleveren. Hij of zij kent immers alle ins en outs op fiscaal terrein. Regeltjes waarvan u als doorsnee belastingbetaler niet op de hoogte bent. De boekhouder zorgt er zo voor dat u minder geld kwijt bent aan de fiscus, en dat is nooit weg.
Maar een boekhouder, en vooral een accountant, is niet goedkoop. Tarieven van ruim honderd euro per uur zijn zeker geen uitzondering. Het kan dus heel goed zijn dat u net zoveel kwijt bent aan de boekhouder als u bespaart op uw belasting.

Antwoord

Het antwoord op de vraag of u de belastingaangifte wel of niet moet uitbesteden, hangt dan ook af van uw persoonlijke situatie. Bij standaardaangiftes (loondienst, geen eigen woning enzovoort) is een boekhouder niet nodig. Log in bij MijnOverheid en u komt er vrij snel achter dat de aangifte klip-en-klaar voor u is uitgestald.
Maar hebt u wel een eigen woning, of werkt u als zzp'er? Dan kan het wellicht handig zijn om een boekhouder in de arm te nemen. Zet daarbij diens kosten vooraf tegenover bedrag dat u verwacht te besparen om te weten of een belastingaangifte uitbesteden echt een goed idee is.


Nieuwsartikel voor verzekeringsadviseurs – Particulier
Waarom het niet slim is om verzekeringen op te zeggen
Een allriskverzekering die eigenlijk niet nodig is. Een reisverzekering voor landen waar je toch nooit naartoe gaat. Een inboedelverzekering die véél meer dekt dan je nodig hebt. Oververzekering is een veelvoorkomend fenomeen in het Nederlandse verzekeringswezen en steeds meer mensen ontdekken dat ze overbodige borgstellingen hebben. Dat lost u echter niet op door dit soort verzekeringen dan maar op te zeggen.
Verzekeringen zijn gebonden aan verandering, daar waar je leven waarschijnlijk ook niet altijd ongewijzigd blijft. Dat betekent echter niet dat varianten als de reisverzekering dan maar moet opzeggen. Ook wanneer u – om welke reden dan ook – niet meer zo vaak de hort op gaat als voorheen, loont het om deze, wellicht in een iets andere vorm, te behouden.
Ons advies is dan ook: pak, zodra er iets in uw leven aanzienlijk wijzigt, uw polisbladen er bij. Daarmee doelen op situaties als verhuizingen, geboortes en de komst van een nieuw gezinslid.
Toereikend – of niet?
Bekijk dan of de verzekeringen die u in het verleden hebt afgesloten toereikend zijn voor de nieuwe situatie. Ga bijvoorbeeld na of uw vorige inboedelverzekering past bij uw nieuwe koophuis. Het kan zijn dat er u er een extra verzekering bij moet nemen, maar het is net zo goed mogelijk dat u tegenwoordig goedkoper uit kunt zijn. Zodoende bespaart u op uw verzekeringen zónder dat u deze zomaar laat varen.
Meer verzekeringen
Andere voorbeelden van verzekeringen die afhankelijk zijn van uw persoonlijke situatie zijn de autoverzekering, verschillende reisverzekeringen en de aansprakelijkheidsverzekering. Ga voor alle verzekeringen na of ze nog steeds toepasselijk zijn voor uw situatie en gebruik, als dat het geval is, een online vergelijkingstool om te bekijken of een concurrent wellicht hetzelfde biedt, maar voor minder geld. Dat bespaart u uiteindelijk veel meer geld dan een simpele stopzetting.
Van fiets switchen: wat betekent dat voor mijn verzekering?
Dankzij een goed verzekerde fiets gaat u met een veilig gevoel op. Maar hoe zit dat wanneer u een nieuwe fiets heeft gekocht? We vertellen u er hieronder méér over.
Fietsverzekeringen worden langzaam maar zeker een onmisbaar. Zeker nu fietsen vaker elektrisch en dus prijziger worden, is het raadzaam een passende verzekering af te sluiten, mocht er onverhoopt sprake zijn van schade of diefstal. Het kan natuurlijk zo zijn dat u al een fietsverzekering heeft, maar dat u onlangs een nieuw exemplaar heeft besteld en de verzekering dus eigenlijk overgezet moet worden. Of dit wel of niet kan, is afhankelijk van welke verzekering u nu heeft.
Doorlopende verzekeringen
Heeft u een doorlopende verzekering? Dan is het in principe altijd mogelijk om uw fietsverzekering te verleggen. Deze verzekering geldt tenslotte voor onbepaalde tijd. U neemt hierover contact op met de verzekeraar in kwestie.
Een ander voordeel van de doorlopende verzekering is dat u deze ook gewoon kunt stopzetten, bijvoorbeeld wanneer u helemaal stopt met fietsen en dus geen verzekering meer nodig heeft. Hou daarbij wel de opzegtermijn in de gaten. Bij de meeste verzekeraars is zoiets pas mogelijk na een jaar.
Aflopende verzekeringen
Het kan ook zo zijn dat uw huidige fiets is verzekerd met een aflopende verzekering. U heeft uw fiets dan voor een vooraf bepaalde periode verzekerd en de premie in één keer betaald. Zo’n verzekering geldt voor één fiets. Het is dan ook niet mogelijk om de verzekering te wijzigen: daarvoor moet een nieuwe verzekering afsluiten.
Het is soms wél mogelijk om uw premie deels terug te krijgen, bijvoorbeeld wanneer u de nieuwe fiets ook bij dezelfde verzekeraar laat verzekeren. Neem in dat geval opnieuw contact op met de verzekeraar in kwestie.

Overstappen van zorgverzekering? Voorkom deze veelgemaakte fouten!

Rond de jaarwisseling is het gebruikelijk dat veel Nederlanders van zorgverzekering switchen. Daar gaat doorgaans een grootscheeps vergelijkingsproces aan vooraf – en dat is maar goed ook. Wie zonder zich te informeren overstapt, kan zomaar in een aantal welbekende valkuilen belanden.

Gezinsverzekering

Het klinkt raadzaam en enigszins logisch: ieder gezinslid inschrijven bij dezelfde zorgverzekeraar. Zo declareert iedereen op eenzelfde wijze, krijgt het hele huishouden dezelfde brieven en weet iedereen hoe de online omgeving van de verzekeraar in kwestie werkt. Handig, niet? In de praktijk valt dat wel mee. Dat heeft er simpelweg mee te maken dat het ene gezinslid een hele andere zorgbehoefte heeft dan het andere gezinslid. Een gerichte aanvullende verzekering is dan meestal een beter idee.
Maar wie zijn hele gezin van dezelfde verzekering voorziet, verzekert iedereen voor bijvoorbeeld fysiotherapie. Ook de leden van het gezin die daar waarschijnlijk geen gebruik van maken. Kortom: zonde van het geld. Bekijk de zorgbehoefte dus altijd per persoon.

Collectieve zorgverzekering

Het principe dat we hierboven schetsen, geldt ook voor collectieve zorgverzekeringen. Deze varianten worden vaak aangeboden via werkgevers of verenigingen, soms met aanzienlijke kortingen.
Tip: reken goed uit of deze korting voor u écht aantrekkelijk is. Als u bespaart op iets dat u helemaal niet nodig heeft, bent u namelijk alsnog duurder uit.

Ongebruikte zorg

Aanvullende zorg wordt meestal aangeboden in de vorm van pakketten. Zo kunnen alternatieve zorg en kraamzorg onder dezelfde polis vallen. Bent u een man? Dan hoeven we u waarschijnlijk niet uit te leggen dat kraamzorg voor u wellicht een beetje overbodig is. Mocht de situatie zo zijn dat u wel alternatieve zorg nodig heeft, kijk dan eerst of er verzekeraars zijn die dit los of onder een relevantere polis aanbieden. Dit voorkomt dat u betaalt voor zorg die u nooit gaat gebruiken.


Gezamenlijke zorgverzekering: goedkoper of juist niet?

Het korte antwoord? Nee – het is meestal niet goedkoper om een gezamenlijke zorgverzekering af te sluiten. Het lange antwoord? Dat leest u hieronder.


Als gezin zijnde heeft het verschillende voordelen om aangesloten te zijn bij één en dezelfde zorgverzekeraar. Het is bijvoorbeeld erg overzichtelijk. Iedereen wordt, wanneer nodig, op eenzelfde wijze bericht, alle gezinsleden kunnen op dezelfde manier declareren en beide partners betalen maandelijks hetzelfde bedrag.
Maar als u denkt dat u hiermee goedkoper uit bent, komt u doorgaans bedrogen uit. Wie geld wil besparen doet er meestal goed aan om juist apart van elkaar te verzekeren.

Persoonlijke zorgbehoeftes

Dat heeft alles te maken met het persoonlijke karakter van zo’n zorgverzekering. Verschillende personen hebben tenslotte ook verschillende zorgbehoeftes – ook binnen het gezin. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat Persoon A vaak bij de fysiotherapeut moet zijn – om welke reden dan ook. Persoon B daarentegen maakt veelal gebruik van homeopathische middelen, bijvoorbeeld om van een allergie af te komen.
Stel: Persoon A en Persoon B zijn beiden aangesloten bij dezelfde zorgverzekeraar. Deze aanbieder dekt een groot deel van de fysiobezoekjes, maar niet van de homeopathische middelen.
Dan kunt u denken – prima: er wordt in ieder geval iets gedekt. Maar de kans is groot dat een andere zorgverzekeraar de homeopatische middelen wél dekt. Misschien dekt deze verzekeraar de fysiotherapie wel veel beperkter, maar dat maakt voor Persoon B niet uit: die heeft hij of zij toch niet nodig.

Samenvatting

Conclusie: het is altijd beter om te kijken naar gescheiden zorgverzekeringen. Maak gebruik van een online vergelijker om erachter te komen welke verzekeraar het beste tegemoetkomt aan uw wensen en gebruiken. En als dat dan toevallig dezelfde organisatie is als die van uw partner, dan is dat natuurlijk altijd mooi meegenomen.


Ik heb een Wlz-indicatie. Is een aanvullende zorgverzekering nodig?

De Wet langdurige zorg (Wlz) geeft u toegang tot verpleeghuizen of soortgelijke instellingen. Daarbij lijkt het wellicht raadzaam om een aanvullende zorgverzekering af te sluiten, maar dat is in de meeste gevallen niet nodig.


Dat komt doordat de zorg in dit geval wordt vergoed vanuit de Wet langdurige zorg. In veel gevallen is dat zelfs inclusief bijkomende zorg-aspecten, zoals tandheelkundige zorg of fysiotherapie. Een aanvullende verzekering is dus doorgaans onnodig en weggegooid geld.

Langdurige zorg

Om er zeker van te zijn dat uw zorg echt vanuit de Wlz wordt vergoed, kunt u uw indicatie checken. Wlz-zorg wordt daarop ook wel verblijf met behandeling genoemd. Staat dat op uw blad? Dan wordt uw behandeling reeds vergoed en is een aanvullende verzekering overbodig.
Om er helemaal zeker van te zijn dat dit het geval is, kunt u ook contact opnemen met het CIZ. Dit is de instantie die de indicatie heeft afgegeven.
U kunt een mogelijk overbodige verzekering ook bekijken vanaf de zijde van de zorgverzekeraar. Log hiervoor in bij de verzekeraar in kwestie en bekijk in uw polis welke aanvullende zorg wordt gedekt. Als daar langdurige zorg staat, is dat dus dubbelop. Ook hier geldt: neem in geval van twijfel contact op, dit keer met de zorgverzekeraar.

Tandarts en fysiotherapie

Verblijft u in een Wlz-instelling en ontvangt u, als onderdeel van uw behandeling, tandheelkundige zorg? Dan wordt ook deze zorg vergoed vanuit de Wlz. Een tandartsverzekering is in dezen dus ook niet nodig.
Dat geldt in meerdere of mindere mate ook voor paramedische zorg, waaronder podotherapie, fysiotherapie en ergotherapie vallen. Let wel: deze moet dan echt deel uitmaken van uw zorgtraject. Dus stel, u breekt tijdens uw verblijf in het zorgcentrum uw been, dan behoort de daarvoor verleende paramedische zorg niet tot het Wlz-pakket.
Bron: Tweakers


Nieuwsartikel voor notarisbranche – Particulier
Familieproblemen voorkomen? Een erfrechtverklaring kan helpen...
Erfenissen zijn bij uitstek zaken die nogal eens voor heibel binnen gezinnen en families leiden. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer verschillende kinderen vooraf al niet op goede voet met elkaar leefden, maar ook wanneer dit in wezen wél het geval was. Het is daarom altijd raadzaam om een zogenoemde erfrechtverklaring af te sluiten. Dit voorkomt een hoop gedoe wanneer er sprake is van een erfenis.
Een erfrechtverklaring stelt op papier vast wie recht heeft op het geld van een overledene. Dat kan alleen een notaris doen, waardoor er naderhand in feite geen gesteggel of een welles-nietes-spelletjes kan ontstaan.
Zo’n notaris bekijkt de situatie dan ook uiterst neutraal. Hij of zij doet bijvoorbeeld onderzoek náár de mogelijke erfgenamen. Hij speurt daarbij onder meer de burgerlijke stand én het Centraal Testamentenregister af. Doel daarvan is alle erfgenamen helder in beeld brengen, zodat er een zo eerlijk mogelijk afwikkeling van de situatie ontstaat.
Huizen, grond en voertuigen
Daarbij wordt niet alleen gelegd op financiële bescheiden. Erfenissen kunnen tenslotte ook bestaan uit huizen, stukken grond en zelfs voertuigen. In dat geval is het slim om niet alleen een erfrechtverklaring af te sluiten, maar deze ook in te schrijven bij het Kadaster.
Het Kadaster bevat namelijk de eigenaar van het huis, de grond of het voertuig. Dat was dus de inmiddels overleden eigenaar, maar na een inschrijving van de erfrechtverklaring gaat dit automatisch over op de erfgenamen. Dat kan de afwikkeling van de zaak aanzienlijk vereenvoudigen, zeker gezien zaken als de WOZ-aanslag en diverse levensverzekeringen hier mogelijk aan gekoppeld zijn.
Notaris benaderen
Kortom – wilt u familieproblemen omtrent een eventuele erfenis voorkomen? Dan is het raadzaam om in een vroeg stadium een notaris te benaderen als neutrale tussenpartij.
Starter? Let dan extra op de taxatiewaarde tijdens de overdrachtsbelasting
Het was – en is – in principe goed nieuws voor starters op de woningmarkt: het wegwuiven van de overdrachtsbelasting voor specifieke koophuizen. Grof gezegd houdt het in dat je géén overdrachtsbelasting betaalt wanneer u zowel na 1 april 2020 (voor het eerst) een huis koopt en dit huis minder dan €400.000 kostte. Let desondanks goed op, want er zit een addertje onder het gras.
De overdrachtsbelasting bedroeg vóór april 2020 twee procent van het de taxatiewaarde van een woning. Dat komt dus neer op een bedrag van €6.000 bij een huis met een waarde van €300.000.
Onwenselijk, zo vonden velen. Dit zou starters alleen maar demotiveren om de woningmarkt op te gaan, terwijl het beleggers juist zou uitnodigen tot het opkopen van meer panden: zij kunnen dat bedrag tenslotte eenvoudiger missen. Daarom werd besloten de regels op de schop te gooien. Wie nu voor het eerst een huis koopt hoeft géén overdrachtsbelasting te betalen. Daarentegen betalen beleggers juist meer.
Die regels gelden echter uitsluitend voor kopers tot 35 jaar met een woning goedkoper dan €400.000. Dat is voor sommigen een reden om te zoeken naar een huis dat nét onder die limiet duikt.
Taxatiewaarde
Belangrijk om te weten is dat het echter de taxatiewaarde is die bepaalt of een nieuwe woning daadwerkelijk onder deze grens valt. Een verkoper kan zijn woning tenslotte voor €399.000 aanbieden, maar dat betekent niet dat het pand dat ook waard is. Misschien ligt de waarde wel hoger – laten we zeggen op €410.000. En dan betaalt u dus wél gewoon overdrachtsbelasting.
Dat kan een hard gelag zijn voor starter die op voorhand denken goedkoper uit te zijn. Schakel daarom op voorhand een notaris in als u twijfelt. Zij zijn doorgaans goed op de hoogte van dit soort regels en kunnen u vertellen wat in uw situatie het verstandigst is.

Waarom 2021 hét jaar is om op zoek te gaan naar een starterswoning

De huizenprijzen stijgen en het kopen van een huis voor met name starters is daardoor lastig. We weten ook dat, ondanks eerdere voorspellingen van experts, diezelfde prijzen dit jaar nog niet lijken te dalen. En toch zijn er voor 2021 ook positieve punten te vermelden. Daar richten we ons dan ook op.
‘Wat zijn die positieve punten dan?’ Nou – bijvoorbeeld het feit dat starters in 2021 géén overdrachtsbelasting hoeven te betalen. Vooral dat, eigenlijk. Het scheelt namelijk aanzienlijk, want die overdrachtsbelasting bedroeg in 2020 nog €5.500.

Vanaf een bepaalde grens

Daarbij moeten we wel vermelden dat hier een aantal haken en ogen aanzitten. De wegwuiving van het tarief geldt bijvoorbeeld alleen voor woningen in een bepaalde prijsklasse. Woningen met een prijs van €275.000 mogen gebruikmaken van de nieuwe regelingen, maar huizen vanaf €450.000 vallen buiten de boot.
Andere eisen aan de regeling gaan over leeftijd (starters moeten tussen de 18 en de 35 jaar zijn) en het zelf bewonen van de woning. Dat laatste is namelijk een voorwaarde. Ook dient het daadwerkelijk iemands eerste woning te zijn. De vrijstelling van de overdrachtsbelasting geldt slechts éénmaal.
Het kan daardoor ook zijn dat één van de kopers aan deze regels voldoet, maar de ander niet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer Koper A 28 jaar en Koper B 37 jaar oud is, bijvoorbeeld. In dat geval betaalt de oudere koper twee procent overdrachtsbelasting over het deel van het huis dat van hem of haar is.

Beleggers

De maatregelen zijn in het leven geroepen om starters meer kansen op de krappe woningmarkt te geven. Om die reden gaat de kwijtschelding van de overdrachtsbelasting voor starters ook gepaard met een belastingverhoging voor beleggers. Niet-natuurlijke rechtspersonen en kopers die er niet zelf gaan wonen, betalen sinds januari 8 procent overdrachtsbelasting.


Een woning kopen: dit verandert er in 2021

Dat de huizenmarkt enigszins op slot zit, is nogal een understatement. Veel starters hebben het gevoel er simpelweg niet tussen te komen. De woningen die ze op het oog hebben worden veelal overboden óf weggekaapt door een belegger. ‘En daar moet maar eens verandering in komen’, dacht het kabinet. Daarom verandert er dit jaar nogal het een en ander wanneer u een woning probeert te kopen. We nemen de drie belangrijkste wijzigingen hieronder met u door.

De overdrachtsbelasting gaat – over het algemeen – omlaag

Bent u tussen de 18 en de 35 jaar oud? En heeft u een (eerste) woning van €400.000 of minder gekocht? Dan is er goed nieuws, want dan betaalt u geen overdrachtsbelasting meer. Starters waren tot voor kort gebonden aan een overdrachtsbelasting van 2 procent, maar die is afgeschaft voor kopers jonger dan 35 jaar die hun huis voor minder dan €400.000 hebben gekocht.
Huizenkopers die ouder zijn dan 35 jaar én kopers van woningen duurder dan €400.000 betalen nog wel een overdrachtsbelasting – van 2 procent. De overdrachtsbelasting voor beleggers is verhoogd: zij betalen 8 procent.

U mag iets meer lenen

Tenminste – als u de helft vormt van een stel tweeverdieners. Het tweede inkomen telt dit jaar namelijk voor 90 procent mee wanneer het maximale leenbedrag wordt vastgesteld. Dit percentage bedroeg vorig jaar nog 80 procent.

U kunt extra lenen als uw nieuwe woning energieneutraal of energiezuinig is

We spreken van een energieneutrale of -zuinige woning wanneer de zogenoemde energieprestatiecoëfficiënt minimaal 0 is. In dat geval mag u €15.000 optellen bij het maximaal te lenen bedrag. Koopt u een nul-op-de-meter-woning? Dan mag u €25.000 extra lenen. De voorwaarde voor beide mogelijkheden is dat uw bruto jaarinkomen minstens €33.000 bedraagt. Dat mag ook gaan om een gezamenlijk bruto inkomen.


De kaasroute: wat is het en waarom maakten hier zoveel Belgen gebruik van?

Woont u in de buurt van de grens tussen Nederland en België? Dan weet u ongetwijfeld wat de zogenoemde kaasroute precies inhoudt.


Maar als uw woning elders staat, denkt u bij een term als deze waarschijnlijk aan een of andere fietsroute door Noord-Holland. De kaasroute heeft echter niets te maken met dagtochtjes, en alles met belastingen en vooral schenkingen.

Schenkingsregelingen

Dat komt doordat onze zuiderburen weinig gunstige schenkingsregelingen kennen. Ze betalen belasting over alle roerende goederen die ze van de hand willen doen. Daaronder vallen spaartegoeden, maar ook prijzige sieraden en aandelen.

Naar Nederland

Wat dat betreft, is het belastingklimaat in Nederland een stuk gunstiger. Tot voor kort was het, vooral voor Belgen die in de buurt van de grens wonen, erg aantrekkelijk om naar een Nederlandse notaris te stappen. Wie hiervandaan een schenking deed, ontliep daarmee de Belgische belastingdienst.
En dat werd dan ook volop gedaan. Zoveel, dat de manier van handelen zelfs een eigen koosnaampje heeft gekregen: de kaasroute. De Belgen schonken onder meer geld, aandelen, complete beleggingsportefeuilles. En dat allemaal belastingvrij. De enige eis die hieraan werd gesteld, was dat de schenker gedurende drie jaar na de schenking in leven zou blijven. Ja, echt waar.

Verbod

De Belgische overheid was dan ook helemaal niet blij met de kaasroute. Ze kwamen derhalve in de zomer van 2020 met een constructie die de route voorgoed moest verbieden. En die is ook daadwerkelijk doorgevoerd. Het is sinds dinsdag 15 december 2020 voor Belgen niet meer mogelijk om op deze manier te schenken.
Dat resulteerde vlak voor de 15e nog wel in hordes Belgen die, nét over de grens, van hun roerende goederen af moesten. De Nederlandse notarissen hadden het er druk mee. Maar als het goed is, was dat dus de storm voor de stilte.


Nieuwsartikel voor accountancybranche - Stichting/Vereniging
Méér aansprakelijkheid voor stichtingen en verenigingen: wat houdt het in?
Maak kennis met de WBTR: de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Een nieuwe wet die moet zorgen voor een zogenoemde hoofdzakelijke aansprakelijkheid voor rechtspersonen. Daaronder vallen dus ook stichtingen en verenigingen. U leest er hieronder meer over.
We willen graag anders melden, maar helaas zijn ook stichtingen en verenigingen niet gevrijwaard van financiële misstanden. Wanbestuur, misbruik van (macht)posities, onjuist financieel beheer: het zijn allemaal voorbeelden van problemen die binnen alle rechtspersonen voorkomen.
WBTR
Te vaak voorkomen, zo vindt de overheid. Daarom gaat op 1 juli 2021 de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in. Die vereist dat onder andere stichtingen en verenigingen procedures en verantwoordelijkheden beter vastleggen en voorschrijven.
Dat houdt concreet in dat stichtingen en verenigingen een toezichthoudend orgaan moeten krijgen. Dat kan een raad van commissarissen zijn, maar ook een zogenoemde one-tier board. Vennootschappen en corporaties hadden deze plicht al wat langer, maar stichtingen en verenigingen nog niet. Wat dat betreft, zijn de rechtspersonen hiermee meer gelijkgetrokken.
Meer aansprakelijkheid
‘Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dat zorgt nog niet voor meer aansprakelijkheid, toch?’
Klopt – en daarom zijn er vanaf 1 juli ook nog een aantal aanvullende plichten voor iedereen die zichzelf een bestuurder van een stichting of een commissaris van een vereniging mag noemen. Ze zijn vanaf die dag belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting én hebben een jaarrekeningplicht. Dat houdt in dat ze een administratie en een jaarrekening moeten kunnen overleggen. Slagen ze daar niet in? Dan worden ze als bestuurders aansprakelijk gesteld en beschuldigd van onbehoorlijk bestuur.
Overigens geldt niet niet voor alle stichtingen en verenigingen, maar uitsluitend voor commerciële varianten. Niet-commerciële stichtingen en verenigingen zijn daarmee gevrijwaard: voor hen verandert er vanaf 1 juli op het gebied van aansprakelijkheid weinig.
Gemeentes willen méér geld voor sportverenigingen
De ene sport kende meer versoepelingen dan de ander, maar over het algemeen lijkt het ons veilig om te stellen dat verenigingen ontzettend hard zijn getroffen door de gevolgen van de coronapandemie. Dat is ook verschillende steden niet ontgaan. Den Haag is één van de gemeentes die daarom hebben aangeklopt bij de Tweede Kamer.
Het is niet zo dat het kabinet helemaal geen budget beschikbaar heeft gesteld voor noodlijdende sportverenigingen. Zo werd eerder bekend dat er een bedrag van 240 miljoen euro is uitgetrokken om dergelijke verenigingen uit de brand te helpen. Echter circuleert er een motie om dit bedrag deels aan de verschillende sportbonden te geven. En daar zijn diverse gemeentes het niet mee eens.
Bezwaar
Den Haag heeft bijvoorbeeld bezwaar aangetekend. Zij stellen dat sportbonden andere regelingen hebben en dat dit bedrag in z’n geheel naar de verenigingen zelf moet gaan. Volgens onder meer de gemeente Den Haag zijn namelijk de verenigingen die het momenteel het zwaarst hebben. Veel sporten liggen al lange tijd stil, terwijl – in sommige gevallen – vaste lasten als de huur van de accommodatie wél gewoon doorloopt.
Daarnaast waarschuwt Den Haag voor de gevolgen wanneer sportverenigingen onverhoopt en zonder steun omvallen. Ze stellen dat sport juist nu belangrijk is, vooral vanwege de (mentale) gezondheid van de deelnemers. En wanneer de steun niet naar de verenigingen gaat, horen die scenario’s helaas bij de mogelijkheden. Den Haag stelt dat veel verenigingen het nu nog wel even volhouden, maar dat de 240 miljoen euro daar echt in z’n geheel voor nodig is.
Motie
De motie, die overigens werd ingediend door de VVD, is desondanks aangenomen door de Kamer. De wethouders van de vijf grote steden hebben hun zorgen inmiddels besproken met de wethouder.
Bron: Omroep West

Anders dan gebruikelijk: de kascontrole voor stichtingen en verenigingen

Minder collega’s op het kantoor, meer thuiswerken en vergaderingen via Microsoft Teams of Zoom. Het zijn zomaar wat voorbeelden van elementen die ook stichtingen en verenigingen in coronatijd niet vreemd zijn. Desondanks is er één element dat er voor hen in het bijzonder anders uitziet – en dat is de kascontrole.
Het belangrijkste verschil met het pre-coronatijdperk is dat de kascontroles nu tijdelijk op afstand plaatsvinden. Een nieuw fenomeen en een behoorlijk ander tafereel dan de gebruikelijke check in aanwezigheid van onder meer de penningmeester.

Pdf’s als alternatieve kascontrole

En dus zijn sommige stichtingen en verenigingen nog altijd op zoek naar alternatieve methodes om de kascontrole mee in te richten. Een voorbeeld daarvan is het doorsturen van de daarvoor benodigde pdf’s. Alle banken bieden stichtingen en verenigingen de mogelijkheid om hun bankmutaties in één helder document te downloaden – dat kan, indien gewenst, ook per kwartaal of per maand. Dit overzicht kan dan vervolgens naar de penningmeester, de kascommissie en andere bestuursleden worden verstuurd, zodat de kascontrole op afstand kan worden afgerond.

Online boekhoudprogramma’s

Een bezwaar tegen dit fenomeen is simpelweg het idee dat belangrijke, financiële informatie zomaar wordt rondgestuurd. Hoewel de kans klein is dat er iets misgaat, wekt dit her en der het gevoel van onveiligheid op. In dat geval kan een online boekhoudprogramma uitkomst bieden.
Het verschil met een pdf van de bank is dat dit soort programma’s toegankelijk zijn via een beveiligde omgeving. Verenigingen en stichtingen moeten bijvoorbeeld eerst inloggen met een persoonlijke gebruikersnaam- en wachtwoordcombinatie - voor ze bij belangrijke documentatie kunnen komen.
Online boekhoudprogramma’s zijn zodoende een populair alternatief tijdens de coronacrisis – en dat niet alleen. De kans is aanwezig dat veel stichtingen en verenigingen deze manier van werken ook na de pandemie aanhouden. Het kost tenslotte even tijd om zo’n systeem goed op te zetten, maar wanneer het dan staat scheelt het behoorlijk wat tijd.

Wist u dit al over de jaarrekeningen voor stichtingen?

Jaarrekeningen zijn voor bedrijven een verplicht nummer en daar ontkomen ook stichtingen en verenigingen niet aan. Feit is wel dat er in hun geval een aantal zaken zijn die hun jaarrekening flink vereenvoudigen. We vertellen u er hieronder meer over.


Bij de term jaarrekening wordt veelal gedacht aan gecompliceerde, lijvige documenten. Dat is de doorsnee jaarrekening in wezen ook, maar dan gaat het wel om een variant van een groot, winstgevend bedrijf. Voor verenigingen en stichtingen steekt een jaarrekening doorgaans anders in elkaar. De meeste stichtingen vallen namelijk onder de zogenoemde eenvoudige regelgeving.

In stand houden

Een jaarrekening moet worden opgesteld wanneer een onderneming in stand wordt gehouden. Het in stand houden van een onderneming vindt plaats wanneer er sprake is van commerciële activiteiten en wanneer er dus concurrentie wordt gevoerd met andere organisaties. Een stichting of vereniging voert doorgaans geen concurrentie. Daardoor vallen ze onder de eenvoudige regelgeving voor zover het jaarrekeningen betreft.

Eenvoudige regelgeving

Deze eenvoudige regelgeving zorgt ervoor dat er voor bedrijven die géén onderneming in stand houden andere regels gelden. De eisen voor de jaarrekening worden heel globaal gehouden. Er moet wel een jaarrekening komen, maar die bestaat in een uiterst basale vorm. Deze moet een balans, een overzicht van de baten en lasten én een toelichting daarop bevatten. Daarnaast moeten alle bestuursleden van de stichting of vereniging in kwestie er hun krabbel onder zetten. In het geval van een stichting geldt dat laatste ook voor leden van toezichthoudende instanties.

Stichtingen die wél concurreren

Er zijn echter ook stichtingen en verenigingen die wél concurreren en dus een onderneming in stand houden. Denk bijvoorbeeld aan een stichting die ook producten verkoopt – om maar wat te noemen. Maar zelfs dan kan er sprake zijn van een eenvoudige regelgeving. Het balanstotaal van deze stichting mag in dat geval niet hoger zijn dan 4,4 miljoen. De netto omzet mag bovendien niet boven de 8,8 miljoen uitkomen en het aantal medewerkers van de onderneming moet lager dan vijftig zijn.



Coronacrisis: kunnen culturele stichtingen en verenigingen een vergoeding krijgen?

Er is veel gezegd over hoe hard de horeca en de reisbranche zijn getroffen door de gevolgen van COVID-19. De cultuursector is wat dat betreft een beetje een ondergeschoven kindje. Dit geldt met name voor de kleinere stichtingen en verenigingen.


Ook zij hebben weinig lol beleefd aan het kalenderjaar 2020. Lege theaterzalen, een gebrek aan grote openingen, moeite om voorstellingen te verwezenlijken: het zijn allemaal factoren waardoor ook stichtingen en verenigingen dit jaar flink wat inkomsten zijn misgelopen.
De rijksoverheid heeft daarom ook voor hen in de buidel getast. Onder meer muziekverenigingen, toneelclubs en dansstichtingen kunnen financiële steun ontvangen.
Net als bij bijvoorbeeld de Tozo, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, moet u deze steun aanvragen bij de gemeente waarin de stichting of vereniging is gevestigd. Deze gemeentes hebben hiervoor, vanuit de overheid, een bedrag ontvangen.
De hoogte van dit te besteden bedrag is afhankelijk van de gemeente in kwestie. Vanzelfsprekend hebben kleinere plaatsen een lager budget.

Compensaties

Werkt u voor een culturele stichting of vereniging? En hebt u normaal gesproken een omzet tot € 10.000? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor een compensatie tot € 2.000.
Hebt u een omzet die boven de € 10.000 uitkomt? Dan is er een compensatie van maximaal € 4.000 mogelijk.
Stichtingen en verenigingen die gelden als grote instellingen kunnen aparte steunregelingen krijgen.

Aanvragen

Een aanvraag tot steun kunt u dus bij de betreffende gemeente indienen, maar dit dient u wel met enige spoed te doen. Als u in de periode van 15 maart tot en met 31 augustus 2020 in financiële problemen bent gekomen, hebt u tot 31 december 2020 de tijd om een aanvraag in te dienen. Schade die vanaf 1 september 2020 is geleden, komt in januari 2021 in aanmerking voor een aanvraag.


Nieuwsartikel voor notarisbranche – Zakelijk
De woningmarkt zit op slot: dit willen de vier grootste, politieke partijen voor je betekenen
De verkiezingen zijn achter de rug, de kabinetsformatie is eindelijk op gang en de woningmarkt – die zit nog altijd muurvast. Merkt u ook dat het lastig is om een geschikte en betaalbare woning te vinden? Dan is het handig om te weten wat de vier grootste partijen daaraan willen veranderen. Een overzicht.
VVD
Kritiek of niet – de VVD is nog altijd de grootste partij van Nederland en dus hebben de liberalen een ferme invloed op de plannen voor de woningmarkt. Ze willen allereerst meer bouwen en meer huurwoningen realiseren. De startersmarkt kan volgens hen flink rechtvaardiger: een van de partijbeloftes is gestoeld op de gedachte betaalbare woningen voor iedereen.
De VVD is tevens voor een aanpassing van de verhuurdersheffing en vindt dat woningbouwcorporaties dure woningen moeten verkopen en goedkope huizen moeten bouwen. De hypotheekrenteaftrek wordt niet genoemd.
D66
De democraten van D66 pleiten voor meer bouwlocaties verspreid over het land. Zo willen ze in ieder geval de krapte in de Randstad verkleinen. Ze willen daarbij aandacht besteden aan diverse woonbehoeftes en levensfases, zodat er meer gezinswoningen vrijkomen.
Wat D66 betreft, vervalt de verhuurdersheffing ten faveure van een verplichte bijdrage aan een fonds voor nieuwbouwwoningen. Ze willen de hypotheekrenteaftrek volledig afbouwen.
PVV
De PVV pleit allereerst voor de beschikbaarstelling van extra woongrond, zodat daar huizen voor verscheidene doelgroepen gebouwd kunnen worden. Ze pleiten daarnaast voor meer starterswoningen, eengezinswoningen en onderdak voor ouderen. De verhuurdersheffing komt daarbij niet aan de orde, maar de hypotheekrenteaftrek wel: daar moet men volgens de partij van Geert Wilders vanaf blijven.
CDA
Tot slot – het CDA. Zij komen met een woonplan waarmee Nederland binnen tien jaar één miljoen woningen rijker is. De verhuurdersheffing wordt ingewisseld voor afspraken omtrent bouwoplages en de hypotheekrenteaftrek komt ook hier niet aan de orde.
Huurder versus verhuurder: wie draait op voor de coronaproblemen?
Veel ondernemingen zitten door de coronacrisis in zwaar weer. Sommigen zijn hierdoor (tijdelijk) niet in staat om hun huur te betalen. In dat geval rest de vraag wie in zijn of haar recht staat: de huurder die door extreem uitzonderlijke omstandigheden financiële problemen ondervindt óf de verhuurder die ook gewoon moet verdienen.
In alle gevallen geldt dat het nooit raadzaam is om zomaar te stoppen met het betalen van huur. Het kan namelijk zo zijn dat een verhuurder zelf ook moeilijkheden ervaart, bijvoorbeeld door bepaalde verplichtingen aan de bank.
Communicatie is, zoals wel vaker, het belangrijkst. Neem als huurder contact op met de verhuurder in kwestie. Leg de situatie uit en doe een voorstel tot uitstel van de huurbetaling. U kunt er, afhankelijk van de situatie, ook voor kiezen om voor te stellen de huur tijdelijk deels te voldoen.
Geen overeenkomst
Het kan zijn dat u er niet uitkomt met uw verhuurder, bijvoorbeeld wanneer deze u aan uw contract houdt. In dat het geval is het mogelijk om een rechter te benaderen. U kunt hem of haar dan vragen naar een aanpassing van dat contract, bijvoorbeeld op basis van onvoorziene omstandigheden. De rechter kijkt dan naar uw persoonlijke situatie en neemt daarbij verschillende facetten, waaronder de duur van de crisis en de beschikbare compensatiemaatregelen voor uw branche, in ogenschouw.
Ontbinding
In het ergste geval biedt ook de gang naar de reguliere rechter geen oplossing. U kunt in dat geval naar de kantonrechter stappen: de enige die in staat is om een huurcontract te ontbinden. De verhuurder heeft zodoende ook nooit de mogelijkheid om uw bedrijf uit het pand te verwijderen.

Wordt 2021 het jaar van de online notaris?

Dat het coronavirus ervoor heeft gezorgd dat veel bedrijfsactiviteiten op afstand moeten plaatsvinden, is nogal een understatement. Notarissen zijn wat dat betreft dan ook geen uitzondering, daar waar fysieke bijeenkomsten niet altijd even goed mogelijk zijn. De vraag is dan ook – wordt 2021 hét jaar waarin de notaris vooral digitaal opereert?
‘Het korte antwoord op deze vraag? Nee – zo snel gaat het waarschijnlijk niet. Het lange antwoord begint met het feit dat het coronavirus niet de enige verantwoordelijke is voor het feit dat notariële zaken vaker digitaal verlopen. Het fenomeen digitale, notariële akte stamt namelijk al uit het pre-coronatijdperk.
De Europese Unie is bijvoorbeeld een groot voorstander van deze digitalisering en heeft de online notaris door de jaren heen stukje bij beetje richting haar lidstaten gepusht. Het resultaat is dat het op 1 augustus 2021 mogelijk moet zijn om volledig digitaal een bedrijf op te richten.
Dat klinkt misschien als een veelbelovende stap - en dat is het natuurlijk ook - maar het is meer een stap in de digitale richting dan een complete make-over van de notaris in zijn huidige vorm. We verwachten wel dat de notariële dienstverlening op termijn meer en meer online plaatsvindt, waarna uiteindelijk alle aktes digitaal zijn te tekenen. Het coronavirus is dus slechts een extra duwtje in de richting van de online notaris.

Gevolgen voor de notaris

Een transitie als deze gaat natuurlijk gepaard met de nodige gevolgen voor het notarisambt. De kerntaken blijven vanzelfsprekend hetzelfde, maar de aanleg van een digitale databank lijkt onvermijdelijk. Het loont daarom om nu alvast na te denken over de benodigde software om online dossiers aan te maken. Dit scheelt hoogstwaarschijnlijk tijd wanneer het jaar van de online notaris wél aanbreekt.


Een bedrijfspand kopen in 2021: dit verandert er qua overdrachtsbelasting

De overdrachtsbelasting bij de aankoop van een bedrijfspand is in 2021 8 procent. U leest hieronder onder meer waarom deze wijziging er gekomen is.


Overdrachtsbelasting betalen rechtspersonen bij de aanschaf en verkoop van onroerende zaken. Het bekendste voorbeeld daarvan is de koop van een woning. Hiervoor geldt een belastingtarief van 2 procent.
Of gold – moeten we eigenlijk zeggen. Het Rijk heeft er namelijk voor gekozen om deze overdrachtsbelasting te schrappen voor starters tussen de 18 en de 35 jaar die een eerste woning voor minder dan €400.000 kopen.
Dat heeft alles te maken met de krapte op de woningmarkt en het dalende aantal starters dat in staat is om een huis te kopen. De afschaffing van de overdrachtsbelasting moet ervoor zorgen dat zij méér mogelijkheden krijgen. Voor kopers ouder dan 35 jaar en woningen duurder dan €400.000 blijft het percentage van 2 behouden – en voor beleggers en andere niet natuurlijke rechtspersonen is het tarief per dit jaar 8 procent.

Overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden

U zou misschien denken dat de overdrachtsbelasting voor sommige bedrijfspanden ook wordt verlaagd, maar niets is minder waar. Sterker nog: deze overdrachtsbelasting wordt juist verhoogd – van 6 naar 8 procent. De reden daarvoor is het Klimaatakkoord. Daarin staat dat Nederland alle uitstoot van CO2 in de komende jaren moet terugdringen. Daar is geld voor nodig en dat moet onder meer komen uit deze verhoging. Naar verwachting levert deze maatregel 300 miljoen op.

Woningen en niet-woningen

De stijging geldt voor alle niet-woningen. Daaronder vallen bedrijfspanden, maar ook hotels, ziekenhuizen en zelfs grond – ook al wordt daar later een woning op gebouwd. We spreken pas van een woning – en dus een lager belastingtarief voor particulieren – wanneer het pand ook daadwerkelijk een woonfunctie heeft. Dat maakt het enigszins vreemd dat grond voor een woning als niet-woning wordt gezien. Een ander grijs gebied zijn woningen met bedrijfsruimte erin: dat zijn wettelijk gezien nog steeds huizen.



Gratis documenten opslaan: iets voor de Nederlandse notaris?

Maak kennis met Izimi: een nieuwe dienst die Belgische notarissen hun klanten sinds kort kunnen aanbieden.


Notariële aktes zijn vreemde documenten. Ze zijn zo goed als nooit nodig, maar desondanks onmisbaar. En als u ze nodig hebt, zijn ze doorgaans nergens te bekennen.
Blijkbaar speelde datzelfde probleem ook bij onze zuiderburen. Daar is de Federatie van het Notariaat namelijk met een oplossing gekomen: een manier om alle documenten op een centrale, uiterst veilige plaats te bewaren.

Izimi

Die manier, Izimi genaamd, werkt met een digitale kluis waarin klanten dergelijke aktes kunnen opslaan. Hiertoe hebben alleen de klanten toegang. Zelfs de notaris kan er niet bij. Hij of zij kan alleen maar documenten toevoegen.
Deze consumenten kunnen ook bepalen wie er na hun overlijden toegang krijgt tot hun persoonlijke Izimi-kluis. Toegang werkt met eID, de elektronische identiteitskaart van België.
Het gaat dus om notariële aktes, maar ook om allerlei andere documenten die de consument bij de notaris wenst te stallen. Gegevens rondom bankrekeningen, bijvoorbeeld. Iedere Belg mag tot 200 megabyte (MB) opslaan. Dat is best veel, gezien dit soort documenten normaal gesproken geen heel grote ruimtevreters zijn.

Kernexplosies en komeetinslagen

Een vraag die vanzelfsprekend bij zoiets rijst, betreft de veiligheid: is het veilig om belangrijke documenten in zo'n systeem te stallen? De Federatie van het Notariaat heeft daar vooralsnog niet veel over gemeld. Wel stellen ze dat er allerlei veiligheidstests zijn uitgevoerd en dat de gegevens worden opgeslagen in drie datacentra verspreid over België. Die centra zijn volgens hen in staat om kernexplosies en komeetinslagen te overleven. Ja, dat zijn echt de woorden van de Federatie.

In Nederland

Het voordeel van Izimi is dat alle notarissen er gebruik van kunnen maken en dat de documenten dus op één manier worden opgeslagen. Overzichtelijk en, zo lijkt ons, veilig. Wat dat betreft, is het in de toekomst misschien ook een idee voor de Nederlandse notaris.
Bron: Tweakers


Nieuwsartikel voor verzekeringsadviseurs – Zakelijk
Er komt voorlopig geen verplichte verzekering voor zzp’ers – en dit is de reden
De introductie van een eventuele, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zonder personeel sloeg in 2020 in als een bom – en niet op een positieve manier.
Daar viel wat voor te zeggen. Uitgangspunt van de voorgenomen verplichting was dat zzp’ers op het terrein van arbeidsongeschiktheid een minder groot contrast vormen met werknemers in loondienst, zoals nu wel het geval is.
Verplichte verzekeringen
Daarbij moesten zzp’ers zich verplicht verzekeren tegenover een inkomensafhankelijke premie van maximaal €200 per maand. Iets dat bij veel ondernemers in het verkeerde keelgat schoot. Ze vonden het bedrag veel te hoog – en bovendien zou het hen niet de gewenste dekking geven.
Zo bleek dat een eventuele verzekering pas na een periode van maximaal twee maanden zou uitkeren. Hoe zzp’ers die zogenoemde wachttijd dan moesten doorkomen, werd niet verteld. De verplichte verzekering hield daarmee concreet in dat zieke zzp’ers twee jaar aan eigen vermogen moesten opmaken, voor de verzekering ook maar een cent zou uitkeren.
Uitstel
Gelukkig voor hen is er een kink in de kabel gekomen en lijkt de verplichting er toch niet te komen. Voorlopig niet, althans. De complexiteit van het fenomeen heeft demissionair minister Wouter Koolmees, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, genoopt te stellen dat er vooralsnog géén uitvoerbare variant van de verplichting is voor te leggen aan de Tweede Kamer.
Koolmees’ inschatting is dat de verplichting pas over enkele jaren wordt ingevoerd – als het überhaupt doorgaat. De weerstand van zzp’ers is dusdanig groot gebleken dat we niet helemaal uitsluiten dat het idee op de plank blijft liggen – in ieder geval als het voorstel zijn huidige vorm blijft houden.
Verzekeraars gaan samenwerken met het KNMI: waarom?
Februari 2021 was qua weer nogal vreemd. De ene week hadden we te maken met extreme kou, waar het kwik een weekend later steeg naar temperaturen die we kennen van het voorjaar. Om beter voorbereid te zijn op dit soort bizarre weersomstandigheden, kondigde het Verbond van Verzekeraars direct na de winterse periode aan voortaan samen te werken met het KNMI, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.
Doel
Het doel daarvan is om situaties waarbij verzekeraars (massaal) schade moeten vergoeden voortaan zo goed mogelijk te voorkomen. Een voorbeeld: het weerinstituut ziet dat er een fikse hagelbui op komst is. Door de nieuwe samenwerking zijn ze in staat om deze informatie door te geven aan uw verzekeraar. Die kan op zijn beurt u weer adviseren om tijdig het dak van uw uitbouw daartegen beschermen.
Dat is echter niet het enige doel dat het Verbond van Verzekeraars voor ogen heeft. Ze denken dat de samenwerking hen ook in staat stelt om betere producten te ontwikkelen – meer verzekeringen op maat, bijvoorbeeld. Het KNMI verwacht op haar beurt dat data van de verzekeraars hen meer mogelijkheden biedt tot het analyseren van klimaat- en weerdata.
In aanvulling daarop zouden ook gemeentes toegang kunnen krijgen tot de gezamenlijke data. Ze kunnen dat bijvoorbeeld gebruiken om afwatering te verbeteren.
Extreme weersomstandigheden
De weersomstandigheden in Nederland worden langzaam steeds extremer – met alle gevolgen van dien. Panden en auto’s ondervinden jaarlijks naar verluidt 360 miljoen euro aan schade. Het NRC meldde dat bedrag in 2050 verdubbelt tot 720 miljoen euro. Wat dat betreft komt het samenwerkingsverband tussen het KNMI en het Verbond van Verzekeraars ook als geroepen.

Nederlanders met koopwoning vaak onderverzekerd

Woont u al langer tijd in een eigen (koop)woning? Dan kunt u zich de tijd nog wel herinneren waarin een overlijdensrisicoverzekering tijdens het afsluiten van een hypotheek verplicht werd gesteld. Onder meer het afschaffen van dit soort verplichtingen heeft ertoe geleid dat Nederlanders vaker onderverzekerd zijn.
Dergelijke overlijdensrisicoverzekeringen worden nog steeds veelvuldig afgesloten. Het voorkomt tenslotte situaties waarbij nabestaanden uit hun woning worden gezet wanneer er een partner overlijdt – en diens inkomen daardoor wegvalt. Er is echter een groot verschil met vroeger. De overlijdensrisicoverzekering is nu niet langer verplicht. Daardoor zijn er ook veel mensen die ervoor kiezen om zo’n verzekering helemaal niet meer af te sluiten. En dat worden er volgens het accountants- en advieskantoor KPMG steeds meer, met alle gevolgen van dien.

Opstalverzekering

Een ander type verzekering waar relatief weinig mensen naar omkijken, is de zogenoemde opstalverzekering. Dat komt in dit geval niet zozeer door een gebrek aan een verplichting, maar wel door het stijgende aantal verbouwingen. Nederland is tijdens de coronaperiode massaal aan het klussen geslagen. Volgens Pricewise zijn er behoorlijk wat woningen verbouwd. Het is daarbij wel zaak dat de opstalverzekering opnieuw wordt gecontroleerd. U raadt het al: dat gebeurt niet of nauwelijks.
Het gevolg is dat woningbezitters slechts voor een deel van de waarde van hun woningen zijn verzekerd. Nu is het niet zo dat mensen die een nieuwe vloer hebben laten leggen direct hun polisblad erbij moeten pakken. Maar voor wie een dakkapel heeft laten plaatsen, wordt het al een ander verhaal. Zo’n ingreep zorgt tenslotte voor waardestijging van het huis. En daar hoort meestal een hogere premie bij.
Pricewise stelt dat slechts een derde van alle Nederlandse klussers een opstalverzekering heeft die ook daadwerkelijk bij de verbouwde woning past.


Verzekeringsclausules voor bedrijven: wat moet ik erover weten?

Verzekeringen zijn handige, preventieve maatregelen die u en uw bedrijf wellicht uit de brand kunnen helpen wanneer de situatie daarom vraagt. Maar met alléén een verzekering bent u er doorgaans nog niet. Aanvullende verzekeringsclausules kunnen van groot belang zijn op de vraag of een verzekeraar al dan niet aan u uitkeert. U leest er hieronder meer over.

Clausules zijn grofweg expansies op uw bestaande verzekeringen. Ze kunnen uw verzekering uitbreiden, maar zorgen meestal juist voor een aantal beperkingen. Het kan bijvoorbeeld gaan om bepaalde voorwaarden waaraan u moet voldoen, wilt u hebben dat de verzekeraar ook daadwerkelijk uitkeert.
Een voorbeeld: u laat uw bedrijfspand verzekeren voor brandschade. De bijbehorende clausule stelt echter dat deze alleen uitkeert wanneer u op de zaak rookmelders heeft geïnstalleerd. Is dat niet het geval? Dan ontvangt u, mocht er daadwerkelijk brand uitbreken, in het ergste geval helemáál geen vergoeding. En daarom zijn clausules van groot belang.

Harde clausules versus zachte clausules

Bij clausules wordt onderscheidt men twee soorten: harde en zachte clausules. Een zachte clausule houdt in dat u – om het bij het voorbeeld van de onverhoopte brand te houden – minder krijgt uitgekeerd dan de oorspronkelijke verzekering stelt. Vijftig procent van de waarde van de beschadigde spullen, bijvoorbeeld.
Een harde clausule is een uiterste en stelt dat u in zo’n geval helemaal niets vergoed krijgt: u had tenslotte rookmelders moeten installeren. Alsof u de verzekering nooit heeft afgesloten, zeg maar.

Extra aandacht

De meeste bedrijven besteden dus extra aandacht aan de bijbehorende clausules. Het voorbeeld van de rookmelder en de brand illustreert wanneer zo’n clausule in werking kan treden, maar er zijn vanzelfsprekend meer gevallen waarbij u de clausules goed in de gaten moet houden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de mate van aansprakelijkheid. Check daarom altijd wat de clausules zijn bij verschillende verzekeraars en vergelijk deze met elkaar. Zo weet u welke verzekering het beste bij u en uw bedrijf past.



De vergoedingen voor alternatieven geneeswijzen gaan omlaag: dit moet u erover weten

Acupunctuur, osteopathie en homeopatische geneesmiddelen: zomaar wat voorbeelden van diensten en producten die vanaf volgend jaar minder vaak worden vergoed. Dat laat een onderzoek van Zorgwijzer.nl zien.


Volgens de website verlaagt een groot deel van de zorgverzekeraars de bedragen voor eventuele alternatieve vergoedingen. Bij andere verzekeraars wordt het zelfs helemaal niet meer mogelijk om uzelf te verzekeren voor alternatieve geneeswijzen.
Zo verlaagt OHRA de dekking voor alle pakketten. De instantie vergoedde eerst behandelingen tot en met € 750, maar dat wordt in 2021 verlaagd naar € 500. Zilveren Kruis doet hetzelfde: hier worden de vergoedingen voor alternatieve geneeswijzen met € 100 verlaagd.
CZ schrapt de dekking voor alternatieve geneeswijzen zelfs compleet uit het aanvullende basispakket. Daarnaast worden de vergoedingen in het Top- en het Plus-pakket, net als bij Zilveren Kruis, met € 100 verlaagd.
Ook Nationale Nederlanden vermindert het aantal vergoedingen, door het pakket Comfort te schrappen. Daar zat een dekking tot € 1000 per jaar bij (met een maximum van € 50 per dag), maar het pakket is in 2021 dus niet langer af te sluiten.
Bij FBTO kunt u zich helemaal niet meer verzekeren voor alternatieve geneeswijzen.

Populair

De nieuwe vergoedingen zijn enigszins opmerkelijk te noemen, want een kwart van alle volwassenen hecht waarde aan alternatieve geneeswijzen. Dat laten cijfers van het CBS zien.
Ongeveer een op de tien Nederlanders maakt gebruik van de diensten van alternatieve genezers.

Premies

Al met al wordt het voor deze mensen in 2021 weinig aantrekkelijk om zichzelf nog te verzekeren voor alternatieve geneeswijzen. Zo meldt Zorgwijzer.nl dat de kosten van de behandelingen veelal niet opwegen tegen de premies. Aanvullende verzekeringen kosten verzekerden al gauw 35 tot 50 euro per maand, terwijl er slechts tot maximaal € 500 wordt vergoed.